Jacques Benveniste, 1935-2004

Mister Homeopathie overleden

Jacques Benveniste, 1935-2004
Zoom
Jacques Benveniste, 1935-2004

In een ziekenhuis in Parijs is vorige week Jacques Benveniste overleden, de controversiële wetenschapper die naam maakte met experimenten die aan zouden tonen dat water een geheugen heeft. En dat was koren op de molen van homeopaten.

Jacques Benveniste was ongetwijfeld een van de meest controversiële wetenschappers van de afgelopen eeuw. Zijn misdaad? Hij kwam met een verklaringsmechanisme voor homeopathie. Water, zo stelde hij in 1988 in een artikel in het tijdschrift Nature, had een geheugen. En daardoor ‘onthield’ het met welke moleculen het in aanraking was geweest. Zelfs als de oplossing miljoenen keren verdund was en er van de stof zelf geen spoor meer te vinden was. Het zou Benveniste zijn reputatie kosten, en zijn baan. Benveniste was absoluut geen rebel in hart en nieren. Hij was tot eind jaren tachtig een internationaal erkend immunoloog, en wetenschappelijk directeur van het Franse medische onderzoeksinstituut INSERM (Institut National de la Santé et de la Recherche Médicale). Hij bezat onder meer een patent op een test voor allergie. Begin jaren tachtig nam Benveniste een nieuwe onderzoeker aan, die een zijdelingse belangstelling had voor homeopathie. Benveniste gaf zijn medewerker toestemming om de allergene werking van een paar homeopathische mengsels te onderzoeken met zijn test. “Maar je zult alleen water testen,” schamperde hij. Maar de test sloeg rood uit. De homeopathisch verdunde allergenen brachten wel degelijk een afweerreactie teweeg bij zogeheten basofielen, de witte bloedcellen die de reactie van het lichaam op allergische stoffen reguleren. Geïntrigeerd door dit resultaat, maar uiterst behoedzaam zochten Benveniste en collega’s nog twee jaar verder, maar de uitslag van het experiment was telkens hetzelfde. In 1988 deed Benveniste uiteindelijk verslag van zijn bevindingen in het tijdschrift Nature. En toen brak de hel uit. De uiterst skeptische John Maddox, hoofdredacteur van het gerenommoeerde tijdschrift, was akkoord gegaan met publicatie onder één voorwaarde: dat een speciale commissie de resultaten van Benveniste mocht komen checken. Maar in plaats van een wetenschappelijk comité kreeg Benveniste bezoek van een goochelaar – James Randi – en een bekend fraudejager: de journalist Walter Stewart. Wat volgde was ‘een heksenjacht’, aldus Benveniste, vergelijkbaar met de inquisitie. Randi, Stewart en Maddox slaagden er niet in de resultaten van Benveniste te reproduceren, en in het volgende nummer van Nature werd dan ook de vloer aangeveegd met zijn onderzoek. De consequenties voor zijn carrière waren pijnlijk. Het Franse wetenschappelijk establishment (“de Ayatollahs van de wetenschap”) eiste dat hij opstapte, omdat hij het land te schande had gemaakt. Zijn lab werd ontmanteld en uiteindelijk gesloten. Benveniste heeft nooit afstand genomen van zijn onderzoeksresultaten. Sterker nog: hij bleef de homeopathische zaak hardnekkig toegewijd. In 1997 richtte hij het bedrijfje DigiBio op, en kwam met een nieuwe verklaring over de werking van homeopathisch verdunde vloeistoffen. Biomoleculen, stelde hij, communiceren met laagfrequente elektromagnetische golven. Benveniste claimde dat hij in staat was om die signalen op te vangen, en door ze weer af te spelen kon hij hun biochemische werking nabootsen, ook als de stof zelf niet meer aanwezig was. De informatie zou zelfs via internet verstuurd kunnen worden. Wetenschappelijke erkenning heeft Benveniste in de tweede helft van zijn carrièrre niet meer gekregen. Wel kleeft hem de schamele eer aan de enige wetenschapper te zijn die tweemaal in zijn carrière een IgNobelprijs kreeg toebedeeld. In 1991 viel de schertsprijs hem ten deel voor zijn onderzoek naar het geheugen van water, en in 1998 kreeg hij de prijs nogmaals vanwege zijn beweringen dat dergelijke informatie via internet en telefoon verstuurd kan worden. Jacqueline de Vree