Dwergen, draken en dorpsverhalen

Nieuwe loot aan menselijke stamboom

Fotograaf Peter Brown portretteert de dwergmens uit Flores.
Zoom
Fotograaf Peter Brown portretteert de dwergmens uit Flores.

Misschien zijn de volksverhalen uit Flores over kleine aapmensen die in het bos leven dan toch geen fabeltjes. Op het Indonesische eiland is namelijk een achttienduizend jaar oud skelet gevonden van een onbekende dwergmens. Hij was amper een meter groot en had hersens ter grootte van een grapefruit.

Vorig jaar augustus werden in een grote kalksteengrot in de bergen van het Indonesische eiland Flores resten van een dwergmens gevonden. Een Australisch team onder leiding van Mike Morwood vond onder meer een schedel met onderkaak, een heup en dijbeen. De dwergmens was minder dan een meter groot en leefde achttienduizend jaar geleden: de tijd toen de moderne mens alom aanwezig was. Uit die botten blijkt dat de dwergmens zo sterk afwijkt van alles wat tot nu toe bekend is, dat de vondst een nieuwe soortnaam heeft gekregen: Homo floresiensis. Op dezelfde plek zijn bovendien ook zijn menu en bestek aangetroffen: eenvoudige stenen werktuigen, botten van van dwergolifanten (Stegodon) en verkoolde resten van draakachtige komodovaranen, reuzenratten en vogels. Het gebeurt maar zelden dat een vondst zo compleet is, en nog minder dat het tafereel dat zich achter de vondsten aftekent zo bizar is. Een dwergmens van amper een meter groot, die zich voedt met (vooral jonge) dwergolifanten, grote komodovaranen en reuzenratten. “Op Flores doen verhalen de ronde over aapachtige kleine mensen,” vertelt Gert van den Bergh. Hij is geoloog bij het NIOZ, en werkte mee aan de opgraving. Sinds de vondst van de dwergmens is hij die volksverhalen anders gaan beluisteren. Ouders waarschuwen hun kinderen voor de “Ebu Gogo”, letterlijk: de vraatzuchtige oma, die in een grot in het bos leeft. Ze steelt maïs en bananen van de akkers en soms ook kinderen. Van den Bergh: “Misschien leefde de dwergmens een paar honderd jaar geleden hier werkelijk nog.” Het ligt voor de hand te denken dat de dwergmens van Flores een kind is geweest. Dat zou de opmerkelijk kleine lichaamslengte verklaren. Maar de samenstelling en de slijtage van het gebit wijst zonder twijfel op een volwassene. Een vrouw, denken de onderzoekers, naar de heupfragmenten te oordelen. Ook zou je kunnen denken dat de vondst een primitieve aapachtige mens was, maar de vorm van de schedel is veel moderner. Er is geen ontsnappen aan: de dwergmens uit Flores is een nieuwe loot aan de menselijke stamboom, een nazaat van Homo erectus. “Maar wel een verrekt kleine. Ik weet niet wat ik ermee aan moet,” verzucht paleontoloog John de Vos van Naturalis. Ook is het een raadsel hoe de dwergmens op Flores terecht is gekomen. Het eiland wordt, zelfs bij extreem lage waterstand, door twee zeestraten (van tien respectievelijk vijftien kilometer breed) gescheiden van het Aziatische vasteland. Alles wat leeft op het eiland, moet er over zee gekomen zijn. Maar betekent dat ook dat H. floresiensis vlotten kon bouwen, of is hij er ooit aangespoeld, zich angstig vastklampend aan een drijvende boomstam? De oudste sporen van menselijke aanwezigheid op Flores zijn achthonderdduizend jaar oud. In die tijd liep Homo erectus op aarde rond, een rechtop lopende mensachtige met een bescheiden herseninhoud (één liter, tweederde van de moderne mens). H. erectus verspreidde zich vanuit Afrika over Europa, Oost- en Zuidoost Azië. Het moet dus Homo erectus geweest zijn die achthonderdduizend jaar geleden op Flores aanlandde. “Volgens mij is het een ondersoort van de Homo erectus,” zegt John de Vos. “Ik zou hem dus Homo erectus floresiensis genoemd hebben. Ook die dikke wenkbrauwbogen zijn kenmerkend voor erectus.” Merkwaardig is wel dat H. erectus tamelijk fors was, met een lichaamlengte tussen 1,55 en 1,78 meter en herseninhoud tussen 650 en 1260 milliliter. Terwijl de dwergmens uit de grot maar een meter groot is, en een verbijsterend kleine schedelinhoud heeft van 380 milliliter. “Daar worstel ik mee,” zegt John de Vos van Naturalis. “Zelfs de chimpansee heeft meer hersens.” Dwerggroei komt vaker voor in de natuur, maar een dergelijke teruggang in hersengrootte is niet eerder vertoond. Vooral eilanden staan bekend om extremen in lichaamsgrootte. De Vos vat het samen als: “kleine soorten worden groot, grote klein.” Voorbeelden zijn reuzenmuizen en reuzenratten, grote lopende vogels (zoals de dodo), maar ook dwergolifanten en dwergmammoeten. Bij olifanten is de lichaamsgrootte van belang voor de verdediging, maar als de roofdieren ontbreken, vervalt die evolutionaire druk en krimpt de lichaamsgrootte in de loop der tijd. Zo was omstreeks achthonderdduizend jaar geleden de olifant op Flores nog duizend kilo zwaar. Duizenden jaren later werd dat 350 kilo. Ook de ‘verdwerging’ van Homo floresiensis is volgens de onderzoekers het gevolg van het eilandmilieu: behalve de komodovaraan zijn er geen grote roofdieren en zonder landbouw biedt het regenwoud niet veel te eten. Onder die evolutionaire druk zou een klein lichaam voordelig zijn. Ook de huidige bewoners van het regenwoud in Afrika of Azië zijn klein van stuk. Het is in de natuur op zich niet bijzonder dat er nieuwe soorten ontstaan, en de mens vormt daarop geen uitzondering. “Ook nu zie je uitsplitsingen in gespecialiseerde rassen,” merkt John De Vos op. “Neem de gedrongen Inuït, de lange Watuzi of de kleine Pygmeeën. Als die lang genoeg geïsoleerd zouden blijven, krijg je op den duur ook extreem aangepaste menssoorten.” Maar De Vos weet dat hij zich op glad ijs begeeft zo gauw hij over rassen binnen de menselijke soort spreekt. “Bij honden mag dat wel.” Gert van den Bergh gaat volgend jaar terug naar Flores om verder te graven met het Australische team. Hij wil dan ook meer weten van de dorpsverhalen. De sages geven aanwijzingen voor een antwoord op een veelgestelde vraag: hoe hebben verschillende menssoorten duizenden jaren naast elkaar geleefd? Het is niet precies bekend wanneer de moderne mens Homo sapiens op Flores aankwam. Maar de vroegste sporen in Australië zijn ruim veertigduizend jaar oud, zodat je er vanuit kan gaan dat sapiens en floresiensis op Flores tienduizenden jaren naast elkaar hebben geleefd. Dorpelingen vertellen dat de kleine aapmensen uit het bos op een dag een baby roofden. Dat maakte zoveel los in het dorp dat de bewoners met gedroogde palmvezels naar de grot gingen waar de aapmensen woonden. De dwergmensen namen de gift aan en sleepten het spul mee naar binnen. Toen het materiaal eenmaal binnen was, staken de dorpsbewoners het in brand en keken toe hoe de dwergmensen in hun grot verbrandden. De dorpsbewoners weten met zoveel stelligheid de grot aan te wijzen waar dat gebeurd zou zijn, dat Gert van den Bergh er volgend jaar een kijkje wil gaan nemen. Het zou hem niets verbazen er resten te vinden die maar een paar honderd jaar oud zijn. Misschien zijn we als Homo sapiens pas sinds heel kort alleenheerser op aarde. Jos Wassink P. Brown, T. Sutikna, M.J. Morwood, R.P. Soejono et. al: “A new small-bodied hominin from the Late Pleistocene of Flores, Indonesia”, Nature, Vol. 431, 28 okt 2004, p. 1055 – 1061 Marta Mirazón Lahr, Robert Foley: “Human evolution writ small”, Nature, Vol. 431, 28 okt 2004, p.1043 – 1044 M.J. Morwood, R.P. Soejono, R.G. Roberts, G.D. van den Bergh et. al.: “Archaeology and age of a new hominin from Flores in eastern Indonesia”, Nature, Vol. 431, 28 okt. 2004, p. 1087 - 1091