Zure kostgangers

Extreem leven in Yellowstone Park

De geisers in het Yellowstone Park waar Norman Pace en collega's hun monsters vandaan haalden.
Zoom
De geisers in het Yellowstone Park waar Norman Pace en collega's hun monsters vandaan haalden.

Op een van de meest vijandige plaatsen op aarde, het Norris Geiserbassin in het Yellowstone park, zijn twee nieuwe soorten organismen gevonden. De vondst geeft astrobiologen aanwijzingen over waar ze moeten zoeken om buitenaards leven te vinden.

Het Norris Geiserbassin in het Yellowstone National Park is bekend vanwege zijn zure geisers. Een van de grootste is Echinus, en het hete water dat die geiser uitspuugt is bijna zo zuur als azijn. Maar het kan nóg zuurder. Het water dat onderzoekers van de Universiteit van Colorado uit de rotsen persten die verspreid liggen over het landschap, heeft een pH van 1. Dat wil zeggen dat het zó zuur is, dat je nagels erin oplossen. Geen plek waar je zo op het oog leven zou verwachten, en toch is dat precies wat Norman Pace en collega’s aantroffen. In het tijdschrift Nature van deze week beschrijven de onderzoekers twee nieuwe soorten micro-organismen die in de poriën van de zure rotsen huisden. Allereerst was daar een rode algensoort, van de familie van Cyanidium-organismen. Daarvan was al langer bekend dat het liefhebbers zijn van zure omgevingen. Verrassender was het voorkomen van organismen van de familie van mycobacteriën. Die laatsten zijn vooral bekend als de veroorzakers van menselijke ziektes als tuberculose en lepra. Ze zijn nog niet eerder aangetroffen in zulke extreem zure omgevingen. In een persbericht omschrijft Norman Pace de levensvormen als ‘pretty weird’. Pace vermoedt bovendien dat de twee micro-organismen in een vorm van symbiose met elkaar leven: de een heeft de ander nodig. Symbiose komt meestal voor tussen algen en schimmels. Dit zou een voorbeeld kunnen zijn van het vervlochten leven van een alg en een mycobacterie. De belangrijkste energiebron van de twee zuurliefhebbers is naar alle waarschijnlijkheid fotosynthese, waarbij zonlicht wordt omgezet in energie. Maar het is heel goed mogelijk dat ook andere vormen van energie worden aangewend door de organismen, stellen de onderzoekers in Nature. Extremofielen zoals de zuurminnende rotsbewoners zijn namelijk erg creatief bij het vinden van oplossingen voor het energieprobleem. Nog in januari beschreef de groep uit Colorado een groep micro-organismen uit hetzelfde Yellowstone Park die waterstof omzetten in energie. Maar ook de omzetting van zwavelverbindingen is er een waar extremofielen veelvuldig patent op hebben. Bijzonder is verder dat de micro-organismen ook ná hun leven sporen hebben achtergelaten in de zanderige rotsen. Blijkbaar heersen er rond de geisers van het Norris Bassin precies de goede omstandigheden om ze te laten fossiliseren. Astrobiologen zouden daarom op zoek moeten gaan naar gebieden op Mars die ooit, net als het Yellowstone Park, geothermische activiteit hebben vertoond, opperen de onderzoekers. Áls er ooit leven geweest is op de rode planeet, is de kans het grootst dat het daar zijn sporen heeft achter gelaten. Jacqueline de Vree Norman Pace et al, ‘Geobiology of a microbial endolithic community in the Yellowstone geothermal environment’, in: Nature, 21 april 2005