Volkstelling in de oceanen

Digitale snelweg der zee

Eencellige eukarioot, ca 2mm. [foto: L. Amaral Zettler]. Microben maken naar schatting 90 procent van de biomassa in de oceanen uit.
Zoom
Eencellige eukarioot, ca 2mm. [foto: L. Amaral Zettler]. Microben maken naar schatting 90 procent van de biomassa in de oceanen uit.

Vergeet de treurige berichten over het uitsterven van diersoorten op aarde even. Voorlopig zijn er nog genoeg dieren die nog nooit eerder door de wetenschap beschreven zijn. In zee bijvoorbeeld.

“We hebben nog maar het topje van de ijsberg te pakken,” zegt Frederick Grassle van Rutgers University en verbonden aan de Census fo Marine Life, de volkstelling van al het leven in zee. “We hebben nog geen 5 procent van de oceanen in kaart gebracht.” Hoe kan het ook anders, met de onmetelijk uitgestrekte oceanen. Ze maken 70 procent van het aardoppervlak uit, en 90 procent van de biosfeer op onze planeet. De Census of Marine Life is dan ook ronduit een helse klus. Aan het tien jaar durende project – de Census loopt van 2000 tot 2010 – werken honderden wetenschappers uit meer dan zeventig verschillende landen mee. Vandaag presenteert de Census de hoogtepunten van het afgelopen jaar. In de database van de Census zijn nu 38.000 verschillende soorten zeewezens opgenomen. Dat zijn er 13.000 meer dan vorig jaar. Er werden onder meer 106 vissoorten toegevoegd – gemiddeld twee per week. Het totale aantal vissen dat gecatalogiseerd is door de Census bedraagt daarmee 15.482. De onderzoekers denken dat dat de komende jaren nog op zal lopen tot 20.000. Ook omvat de Census bijna 7000 soorten dierlijk plankton, kleine organismen die niet in staat zijn zelfstandig tegen de stroom op te zwemmen. In 2010 is dat aantal naar verwachting verdubbeld. Er zijn zo’n 230.000 verschillende levensvormen in zee beschreven in de wetenschappelijke literatuur, veel méér dan nu in de database van de Census of Marine Life zijn opgenomen. Naar schatting bedraagt het totale aantal soorten in de zeeën en oceanen wellicht nog tien keer zo veel: ruim twee miljoen. Er is kortom nog wel wat werk te doen, de komende zes jaar. ‘Nieuw’ zijn de meeste van de13.000 soorten die dit jaar aan de database zijn toegevoegd overigens niet - althans niet voor de wetenschap, bevestigt Edward vanden Berghe van het Vlaamse Instituut voor Onderzoek der Zee en verbonden aan de Census of Marine Life. “Wel zijn ze nieuw voor OBIS”. OBIS staat voor het Ocean Biogeographic Information System, de database die alle gegevens over levende organismen in zee beschikbaar maakt voor de wetenschappelijke internetgebruiker. De digitale snelweg van de zee, of ‘information seaway’, zo wordt het 9,5 miljoen dollar kostende project wel genoemd. Om opgenomen te worden in OBIS is het onder meer van belang dat de vindplaats van de soorten bekend is. Ook vallen er bij nadere inspectie soorten af, omdat ze dubbel geteld zijn: wetenschappers op verschillende plekken geven andere namen aan hetzelfde beestje. De database bevat nu 5,2 miljoen gegevens over vindplaats en datum van 38.000 verschillende soorten. Vorig jaar om deze tijd waren dat nog slechts 1,1 miljoen gegevens. Uit de gegevens in OBIS blijkt dat we nog maar bitter weinig weten over het leven in de diepzee. Zo’n 95 procent van de geregistreerde waarnemingen betreft leven in de bovenste lagen van de oceanen. Minder dan eenduizendste is afkomstig van de onderste helft van de zeekolom. Jacqueline de Vree