Slimme stijve
Natuur richtte erectie tweemaal op

- Zoom
- gorderldier
Het is wat je noemt een succesnummer van de natuur: een hydraulische opblaaspenis. Naar nu blijkt heeft de natuur het ingewikkelde principe van de erectie tweemaal uitgevonden.
Je moet bioloog zijn om erop te komen, maar als het gaat om ingenieuze constructies, dan gelden voor de penis alleen superlatieven. Want ga er maar aan staan. Wat is het ene moment slap en buigzaam, en het volgende moment stijf genoeg om seks mee te bedrijven? Gewoon een huidplooi laten vollopen met bloed volstaat niet.
Nee, dan de penis. Het orgaan dankt zijn wonderlijke vermogen om stijf te worden aan vezeltjes bindweefsel die op een uitgekiende manier zijn geordend, schrijft de Amerikaanse biologe Diane Kelly deze week in het blad Biology Letters. De vezeltjes liggen kruislings over elkaar, als betonwapening. Als de penis zich vult met bloed, rekken de vezeltjes iets uit. Daardoor ontstaat een onbuigzame structuur die de penis stevigheid geeft.
Naar nu blijkt is de natuur meer dan eens op dat slimme principe gestuit. De schildpad, een reptiel dat in evolutionair opzicht zeer veraf staat van de zoogdieren, beschikt ook over een opblaaspenis met wapening. Sterker nog: de schildpad heeft nog meer laagjes bindweefsel dan de mens en de andere zoogdieren. De schilpadpenis krijgt daardoor een multiplexachtige stevigheid, en de schildpaderectie is dan ook veel harder dan die van een zoogdier. Wat daarvan het nut is, ziet Kelly ook niet één-twee-drie in.
Kelly kwam de structuren op het spoor door de penis van schildpadden en gordeldieren te beschijnen met gepolariseerd licht. De ontdekking van de wapening is interessant, omdat de penissen van zoogdieren en reptielen ontstaan uit heel andere cellen van het embryo. Dat bewijst volgens Kelly dat de natuur de penis minstens twee keer onafhankelijk van elkaar heeft uitgevonden. “Er zijn blijkbaar maar een paar manieren om een stijve, opblaasbare structuur te bouwen.”
De penis is overigens lang niet het enige trekje van levende wezens dat meerdere keren is uitgevonden. Andere bekende voorbeelden van zogenoemde ‘convergente evolutie' zijn de vleugels van vogels en vleermuizen, het gebruik van antivries door totaal verschillende vissen rond de Noord- en de Zuidpool en het zeer gespecialiseerde vermogen om mieren te eten bij de mierenegel van Australië, het schubdier van Afrika en de reuzenmiereneter van Zuid-Amerika – drie dieren die evolutionair niets met elkaar te maken hebben.
Gelovig ingestelde biologen zien in dergelijke voorbeelden het bewijs voor een van hogerhand gepland verloop van de evolutie. De meer gangbare opvatting is echter dat er soms gewoon meerdere wegen naar Rome leiden.
Maarten Keulemans
Diane Kelly: Turtle and mammal penis designs are anatomically convergent. In: Biology Letters, 25 feb 2004
DOI: 10.1098/rsbl.2004.0161