De marathonmens
Draafde oermens over de steppen?

- Zoom
- De voetafdrukken van Laetoli, Tanzania: 3,8 miljoen jaar geleden achtergelaten in de natte vulkaanas door een verre voorouder, een rechtop lopende aap. Was rennen een normalere manier van voortbewegen?
Joggers opgelet. Duursporten is misschien zo oud als de mensheid zelf. De evolutie lijkt ons te hebben omgetoverd van aap tot marathonloper.
Kijkt u eens in de spiegel. Dat rare, onbehaarde lijf. Die lange benen. Die gekromde voeten, die korte tenen. En dan wat u níét direct ziet: die achillespees. Het kan eigenlijk niet missen. U bent geboren om hard te lopen.
Dat althans betogen de vooraanstaande paleoantropoloog Daniel Lieberman en zijn collega Dennis Bramble in een lang artikel in Nature. Volgens de onderzoekers kwamen onze aapachtige voorvaderen 4,4 miljoen jaar geleden niet zozeer uit hun boom om rechtop te gaan lopen – maar om te rennen. Ons lichaam lijkt in elk geval ingericht om langdurig hard te lopen, betogen de twee geleerden.
De gangbare opvatting is dat hardlopen een bijproduct is van gewoon lopen. Het is leuk dat we kunnen rennen, maar evolutionair voordeel zal het niet hebben opgeleverd. We kunnen er niet mee aan de roofdieren ontkomen, en er ook geen sappige gazelle mee vangen. Vergeleken met andere dieren zijn we hardlopers van niks.
Maar als het gaat om duurlopen, zit dat anders, betogen Lieberman en Bramble. Zelfs paarden en herten vervallen na een minuutje of tien in een sukkeldrafje. Maar de mens blijft maar doorgaan. Wat dat betreft hebben we wel iets weg van ‘duursportende’ dieren als wolven en hyena’s. Als het moet, kunnen we tientallen kilometers blijven rennen. Geen andere aap die ons dat nadoet. Zo bezien levert rennen ons wel degelijk voordeel op.
Nieuw is de theorie overigens niet. De Amerikaanse bioloog Bernd Heinrich betoogt al jarenlang dat de eerste aapmensen wild vingen door er eindeloos achteraan te blijven rennen. “Een roofdier geeft de jacht op als de prooi uit het zicht is verdwenen,” zei Heinrich een paar jaar geleden tegen het televisieprogramma Noorderlicht. “Maar wij mensen kunnen de prooi visualiseren. We houden hem in onze gedachten, en blijven hem volgen.”
Dat verklaart misschien zelfs waarom mensen bewustzijn hebben, volgens Heinrich. “Het is een diep menselijke trek om een doel te visualiseren en voor ogen houden. Het eerste menselijke mentale beeld was misschien dat van een antiloop of een mammoet die achter de horizon is verdwenen. Tegenwoordig hebben we dat beeld vervangen en jagen we andere doelen na. We schrijven een gedicht, maken een film, of schrijven een muziekstuk.”
En dan is er dat gekke lijf van u. Heinrich wees er al op dat we geen vacht hebben en veel kunnen zweten, een uniek gegeven in de dierenwereld. Lieberman en Bramble noemen nog eens 26 lichaamskenmerken die duiden op rennen. Toegegeven, lange benen en gespierde voeten hebben we ook nodig voor gewoon lopen. Maar volgens Lieberman en Bramble zijn er daarnaast zeker vijftien aanpassingen exclusief bedoeld voor het rennen.
Daaronder zulke zaken als onze brede, lage schouders en onze korte onderarmen (bedoeld om het lichaam stabiliteit te geven bij het rennen) en onze verstevigde nekspieren (om te voorkomen dat ons hoofd bij het rennen steeds naar voren klapt). En wat te denken van uw gespierde, boogvormige voetzool en uw achilleshiel? U bent de enige aap die daarover beschikt. Waarvoor anders zou u ze hebben dan om u hard af te zetten en schokken op te vangen?
Weer andere lichaamskenmerken hebben wel enig nut bij het wandelen, maar komen pas echt uit de verf als u rent. Neem uw kale, zweterige lijf. Bij het wandelen is een goed gekoeld lijf mooi meegenomen. Maar bij het marathon lopen over de open Afrikaanse steppen, is het pure noodzaak. Lieberman en Bramble draaien zodoende de klassieke redenering om dat rennen een bijkomstigheid zou zijn van lopen. Lopen is mooi, maar rennen is waar het de mens écht om is begonnen.
Een probleem blijft de energiehuishouding. Want zoals iedere jogger weet: hardlopen kost ons verschrikkelijk veel energie. Energetisch gezien kost het de mens 50 procent meer energie om te rennen dan een gemiddeld zoogdier van gelijk gewicht. Maar dat kan pech zijn: de pech dat we afstammen van een boomslingerende diersoort. “De evolutie is een kwestie van compromissen sluiten,” merkte Heinrich al op.
Een ander, praktisch probleem is dat niet meer valt na te gaan of onze voorouders werkelijk vele kilometers met een knorrende maag achter de antilopen aan renden. De handvol versteende voetafdrukken uit de oertijd waarover we beschikken, bestrijken slechts een paar meters. En zonder uitzondering zijn ze afkomstig van rustig kuierende oermensen.
Maarten Keulemans
Dennis Bramble en Daniel Lieberman: “Endurance running and the evolution of Homo”. In: Nature, Vol. 432, 345-352 (2004).