Op volle toeren

Snelle stofwisseling verlengt leven

Een snelle stofwisseling laat muizen langer leven, ontdekten bioloog John Speakman en collega's van de Universiteit van Abderdeen.
Zoom
Een snelle stofwisseling laat muizen langer leven, ontdekten bioloog John Speakman en collega's van de Universiteit van Abderdeen.

Muizen met een snelle stofwisseling leven veel langer dan hun soortgenoten met een tragere voedselverbranding. Volgens Schotse onderzoekers kan dit bij mensen ook zo werken.

Het spreekwoord ‘hardlopers zijn doodlopers’ gaat niet meer op. Tenminste als het gaat om lichaamscellen. Schotse biologen zeggen het eerste experimentele bewijs te hebben dat een snelle stofwisseling in cellen de levensduur juist verlengt. Bioloog John Speakman en zijn collega’s onderzochten daarvoor de stofwisseling van tientallen muizen. Aan de hand van de hoeveelheid zuurstof die de dieren verbruikten, konden ze inschatten welke muizen de snelste spijsvertering hadden. Daarna wachtten de onderzoekers af totdat alle proefdieren aan ouderdom overleden. De levensduur van de muizen bleek onderling behoorlijk te verschillen. De snelle voedselverbranders leefden ruim 30 procent langer dan de dieren met een langzame stofwisseling. Mocht dit bij mensen ook zo werken, dan zouden personen met een snelle spijsvertering niet gemiddeld 75 jaar, maar 102 jaar oud worden, schrijven Speakman en zijn collega’s van de Universiteit van Aberdeen deze maand in het vakblad Aging Cell. Het geheim van de levensverlenging ligt volgens de Schotten verscholen in de manier waarop lichaamscellen met energie omgaan. De energiefabriekjes van de cel, ook wel mitochondriën genoemd, spelen daarbij een sleutelrol. Ze zetten een deel van de beschikbare voedingsstoffen om in bruikbare brandstof voor de cel, maar ook een deel in warmte. Bij dit proces ontstaan altijd schadelijke stoffen in de vorm van vrije radicalen. Wetenschappers nemen aan dat deze stoffen allerlei weefsels en DNA-moleculen aanvallen, en zo het ouderdomsproces versnellen. Bij dieren met een snelle stofwisseling werken de mitochondriën echter minder efficiënt en produceren ze veel meer warmte. Om toch genoeg brandstof aan de cel te leveren, draaien de mitochondriën op volle toeren. Het is te vergelijken met een auto die rijdt met een slippende koppeling: de motor draait op hoge toeren, produceert veel warmte, maar de auto kan minder snel rijden. Toch brengt deze kwistige energieomzetting voor de cel een belangrijk voordeel met zich mee: er ontstaan veel minder vrije radicalen. En als er minder schadelijke stoffen worden gevormd, raken de cellen minder snel beschadigd. Het lichaam als geheel kan dan langer doorleven, verwachten de Schotten. Dit moet in principe ook bij mensen kunnen werken, denken de onderzoekers. Maar daarvoor moeten eerst de moleculaire achtergronden bekend zijn die de proefmuizen zoveel langer lieten leven, lichtten ze toe. Speakman gaat met zijn onderzoek in tegen de bekende veronderstelling dat juist dieren met een trage stofwisseling langer leven. Het gebruikelijke voorbeeld hiervan zijn langlevende reuzen, zoals olifanten, tegenover kleinere dieren die maar kort leven en razendsnelle voedselverbranders zijn - bijvoorbeeld muizen. Maar die regel gaat niet altijd op, toonde de bioloog al eerder aan. Zo ontdekte Speakman al eens aan dat vleermuizen veel langer leven dan men zou verwachten op grond van hun lichaamsgewicht en spijsvertering. Die zijn ongeveer gelijk die van de spitsmuizen, maar toch leeft een gemiddelde vleermuis tien keer langer. Waarschijnlijk kunnen vleermuizen de snelheid van hun stofwisseling aanpassen, en zo het beste uit het leven halen. Aschwin Tenfelde John Speakman et al.: Uncoupled and surviving: individual mice with high metabolism have greater mitochondrial uncoupling and live longer. In: Aging Cell, vol 3, p 87-96 (juni 2004).