Rampplaneet

Zeespiegel zwalkt en zuurstof zwabbert

Een reconstructie van de lystrosaurus - andere reconstructies beelden hem af als een soort harige hond. Het dier was een van de weinige aardbewoners die 240 miljoen jaar geleden niet naar adem hoefde te snakken.
Zoom
Een reconstructie van de lystrosaurus - andere reconstructies beelden hem af als een soort harige hond. Het dier was een van de weinige aardbewoners die 240 miljoen jaar geleden niet naar adem hoefde te snakken.

Wat leven we toch op een snertplaneet. De ene keer schiet de zeespiegel opeens dertig meter omhoog; dan weer is de zuurstof op. Geen wonder dat van alle beesten die ooit over de aardbol rondliepen meer dan 99 procent is uitgestorven.

Het leven op aarde is weer wat onzekerder geworden. Uit twee studies in het blad Science van deze week blijkt dat vreselijke rampspoed op onze planeet toch echt eerder regel is dan uitzondering. Neem de zeespiegel. De mens maakt zich druk over de prognose dat de zeespiegel de komende eeuw wel eens met 90 centimeter mocht stijgen, door de opwarming van de aarde en de daarop volgende uitzetting van het zeewater. Peanuts, zo blijkt uit nieuw onderzoek. Lang geleden, toen de mens er nog bij liep als een halve aap, ging het NAP nog wilder op en neer dan tegenwoordig. Zelfs in klimatologisch rustige periodes, zoals tijdens ijstijden, schoot het zeeniveau soms opeens tientallen meters omhoog. Waarom, dat is een raadsel. Oceanografen William Thompson en Steven Goldstein bedachten een nieuwe manier om te bepalen hoe hoog de zee in het verleden precies heeft gestaan. Thompson en Goldstein kijken daarvoor naar oude, versteende koraalriffen die boven de zeespiegel uit steken. Omdat koraal bij voorkeur in ondiep water leeft, geeft de ouderdom van versteend koraal aan hoe hoog de zee op dat moment stond. Zo reconstrueerden Thompson en Goldstein de zeespiegelstand tussen ongeveer 240.000 jaar geleden en 70.000 jaar geleden – ruwweg vanaf de dagen van de Neanderthalers, tot het moment waarop de moderne mens Homo sapiens Afrika verliet. De uitkomsten zijn verbijsterend. Schijnbaar zonder reden blijkt de zeespiegel in de prehistorie soms opeens vele meters omhoog en omlaag te zijn geschoten. Zeker vijftien keer deed de zee raar. Neem de piek van 130.000 jaar geleden. In een paar millennia tijd ging de zee toen opeens een meter of dertig omhoog – en weer omlaag. Omgerekend komt dat neer op een zeespiegelstijging van een meter per eeuw, nog sneller dan de stijging die de mens met zijn broeikaseffect opdringt aan het zilte nat. En het komen en gaan van de zeeën is bepaald niet het enige gevaar op de planeet. Ook het zuurstofgehalte van de lucht kan gevaarlijk op en neer wippen. Hadden we geleefd aan het eind van het zogeheten Perm-tijdperk, dan hadden we zuurstofmaskers moeten dragen, zo constateren onderzoekers Peter Ward en Raymond Huey, ook in Science. Het Perm, de tijd van de kakkerlakachtige ‘trilobieten’, duurde van 290 tot 251 miljoen jaar geleden. En het tijdvak eindigde met een knaller: om onduidelijke redenen werd opeens 90 procent van al het zeeleven, en driekwart van alle landsoorten weggevaagd. Het leven aan het eind van het Perm was toch al geen pretje: vanaf ongeveer 240 miljoen jaar geleden bevatte de lucht slechts half zoveel zuurstof als vandaag. Huey en Ward hebben nog eens goed doorgerekend wat dat voor dieren op het land moet hebben betekend. De lucht zal op zeeniveau net zo ijl zijn geweest als vandaag alleen het geval is op de allerhoogste bergtoppen. En dat is dan nog op zeeniveau: een beest dat een berghelling opwandelde, zal halverwege uitgeput en snakkend naar adem zijn bezweken. Dat betekent dat landdieren van elkaar gescheiden werden door zelfs de laagste heuveltjes. Ongeveer de helft van al het land zal onbegaanbaar zijn geweest. Er was sprake van ‘langdurige milieu-degradatie’, zoals Ward en Huey het in geologentaal noemen. In gewoon Nederlands: al lang vóór de mysterieuze ramp die een eind maakte aan het Perm, zullen er diersoorten bij bosjes zijn uitgestorven. Dat sluit aan bij een ontdekking die Ward al in februari publiceerde, ook in Science. Aan de hand van een fossielenvindplaats in Zuid-Afrika stelde Ward toen vast dat er aan het einde van het Perm-tijdperk al een grote uitsterfgolf aan de gang was. De ramp van 251 miljoen jaar geleden zal voor veel levende wezens eerder de genadeklap zijn geweest, dan de spreekwoordelijke donderslag bij heldere hemel. Belangrijke uitzondering was een curieus, hondachtig wezen genaamd de lystrosaurus. Ook dat past in het plaatje: de lystrosaurus had een dikke, ronde borstkas, waardoor hij extra diep kon inademen. Het dier was een van de weinige beesten dat niet hoefde te happen naar adem. Een beetje verontrustend is dat de oorzaak van de problemen niet bekend is. Misschien werd de zuurstof weggezogen door moerasbacteriën, misschien werd het gas chemisch gebonden door vulkaangassen. Want ook dat heeft de roerige planeet op zijn kerfstok: tegen het einde van het Perm veranderde het huidige Siberië in een reusachtig, bubbelend vulkaanpark. Het valt nog helemaal niet mee, leven op aarde. Maarten Keulemans Raymond Huey en Peter Ward: “Hypoxia, global warming and terrestrial late Permian extinctions.” In: Science, Vol. 308, 398-401 (2005). Richard Kerr: “Gasping for air in Permian hard times.” In: Science, Vol. 308, 337 (2005). Peter Ward, Jennifer Botha, Roger Buick, Roger Smith et al.: “Abrupt and gradual extinction among late permian land vertebrates in the Karoo Basin, South Africa.” In: Science, Vol. 307, 709-713 (2005).