Het stond in het Britse topblad The Lancet, mét hoofdredactioneel commentaar. En dus zal het wel goed zijn, moeten veel nieuwsmedia hebben gedacht. Eind oktober, vier dagen voor de Amerikaanse presidentsverkiezingen, was daar het nieuws: bij de aanval op Irak zijn honderdduizend onschuldige burgers gedood. Aldus meldt The Lancet na onderzoek. De opschudding in met name Amerika en Engeland was groot.
Voor hun schatting namen Les Roberts en collega’s van de Johns Hopkins Universiteit en de Columbia Universiteit een steekproef van 988 huishoudens, verspreid over Irak. In interviews werd de mensen gevraagd of er in het gezin ook doden waren gevallen als gevolg van de oorlog. Dat getal (honderd doden) werd omgeslagen naar heel Irak. De onderzoekers hoopten zo ook burgerdoden mee te tellen die bijvoorbeeld door uithongering of watergebrek waren omgekomen.
Er is echter iets niet in de haak. Onder de slachtoffers bevinden zich 46 procent volwassen mannen, terwijl de Iraakse bevolking slechts voor een kwart uit volwassen mannen bestaat. “Daarom denken we dat een deel van de doden, en misschien wel een groot deel, uit strijders zou kunnen bestaan,” erkent Roberts. “Het onderscheid tussen strijders en burgers hebben we niet kunnen maken.” Doorvragen over de achtergrond van de overledene zou immers intimiderend kunnen overkomen.
Bovendien is het bewijs voor de doden soms dun. In minder dan de helft van de gevallen vroegen de onderzoekers of ze een overlijdensakte mochten zien. “De bewoners konden dat opvatten als een indirecte beschuldiging dat ze logen,” aldus Roberts. “Maar het opvallende was dat 80 procent van de mensen aan wie we het wèl vroegen, toch zo’n overlijdensakte tevoorschijn haalde. En anders hadden ze wel een geloofwaardig excuus.”
De onderzoekers drukken zich in hun publicatie in The Lancet voorzichtig uit. Er zijn tussen de 8.000 en de 194.000 burgers gedood, constateren ze. Het getal honderdduizend ligt daar tussenin, maar de foutmarge is enorm.
Echter: Lancet-hoofdredacteur Richard Horton spreekt in zijn commentaar uitsluitend van burgerslachtoffers. Dat is “misleiding”, vindt voorzitter Arnoud Verhoeff van de Nederlandse Vereniging voor Epidemiologie. “Het lijkt erop dat politieke motieven een heel belangrijke rol hebben gespeeld bij het versneld publiceren van dit artikel en bij het uitvergroten van het resultaat”.
Het werkelijke aantal burgerdoden moet lager hebben gelegen dan honderdduizend, constateert onder meer John Sloboda van Iraq Body Count, een onafhankelijke onderzoeksinstantie die belast is met het tellen van Iraakse burgerdoden. “In dit soort oorlogen zijn er ongeveer twee tot drie keer zoveel gewonden als doden. Dus als er honderdduizend Irakezen gedood zouden zijn, zou dat neerkomen op twee- tot driehonderdduizend gewonden. Zo’n gigantisch aantal zouden de ziekenhuizen helemaal niet aangekund hebben. Zoiets zou zijn opgevallen. Wij hebben geen enkele aanwijzing dat het gewondenaantal zo hoog is.”
Het Iraakse ministerie van Volksgezondheid schat het aantal burgerdoden op 3500 in het eerste halfjaar van het conflict, een aantal dat is gebaseerd op ziekenhuis- en mortuariagegevens. Iraq Body Count komt uit op maximaal 16.439 burgerslachtoffers tot 11 november. Een eveneens gedegen aantal, want de organisatie telt alleen doden waarvan hard bewijs is, zoals ziekenhuisverslagen, overlijdensaktes of verklaringen van officiële instanties.
Sloboda vermoedt wél dat het werkelijke aantal burgerslachtoffers hoger ligt. “Veel families hebben hun doden thuis begraven en er geen melding van gemaakt. Sommige doden zijn ook letterlijk in rook opgegaan, bijvoorbeeld als er een bom viel op een gebouw vol mensen. Een complete telling van alle slachtoffers is dus onmogelijk.”
Overigens publiceerde The Lancet het artikel versneld op verzoek van de auteurs zelf. “Ik dacht: als het uitkomt in oktober, dan gaat het een rol spelen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen,” zegt hoofdauteur Roberts. “In ieder geval zouden de kandidaten dan iets met deze informatie moeten doen. Ik hoopte dat dat zou leiden tot politieke veranderingen, wat weer effect zou hebben op een verbetering van de veiligheid voor de burgers in Irak”.
IBC-topman Sloboda benadrukt dat “we niet meer dan zestienduizend doden nodig hebben” om aan te tonen dat iets mis is in Irak. “Dit is een humanitaire ramp! En het blijft een humanitaire ramp, of er nu zestienduizend, honderdduizend of tweehonderdduizend doden zijn gevallen.”
“Waar echt behoefte aan bestaat, is een goede telling. Na 11 september heeft de Amerikaanse regering alle middelen ingezet om een lijst te maken van alle mensen die daar zijn omgekomen. Dat gaat ook op voor de Iraakse bevolking. De Irakezen zullen deze tragedie nooit achter zich kunnen laten, als er geen monument komt waar alle namen opstaan van de burgers die omgekomen zijn in deze oorlog.”
Lancet-hoofdredacteur Richard Horton was niet bereikbaar voor commentaar.
Jair Stein, Maarten Keulemans