Augurken, eieren en aardbeienijs

Afvallen door geheugenvervalsing

Elisabeth Loftus, geheugenonderzoeker: “Hoewel we het verleden niet kunnen veranderen, kunnen we de herinnering aan dat verleden wel veranderen.”
Zoom
Elisabeth Loftus, geheugenonderzoeker: “Hoewel we het verleden niet kunnen veranderen, kunnen we de herinnering aan dat verleden wel veranderen.”

Elisabeth Loftus, de ongekroonde koningin van de valse herinneringen, presenteert een nieuwe manier om af te vallen: door dikkerds de herinnering aan te praten dat ze vroeger, als kind, ziek en misselijk zijn geworden van calorierijk eten.

Met aardbeienijs lukte het wel, met augurken en hardgekookte eieren ook. Met chocolate chip-cookies niet, en met aardappelchips ook niet. Elisabeth Loftus en collega's van de afdeling Psychologie van de Universiteit van Washington probeerden ruim 200 studenten aan te praten dat ze er vroeger, als kind, ziek van zijn geworden. Tot wel 40 procent van de proefpersonen bliefde daarna het eten in kwestie niet meer. Loftus is geen voedingsdeskundige, maar geheugenonderzoekster. Al dertig jaar houdt ze zich bezig met valse herinneringen en de kneedbaarheid van het geheugen. Het geheugen is allerminst onfeilbaar, toont dertig jaar onderzoek aan. Ooggetuigeverslagen moeten daarom met een flinke korrel zout worden genomen. Mensen herinneren zich dingen die er niet zijn - een schuur in een verlaten landschap bijvoorbeeld, een witte auto in plaats van een blauwe, of beelden van het El Al-vliegtuig op het moment dat het zich in de Bijlmerflat boorde, terwijl die beelden nooit zijn gemaakt. Loftus werpt zich al jaren op als getuige-deskundige in rechtszaken waarbij verdrongen herinneringen van seksueel misbruik een rol spelen. Met haar onderzoek probeert ze de wegen aan te geven waarlangs zulke herinneringen, ook als er niets is gebeurd, zich in het geheugen kunnen nestelen. Door suggestieve vragen van een therapeut, bijvoorbeeld. Want het blijkt verdacht gemakkelijk om mensen herinneringen aan te praten van dingen die nooit zijn gebeurd. Tien jaar geleden voerde Loftus het befaamde 'shopping-mall'-experiment uit. Vrijwilligers kregen daarbij de licht traumatische herinnering opgedrongen dat ze rond hun vijfde zoek waren geraakt in een groot winkelcentrum, met alle kinderpaniek die daar bij hoort. Ruim een kwart van de proefpersonen had na afloop van het experiment echte herinneringen aan de gebeurtenis die in werkelijkheid nooit had plaatsgevonden. De vrijwilligers werden vervolgens keurig gedebriefd - het was niet de bedoeling van de onderzoekers om de proefpersonen blijvend met de valse herinnering op te zadelen. Met het onderzoek dat deze week in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences is gepubliceerd, laat Loftus weer zien hoe gemakkelijk het is om gezonde proefpersonen valse jeugdherinneringen te bezorgen. Loftus probeerde de studenten aan te praten dat ze in hun jeugd vreselijk misselijk of ziek waren geworden van aardbeienijs, of chocolate chip cookies. Bedoeling van het onderzoek was te achterhalen wat het effect is van verzonnen herinneringen. De studenten werden eerst uitgebreid naar hun persoonlijke eetvoorkeuren gevraagd. Daarna kregen ze een zogenaamd op maat gemaakte computeranalyse van hun eetgedrag te zien. De herinneringen die de onderzoekers wilden implanteren in het brein van de nietsvermoedende studenten, stonden tussen gemeenplaatsen als 'In je jeugd hield je niet van spinazie' - wat zowat voor elk kind geldt. "Je bent ooit ziek geworden na het eten van aardbeienijs," en: "Na het eten van een chocolate chip-cookie ben je misselijk geworden," luidde de valse herinneringen. De studenten meenden ondertussen deel te nemen aan een onderzoek naar het verband tussen eetvoorkeuren en persoonlijkheid. De vrijwilligers werd vervolgens gevraagd een tijdje stil te staan bij juist deze gebeurtenis, die zogenaamd 'toevallig' uit de analyse was geselecteerd. "Denk na over deze gebeurtenis. Als je geen precieze herinnering hebt, probeer dan te bedenken wat er zou kúnnen zijn gebeurd. Hoe oud was je? Wat deed je op dat moment? Wie waren er bij je?" Aan het eind van het experiment werden opnieuw de eetvoorkeuren van de proefpersonen bepaald. De misselijkmakende herinnering aan de chocolate chip-cookies bleek geen enkel na-effect te hebben. De proefpersonen gaven niet aan meer of minder trek te hebben in zo'n koekje. Met aardbeienijs lag dat anders. Tot 40 procent van de deelnemers die de valse aardbeienijs-herinnering geloofden, verklaarde na afloop van het experiment minder trek te hebben in aardbeienijs. Dezelfde geheugenvervalsing heeft Loftus vorig jaar ook uitgeprobeerd met augurken, hardgekookte eieren en aardappelchips. Met de eieren en de augurken lukte dat, met de chips niet. Waarom de geheugenvervalsing niet lukt met chocolate chip-cookies en aardappelchips, is niet helemaal duidelijk. Loftus suggereert dat dat komt omdat chips en koekjes vaker op het menu staan dan aardbeienijs en augurken. Valse herinneringen lijken makkelijker op te wekken met wat minder alledaags voedsel. Hoewel Loftus en collega's het onderzoek niet uitvoerden om de eetvoorkeuren van groepen mensen te beïnvloeden - dat zoiets mogelijk zou zijn begon pas gaandeweg het onderzoek te dagen, schrijven de onderzoekers - opperen ze in het artikel dat de resultaten wellicht gebruikt zouden kunnen worden om mensen tot andere eetgewoontes aan te zetten. Door ze aan te praten dat ze in hun jeugd ziek zijn geworden van calorierijk eten, of, het omgekeerde, juist erg veel van groentes hielden, zou hun eetpatroon gezonder kunnen worden. Uitvoerbaar is zoiets natuurlijk niet. Valse herinneringen gedijen bij de gedachte dat het echte herinneringen betreft, en daarvoor zou je grote groepen mensen moeten voorliegen over hun verleden. Bovendien is niet duidelijk hoe lang de afkeer van aardbeienijs, eieren en augurken blijft. Loftus heeft de studenten alleen pal na het onderzoek ondervraagd naar hun voorkeuren. Jacqueline de Vree Elisabeth Loftus et al: "False beliefs about fattening foods can have healthy consequences", in PNAS, 1 augustus 2005.