Naar Tonga!
Lunch verraadt route

- Zoom
- Houtsnede met daarop een kolonist van Oceanië. Op de schouder van de mythische voorvader zitten drie maori-ratten, die de verkenners meenamen als voedsel. (Tim Mackrell)
De laatste grote volksverhuizing van de mensheid, de trek naar de Stille Zuidzee, verliep een stuk rommeliger dan veel antropologen denken. Onderzoekers maken dat nu eens niet op uit archeologische vondsten – maar uit het DNA van de ratten die de oude Maori’s, Samoanen en Tahitianen meenamen als lunch voor in de kano.
Ze kwamen in kano’s, de vroegste bewoners van de duizenden eilanden die de Stille Zuidzee tussen Australië en Hawaii rijk is. En ja: onderweg aten ze ratten. De rattensoort ‘Rattus exulans’ (de maori-rat) kan namelijk niet zwemmen, is makkelijk mee te nemen in de kano en schijnt nog heel behoorlijk te smaken ook.
Zo komt het dat met de mens ook de maori-rat uitwaaierde over de Stille Zuidzee. Werd een eiland eenmaal bereikt, dan liet men de ratten die de overtocht hadden overleefd los. Ratten planten zich snel voort en konden zodoende ook naderhand als voedsel dienen.
Nu, zo’n drieduizend jaar later, doet de mens opnieuw een beroep op de maori-rat. Niet als tussendoortje ditmaal, maar als ‘peilstok’ om uit te zoeken waar de oudste inwoners van eilanden als Tonga, Tokelau en Tuvalu eigenlijk vandaan kwamen.
Al ruim een eeuw zijn wetenschappers bitter verdeeld over die vraag. Ooit dacht de Noorse ontdekkingsreiziger Thor Heyerdahl met zijn beroemde vlot de Kon-Tiki aan te tonen dat de eilanden bij Nieuw-Zeeland zijn gekoloniseerd door Inca’s uit Zuid-Amerika. Maar inmiddels staat nagenoeg vast dat de eilanders afstammen van een nog veel onverwachtere groep: de Chinezen, en meer in het bijzonder de oude inwoners van Taiwan. Nog altijd draagt 90 tot 95 procent van de bewoners van de Stille Zuidzee een karakteristieke mutatie in zijn genen, die tienduizenden jaren geleden ontstond in China: in hun mitochondriaal DNA ontbreken negen ‘letters’.
Zo’n veertigduizend jaar geleden moeten de Taiwanezen zuidwaarts zijn gevaren en zich hebben gevestigd op de Filippijnen en in delen van Indonesië en Nieuw-Guinea. Daarvandaan verspreidde hun zogeheten ‘Lapita-cultuur’ zich naar het oosten, richting Nieuw-Zeeland, Hawaii en de Fiji-eilanden. Volgens deze theorie, die bekendstaat onder de klinkende naam ‘sneltrein naar Polynesië’, waren de meeste eilanden aan het begin van onze jaartelling gekoloniseerd.
Maar de maori-rat vertelt een iets ander verhaal, onthult oudgediende in de kwestie Lisa Matisoo-Smith deze week in het vakblad ‘Proceedings of the National Academy of Sciences’. Samen met haar collega J. Robbins onderzocht Matisoo-Smith het DNA van 131 maori-ratten, zowel van nu levende exemplaren als van prehistorische ratten waarvan de botten in het museum liggen. Dat leverde een onverwachte ontdekking op. In de Stille Zuidzee leven niet één, maar drie ‘families’ maori-ratten.
Dat kan alleen maar betekenen dat de Lapita de Zuidzee niet in één ruk, maar met tussenpozen koloniseerden, zegt Matisoo-Smith. “Het was niet zo dat een hermetisch afgesloten cultuur door de Stille Zuidzee trok. Er was veel omgang met andere culturen.” Denk dus eerder aan een stoptrein die bij elke tussenstop vertraging oploopt omdat er allemaal mensen in en uit stappen, dan aan een sneltrein naar Polynesië.
Bovendien moeten er meerdere volksverhuizingen na elkaar hebben plaatsgevonden. Zo komen in het oosten twee verschillende rattenfamilies naast elkaar voor. Op sommige eilanden woont de ene familie, op sommge eilanden de andere. Dat duidt erop dat de ratten in minstens twee ‘golven’ op de eilanden zijn geïntroduceerd. Met misschien wel duizenden jaren er tussenin.
Het nut van de maori-rat is in elk geval weer bewezen, vindt Matisoo-Smith. Tot dusver moest het onderzoek naar de vroegste zuidzeebewoners het doen met archeologische vondsten, vergelijkende taalkundige studies en niet te vergeten bloedgroep- en DNA-onderzoek onder de inwoners zelf. Maar aan al die methoden kleven nadelen. Zo willen veel eilanders niet meedoen aan DNA-onderzoek en is de bevolking door de eeuwen heen vermengd geraakt met buitenstaanders.
Nee, dan de maori-rat. Omdat hij een diersoort apart is, kan hij niet paren met uitheemse, Europese soorten. Daardoor is zijn DNA puur gebleven. Ander voordeel is dat de rat stukken DNA heeft die snel muteren. Dat maakt zijn DNA een goede 'klok' om de geschiedenis mee te bestuderen, net zoals je met een secondewijzer accurater tijdstippen kunt achterhalen dan met de uurwijzer.
Toch is er nog veel werk te doen. Volslagen onduidelijk is bijvoorbeeld hoe lang de Lapita op welke plekken bleven hangen. Behalve de Taiwanese mutatie dragen veel Polynesiërs ook kenmerkende mutaties in hun genen die afkomstig zijn uit Oost-Indonesië en Nieuw-Guinea. Een teken dat de trein van de Lapita langdurig op Nieuw-Guinea en Indonesië is blijven staan? Of een aanwijzing dat de Stille Zuidzee meerdere keren achter elkaar is gekoloniseerd, door verschillende bevolkingsgroepen die zich achteraf met elkaar mengden?
Voor de genetica is het misschien maar goed dat het laatste woord over de kwestie nog niet is gezegd. Zoals de Britse onderzoeker Bryan Sykes opmerkt in zijn boek ‘The seven daughters of Eve’: het is zo prettig toeven aan de tropische palmenstranden van de Zuidzee, dat het onderzoek naar de verspreiding van de Lapita vooral in onderzoekend Europa opvallend populair is.
Maarten Keulemans
E. Matisoo-Smith en J. H. Robbins: Origins and dispersals of Pacific peoples. Evidence from mtDNA phylogenies of the Pacific rat. In: PNAS (2004)
DOI: 10.1073/pnas.0403120101