Papegaaienpraat

het geheim van tongen

Monniksparkieten zijn afkomstig uit Zuid-Amerika, maar -losgelaten door hun Amerikaanse eigenaars- uitgegroeid tot plaag in Florida. Aan proefdieren geen gebrek. Foto: Kathleen Carr
Zoom
Monniksparkieten zijn afkomstig uit Zuid-Amerika, maar -losgelaten door hun Amerikaanse eigenaars- uitgegroeid tot plaag in Florida. Aan proefdieren geen gebrek. Foto: Kathleen Carr

Herrie maken is één, maar voor subtielere communicatie is een beweeglijke tong nodig. Dat geldt voor de mens, maar ook voor papegaaien. Lorre heeft meer met ons gemeen dat tot nu toe gedacht werd.

Vogelkenners weten al langer dat kletsende papegaaien hun tong driftig heen en weer bewegen. Biologen Gabriël Beckers (Leiden) en Brian Nelson (Indiana University) hebben nu voor het eerst aangetoond dat papegaaien inderdaad hun tong gebruiken om hun stem te kleuren. Die notie versterkt volgens de onderzoekers de parallel tussen menselijke spraak en vogelzang. Bij zowel mensen als papegaaien en zangvogels wordt de stem in twee fasen gevormd: een stemorgaan in de keel maakt de trillingen, die in de mondholte verder gekneed worden tot de gewenste klank. Een verschil tussen beiden is, dat een papegaai geen stembanden in het strottenhoofd heeft, maar een stemorgaan onderin de luchtpijp, ‘syrinx’ genaamd. Ook moeten vogels het zonder de beweeglijke lippen stellen, maar de tongfunctie lijkt opmerkelijk gelijk. “Als je schakelt tussen een langgerekte ‘aaa’, ‘eee’ of ‘iiee’, voel je dat je tong naar achter trekt”, licht Beckers toe. Het verschil in die klinkers zit niet in de toonhoogte, maar in een andere mix van de samenstellende klanken. Bij de passage van het geluid door keel en mond blijven bepaalde frequentiegebieden duidelijk hoorbaar, terwijl andere frequenties erdoor uitgedoofd worden. Wat er aan klanken overblijft, bepaalt de kleur van de stem. De tong mixt de klanken, zoals een demper dat met de trompetklank doet. Het probleem is hoe zoiets experimenteel te onderzoeken. Daarin kwam de natuur Beckers te hulp, want in veel zuidelijke Amerikaanse staten heerst een parkietenplaag. Plaatselijke autoriteiten zien zich hierdoor genoodzaakt de dieren van tijd tot tijd te vangen en te ruimen. Zo kwam Beckers eenvoudig aan zijn proefdieren, want vocaal gezien is er weinig verschil tussen papegaaien en parkieten. In plaats van eindeloos naar het gekwetter van parkieten te luisteren, koos Beckers ervoor het heft in eigen hand te nemen. Bij een ge-euthaniseerde parkiet verving hij het stemorgaan door een klein luidsprekertje uit een gehoorapparaat. Het luidsprekertje stuurde een ruistoon door de parkietenkop. Beckers kon de klank van de ruis beïnvloeden door de tong een minuscuul eindje te bewegen: “Een fractie van een millimeter maakt al een groter verschil dan een A en een O in menselijke spraak.” Beckers ziet vogels als geschikt model voor spraakverwerving bij de mens. “Chimpansees en andere primaten hebben geen spraak zoals de mens, vogels wel. Ze leren bepaalde klanken en melodieën in hun jeugd, slaan die op, en reproduceren die zelf het volgende seizoen. Ook kennen ze plaatselijke dialecten.” Vervolgstudie van hoe vogels hun ‘spraak’ verwerven, kunnen ideeën geven hoe dat bij mensen gebeurt. Handig, want het experiment van Beckers laat zich met mensen bezwaarlijk herhalen. Jos Wassink Gabriel J.L. Beckers, Brian S. Nelson and Roderick A. Suthers: Vocal-Tract Filtering by Lingual Articulation in a Parrot. In: Current Biology, Vol. 14, 1592 - 1597, 7 sept 2004.