Rijk der schimmels
Hoe Koning Paddenstoel de wereld erfde

- Zoom
- Op het einde der tijden volgt wildgroei van fungussen.
Wat kwam er na de dinosaurus? De nietige schimmel, zo leert nieuw onderzoek.
Er moest toch íemand de rommel opruimen. En een rommel, dat was onze planeet 65 miljoen jaar geleden beslist. Een meteoriet zo groot als een berg was ingeslagen bij het huidige Mexico. De ramp had de wereld in brand gezet en het klimaat op tilt gegooid. De planeet was veranderd in een rokerige, kille schaduwwereld. De helft van alle dier- en plantensoorten was uitgestorven, de dinosauriërs waren weggevaagd. En toen kwam de schoonmaakploeg: enorme hoeveelheden schimmels en paddenstoelen.
In elk geval in Nieuw-Zeeland moet het zo zijn gegaan, schrijven de geologen Vivi Vajda en Stephen McLouhlin morgen in het blad Science.
De onderzoekers bestudeerden bodemmonsters uit een steenkolenmijn, in een gebied dat ten tijde van de dinosauriërs nog een bos was. Daar vonden Vajda en McLoughlin de zogeheten ‘K/T-grens’, het dunne aardlaagje dat de overgang tussen het Krijttijdperk van de dinosauriërs en het daaropvolgende tijdperk het Tertiair markeert. Het aardlaagje bleek geheel gevuld met de spores van fungussen.
Het beeld dat de onderzoekers daaruit afleiden, is bepaald apocalyptisch. Wat eerst nog een levendig bos was, vol bloemen en groene planten, veranderde na de inslag van de meteoor plotsklaps in een stille schemerwereld, overdekt met een slijmerige laag schimmels. Groene planten of kleurrijke bloemen waren er niet meer. Een prop paddenstoelen of een klont zwammen, dat was het interessantste wat de natuur te bieden had.
Dat bewijst eens te meer dat het zonlicht na de ramp met de meteoor langdurig werd verduisterd door opgeworpen stof en omhoog gestuwd roet en zwavel, constateren de onderzoekers. Schimmels en paddenstoelen zijn immers ‘saprofyten’, planten zonder bladgroen die niet leven van zonlicht, maar die teren op dood organisch materiaal.
Lang duurde de alleenheerschappij der fungussen niet. Het schimmel-aardlaagje in de kolenmijn is slechts vier millimeter dik, wat volgens de onderzoekers overeenkomt met “hoogstens een paar jaar”. Bovenop de funguslaag troffen de onderzoekers een aardlaag die weer stampvol zit met het pollen van varens. Blijkbaar namen die taaie oerplanten de macht in het bos gemakkelijk weer van de paddenstoelen over toen het weer wat rustiger werd in de atmosfeer.
Het onderzoek van de Zweed Vajda en de Australiër McLoughlin toont op dramatische wijze welk duister onheil de wereld 65 miljoen jaar geleden overkwam. Toch was het niet voor het eerst dat de schimmels plotseling de macht over de planeet in de schoot geworpen kregen.
Zo’n 251 miljoen jaar geleden zorgde een andere natuurramp van nog onbekende aard ervoor dat plotsklaps 90 tot 95 procent van alle soorten uitstierf – de grootste uitsterfgolf aller tijden. Ook die gebeurtenis, bekend als de ‘P/Tr-grens’ tussen Perm en Trias, is te herkennen aan een aardlaagje vol schimmelsporen, merken Vajda en McLoughlin op.
Maarten Keulemans
Vivi Vajda en Stephen McLoughlin: Fungal proliferation at the Cretaceous-Tertiary boundary. In: Science, Vol. 303, 1489 (2004)