Het geel van de pimpelmees

Zangvogels alleen opzichtig voor soortgenoten

Het geel van de pimpelmees ziet er voor ons een beetje vaal uit, maar voor soortgenoten spettert het. Foto: Raymond & Barbara Wiles
Zoom
Het geel van de pimpelmees ziet er voor ons een beetje vaal uit, maar voor soortgenoten spettert het. Foto: Raymond & Barbara Wiles

Zangvogels zijn gevoelig voor ultraviolet licht. Dat stelt ze in staat opvallend gekleurd te zijn voor soortgenoten zonder al te veel op te vallen voor roofvogels, die de UV-gevoeligheid missen. Volgens de Zweedse onderzoekers gebruiken zangvogels ultraviolet licht als privé communicatiekanaal.

Het moet een raar gezicht geweest zijn: onderzoekers van de Universiteit van Uppsala die in de kelder van het Zweedse natuurhistorische museum in Stockholm opgezette vogels onder de halogeenlamp hielden. Het teruggekaatste licht van kop en borst maten ze met een spectrometer, die de precieze samenstelling van het licht vastlegde. Anders Ödeen en zijn collega’s wilden weten hoe zichtbaar de vogels voor elkaar waren en voor roofvogels. Kleine zangvogels in het bos hebben een groot probleem. De mannetjes moeten zorgen dat ze opvallen voor de vrouwtjes. Dat doen ze door hard te zingen en door het dragen van gekleurde tooien. Maar felle kleuren betekenen ook een risico: het maakt ze niet alleen goed zichtbaar voor de wijfjes, maar het maakt ze ook tot een gemakkelijke prooi. Een typisch Darwiniaans dilemma, waarvoor de natuur een originele uitweg heeft ontwikkeld. Uit onderzoek van het netvlies van vogels is duidelijk geworden dat ze verschillende kleuren anders zien. Grofweg is er een tweedeling te maken tussen ultraviolet-gevoelige vogels en vogels die dat niet zijn. De UV-gevoelige vogels zien ook licht met een golflengte korter dan 400 nanometer. Ter vergelijking: mensen zien alleen licht tussen 400 (paars) en 700 (rood) nanometer. Zangvogels zijn dus UV-gevoelig, maar roofvogels zoals valken en kraaien zien ultraviolet net zo min als wij. Dat verschil in waarneming leidde de Zweedse onderzoekers tot de veronderstelling dat zangvogels gebruik zouden kunnen maken van het verschil in spectrale gevoeligheid. Met andere woorden, zangvogels zouden kleuren ontwikkeld hebben die hen tegen de achtergrond van het bos goed zichtbaar maken voor soortgenoten, maar voor roofvogels een stuk minder. Dat lijkt aannemelijk, maar het is moeilijk te meten. De onderzoekers maten de samenstelling (kleur) van het licht in naald- en loofwouden en ze maten de kleur van de verschillende bladeren en dennennaalden. Tegen die achtergrond plaatsten ze de meetgegevens van de opgezette vogels uit het museum. Vervolgens berekenden ze een getalsmatige maat voor hoe opvallend het vogelkleed afstak tegen de achtergrond voor de twee verschillende visuele systemen. Dat leidde tot een grafiek waarin de opvallendheid van een vogelkleed voor soortgenoten uitgezet is tegen die voor roofvogels. En wat blijkt? In het dennenbos zijn alle zangvogels meer opvallend voor soortgenoten dan voor roofvogels en in het loofbos geldt dat voor elf van de achttien soorten. Het meest opvallend daarbij is de pimpelmees. De gele borst van de pimpelmees heeft voor valken en kraaien een vale gele kleur, maar voor soortgenoten, die ultraviolet gevoelig zijn, is de kleur twee keer zo sterk. De onderzoekers noemen het ultraviolette licht een 'afgeschermd communicatiekanaal' van de zangvogels. In dit deel van het spectrum kunnen de mannetjes gerust opvallende seksuele kenmerken ontwikkelen zonder dat ze daardoor extra gevaar lopen. Jos Wassink Olle Hastad, Jonas Victorsson, Anders Ödeen: “Differences in color vision make passerines less conspicuous in the eyes of their predators”, PNAS, 3 mei 2005, Vol. 102, No. 18, 6391 – 6394.