Klopjacht op astma
Focus op verdacht bloedbestanddeel

- Zoom
- Vrijwel alle astmapatiënten inhaleren steroïden om de activiteit van eosinofielen in hun longen te onderdrukken. Foto: Michelle Salmieri, Shock & Awe A-Go-Go
Twee Amerikaanse groepen hebben de jacht geopend op een verdacht type witte bloedcel. Al meer dan honderd jaar wordt deze cel ervan verdacht de veroorzaker te zijn van astma. Maar de twee groepen komen tot verschillende conclusies. “Interessant”, vindt een Nederlandse specialist.
Het afgelopen jaar kwamen er in Rotterdam tien patiënten vanwege hun astma op de beademing terecht. Zonder die voorziening waren ze waarschijnlijk gestikt. Die ernstigste gevallen zijn het topje van de ijsberg, want astma is een epidemie geworden. De afgelopen tien jaar is het aantal patiënten verdubbeld met een onevenredig groot aandeel onder jonge kinderen. Ruim tien procent van hen heeft astma.
Ondanks de enorme toename van astma blijft de oorzaak een raadsel. De symptomen zijn bekend: benauwdheid, piepen op de borst en hoesten. Het zijn de merkbare gevolgen van de vernauwing van de luchtwegen, geïrriteerd slijmvlies, slijmproductie en aantasting van de luchtwegen door chronische ontstekingen. Ook bestaat er overeenstemming over wat allergische astma is. Immunoog Karp omschrijft de ziekte in in Science als “een overgevoeligheidsreactie op tamelijk onschuldige bestanddelen in de lucht bij genetisch gevoelige individuen.” Maar die omschrijving verhult nogal wat onbegrip en controverse.
Eén van die controverses gaat over de eosinofielen, witte bloedlichaampjes die ervan verdacht worden de oorzaak te zijn van de irritaties en ontstekingen in de luchtwegen. Ze zijn daartoe in staat dankzij de gifstoffen die ze in ruime hoeveelheden aan boord hebben. Die giffen zijn bedoeld als afweer tegen parasieten en andere indringers, maar bij astma worden ze per abuis tegen het eigen lichaam ingezet. Aha, denken sommigen, dàt is dus waar het immuunsysteem in de fout gaat. Die gedachte werd gesteund door de observatie van veel eosonofielen in het eerste pathologische onderzoek van een overleden astmapatiënt. Dat was aan het eind van de achttiende eeuw en sinds die tijd staan de ‘eo’s’ onder ernstige verdenking.
Twee verschillende onderzoeksgroepen wilden helderheid te brengen in de langslepende controverse over de rol van eosinofielen in astma. Ze gebruikten moderne genetische technieken om bij muizen de aanmaak van eosinofielen stil te leggen. Daarna kregen de muizen een stofje toegediend om een astma-aanval uit te lokken. De muizen van de groep van James Lee (Mayo Clinic Arizona) hadden helemaal geen last van de luchtwegen, terwijl de controlegroep het Spaans benauwd kreeg. Zijn conclusie: zonder eosinofielen geen astma.
Maar de groep van Alison Humbles (Harvard Medical School, Boston) kreeg met een andere stam muizen heel andere resultaten. Ook zij lokten bij de muizen een astma-aanval uit, maar in dit geval werden de muizen wèl benauwd. Ook zonder eosinofielen. Als enig verschil met de controlegroep vond Humbles dat bij de eosinofielenloze muizen schade aan de luchtwegen uitbleef. Haar conclusie: ook zonder ‘eo’s’ komt astma voor.
De tegengestelde conclusies zijn te verklaren door de verschillen in genetische achtergrond van de muizen, weet kinderarts De Jongste van het Erasmus MC. “Dat is altijd bij dierexperimenten. Cavia’s bijvoorbeeld worden al benauwd als je ernaar kijkt en andere dieren krijg je met geen mogelijkheid astmatisch.” Het verbaast hem daarom niets dat verschillende muizenstammen ook uiteenlopend reageren op een astmatest.
De Jongste ziet wel overeenkomsten met experimenten met astmapatiënten. Ook bij hen zijn de eosinofielen onderdrukt in de hoop de astma te genezen. Dat gebeurde met geneesmiddelen. Maar hoewel de eosinofielen verdwenen, bleef de ziekte.
De resultaten met de muizen lijken nu te suggereren dat, hoewel eosinofielen niet essentieel zijn voor overgevoeligheid, ze wel verantwoordelijk zijn voor de ontstekingsschade. De Jongste zou dan ook graag zien dat het experiment om ‘eo’s’ bij patiënten te onderdrukken langer wordt voortgezet. De eerdere conclusie dat het bij mensen geen nut zou hebben vindt hij voorbarig. “Het kan best zijn dat ze er na verloop van tijd toch beter aan toe zijn.”
De controverse is nog niet uit de lucht. Maar wel is duidelijk dat eosinofielen bij astma niet altijd de sleutelrol spelen die hen lang is toegedicht.
Jos Wassink
James J. Lee, Dawn Dimina, MimI P. Macias et. al: “Defining a Link with Asthma in Mice Congenitally Deficient in Eosinophils” in Science, Vol. 305, 17 sep 2004, p. 1773 – 1776
Alison A. Humbles, Clare M. Lloyd, Sarah J. McMillan et. al: “A Critical Role for Eosinophils in Allergic Airways Remodeling” in Science, Vol. 305, 17 sep 2004, p. 1776 – 1779.