Autisme begint soms laat
Verjaardagsvideo’s bewijzen gelijk ouders

- Zoom
- Zonder video's van jarige kleintjes was dit onderzoek niet mogelijk geweest.
Kinderen die zich rond hun eerste verjaardag nog normaal lijken te ontwikkelen, kunnen een jaar later autistisch zijn. Dit concluderen onderzoekers van het autismecentrum aan de Universiteit van Washington uit videobeelden van de eerste en tweede verjaardagsfeestjes van autistische kinderen.
Kan het gebeuren dat je baby zich in het eerste jaar voorspoedig ontwikkelt en er vrolijk op los brabbelt, maar daarna verandert in een autistisch kind dat nauwelijks een boodschap heeft aan menselijk contact? Ja, dat kan. Ouders zeiden het al jaren, maar de wetenschap bleef hun claims met scepsis bezien. Aan de hand van videobeelden van verjaardagsfeestjes hebben onderzoekers Emily Werner en Geraldine Dawson nu aangetoond dat later optredend autisme inderdaad bestaat. Maar er lijkt op die eerste verjaardag al wel iets aan de hand met kinderen die in hun tweede jaar autistisch zullen worden. Ze hebben aanvankelijk juist een communicatieve voorsprong op hun leeftijdgenootjes.
De onderzoekers, verbonden aan het autismecentrum aan de Universiteit van Washington, Seattle, lieten de videobeelden van 56 kinderen door onafhankelijke, getrainde waarnemers bekijken. De jarige jobjes vielen uiteen in drie groepen: kinderen die al vanaf het begin tekenen van autisme hadden vertoond, kinderen die volgens hun ouders pas na hun eerste verjaardag autistische trekjes kregen en normale kinderen. Op het moment dat ze een verjaardagsfilmpje bekeken, wisten de beoordelaars niet bij welke groep het jarige kind hoorde. Pas achteraf werden hun oordelen over het gedrag van de drie groepen kinderen vergeleken.
Uit de analyses blijkt dat de kinderen die volgens hun ouders pas later autistisch werden, zich inderdaad nauwelijks afwijkend gedroegen tijdens hun eerste verjaardag. Het voornaamste verschil zat in de verbale vaardigheden. Vroege autisten brabbelden weinig en gebruikten minder vaak woordjes, maar late autisten deden dat juist meer dan hun normale leeftijdgenootjes. Ook wezen ze vaker dingen aan. Ze waren dus heel communicatief.
Bij de tweede verjaardag was het allemaal anders. Zowel de vroege als de late autisten weken op tal van punten af van de controlegroep. Ze keken minder vaak naar mensen, reageerden zelden als ze bij hun naam genoemd werden en wezen ook niet vaak meer. In taalgebruik lagen de normale dreumesen nu een straatlengte voor. Bij zowel de late als de vroege autisten was de ontwikkeling wat dat betreft stil blijven staan of zelfs achteruitgegaan.
“Deze resultaten ondersteunen de verhalen van ouders die zeggen dat hun autistische kinderen eerder wel spontaan en doelgericht woorden en gebaren gebruikten en dat ze meededen aan sociale spelletjes, maar die vaardigheden later weer verloren”, schrijven de onderzoekers in het tijdschrift Archives of General Psychiatry. Maar ze zien dus wel aanwijzingen dat er in die vroegste periode al iets anders was aan deze kinderen.
Dat blijkt ook uit interviews met de ouders. Slaapproblemen en overgevoeligheid voor aanrakingen lijken meer voor te komen bij kinderen die in hun tweede jaar autistisch worden.
Na de tweede verjaardag is er geen verschil meer te vinden in de ontwikkeling van de vroege en de late autisten, schrijven Werner en Dawson, die de kinderen al jaren volgen.
Wat zegt dit nu over de oorzaken van autisme? De onderzoekers later zich er niet over uit in hun artikel. Over een mogelijk verband met inentingen, zoals wel wordt gesuggereerd, zegt dit onderzoek niets.
Elmar Veerman
Emily Werner en Geraldine Dawson: “Validation of the phenomenon of autistic regression using home videotapes”, Archives of General Psychiatry, 1 augustus 2005