Kleine duwtjes kunnen soms grote gevolgen hebben. Dat geldt voor kiezeltjes die van de berghelling rollen en een lawine veroorzaken. Maar ook voor de natuur.
Haal een anoniem plantje weg uit, zeg, Guatemala – en er zou zomaar een heuse 'uitsterf-lawine’ kunnen ontstaan. Er kan dan een dodelijke kettingreactie op gang komen die ervoor zorgt dat de ene na de andere soort uitsterft. In korte tijd zou de natuur instorten, om uiteindelijk weer in een andere evenwichtstoestand verder te gaan.
Zonder het van elkaar te weten hebben twee onderzoeksgroepen, een uit Wageningen en een uit Amerika, laten zien dat dergelijke lawines écht mogelijk zijn. De onderzoekers willen maar zeggen: kijk uit, mensheid, een catastrofe lijkt op handen. Of, in woorden van de Wageningse waterbiologen Egbert van Nes en Marten Scheffer: “Onze resultaten laten zien dat de overal aanwezige, geleidelijke milieuverandering kan zorgen voor cascades.”
Van Nes en Scheffer speelden op de computer een ecosysteem na, met tal van planten- en diersoorten. Daarna veranderden ze hun nagebootste wereld een klein beetje, bijvoorbeeld door de temperatuur te wijzigen. Dat zorgde wonderlijk genoeg niet direct voor opvallende veranderingen. De aanpassing kwam pas na een tijdje, en ging schoksgewijs. Opeens kwam er een uitsterfgolf op gang. De natuur schoot door naar een ander evenwicht, als een bal die eerst op het randje van de tafel ligt, na een klein duwtje valt, en op de grond weer tot stilstand komt.
Die ontdekking werpt nieuw licht op extincties. Misschien was de meteoorinslag die 65 miljoen jaar geleden het eind van de dinosauriërs inluidde wel eerder een fataal duwtje, dan een allesvernietigende mokerslag vanuit het niets. “De veerkracht van een levensgemeenschap wordt langzaam ondermijnd,” licht Van Nes het uitsterfproces toe. “Hoewel er op het eerste gezicht vrijwel niets verandert, wordt het systeem fragiel. Zodat het bij een verstoring opeens kan instorten.”
Amerikaanse en Singaporese onderzoekers deden intussen een andere verontrustende ontdekking. Als een soort uitsterft, kan dat een kettingreactie teweeg brengen. Parasieten, mijten, vlinders, kevers en wormpjes die voor hun bestaan afhankelijk zijn van de verdwenen soort, lopen het gevaar mee het graf in te worden gezogen. “Co-extinctie,” is het bedrieglijk gezellige woord daarvoor.
Heather Proctor en collega’s van de universiteiten van Alberta, Tennessee en Singapore namen een lijst van ruim twaalfduizend bedreigde planten- en diersoorten, en bekeken welke organismen van de soorten afhankelijk zijn. Hun conclusie: als alle onderzochte soorten inderdaad zouden verdwijnen, dan slepen ze nog eens 6300 andere planten en dieren mee de dood in.
Anders gezegd komt dat erop neer dat er voor iedere twee soorten die uitsterven er nog eens eentje extra van de aardbodem verdwijnt. Zo kan er een complete kettingreactie ontstaan die een heel ecosysteem uit balans duwt, menen de onderzoekers.
Het team noemt het voorbeeld van de vlinder ‘Parantica aspasia’ uit Singapore. In de stadsstaat staat een anonieme klimplant op uitsterven, en de vlinder is daarvan de dupe omdat hij van de plant afhankelijk is. Geen plant meer, en “we zullen deze prachtige vlinder alleen nog op foto’s en in het museum kunnen bewonderen,” zegt Proctor nogal theatraal.
Ook de Wageningers wijzen erop dat uitsterf-lawines geen rekenkundige rariteit zijn, maar thuishoren in de échte wereld. “Bijna alle biologische leefgemeenschappen staan bloot aan langzame veranderingen van klimaat, voedingsstoffen, grondwaterniveaus en andere factoren. (…) Het bestaan van alternatieve [evenwichtstoestanden] betekent dat hoewel de verandering in biodiversiteit geleidelijk zal zijn, zich af en toe scherpe verschuivingen kunnen voordoen, die moeilijk zijn te voorzien en onomkeerbaar zijn.”
Van Nes bekijkt het nuchter. “Onze achter-achterkleinkinderen moeten het wellicht met de helft van het huidige aantal soorten doen. Daar zitten zeker voor de mens veel potentieel nuttige soorten bij. We weten anderzijds door reconstructie van eerdere [uitsterfgolven] dat de evolutie zo’n gat altijd weer dicht. Dat duurt alleen wel zo’n vijf miljoen jaar.”
Maarten Keulemans
Egbert van Nes en Marten Scheffer: “Large species shifts triggered by small forces”. In: The American Naturalist, Vol. 164, 255-266 (2004).
Lian Pin Koh, Robert R. Dunn, Heather Proctor, Vincent Smith et al.: “Species coextinctions and the biodiversity crisis”. In: Science, Vol. 305, 1632-1635 (2004).