Koffie zonder
Arabica-variant zonder cafeïne

- Zoom
- Ruim 70 procent van de geconsumeerde koffie is afkomstig van Coffea arabica.
Braziliaanse onderzoekers zijn een koffievariant op het spoor die wel de smaak heeft, maar niet de cafeïne.
Het heeft het meestal nét niet, cafeïne-vrije koffie. Tijdens het proces dat de cafeïne uit de koffie verwijdert, gaat ook een deel van de karakteristieke smaak verloren. En wat zou nou handiger zijn dan een koffieboon waar van nature geen cafeïne in zit, maar die wel de smaak heeft van een stevig bakkie troost? Zo’n koffieboon is een groep Braziliaanse onderzoekers op het spoor.
Het gaat om een drietal varianten van de Coffea arabica-plant, de meest gekweekte en geconsumeerde koffieplant. Tijdens hun studie waarbij 3000 koffieplanten van 300 verschillende Arabica-soorten werden onderzocht, ontdekten Maria Silvarolla en collega’s van het Alcides Carvalho-centrum voor koffieonderzoek in Brazilië drie Arabica-soorten die verbazingwekkend weinig cafeïne in de bonen bevatten.
Waar een boon als de Mundo Novo – een veel verhandelde Arabica-variant – zo’n 12 milligram cafeïne per gram bevat, bevatten de drie lichtgewichtsoorten slechts 0,76 milligram cafeïne per gram. Dat betekent dat je vijftien keer zoveel koffie van de nieuwe bonen kunt drinken als van reguliere koffie-mét-cafeïne. De drie soorten zijn weinig prozaïsch AC1, AC2 en AC3 genoemd, naar de Braziliaanse koffie-onderzoeker en geneticus Alcides Carvalho, die tevens de naamgever van het onderzoeksinstituut is.
Eerder is al wel geprobeerd om met genetische technieken cafeïnevrije bonen te maken, onder meer door de genetische eigenschappen van koffiesoorten die van nature weinig cafeïne bevatten - een aantal wilde soorten uit Madagaskar - over te brengen naar Arabica-gewassen. Wat die genentransfer bemoeilijkte, is dat de Arabica-soorten tetraploïd zijn: ze bevatten vier complete sets chromosomen. Alle overigen koffiesoorten diploïd, en bevatten slechts twee sets chromosomen. Bovendien - niet onbelangrijk - leverde het tamelijk ondrinkbare brouwsels op.
En vorig jaar nog berichtten Japanse onderzoekers een cafeïne-arme koffieplant te hebben gemaakt – Coffea carneophora - door in het gewas de enzymen uit te schakelen die de koffie zijn ‘bite’ geven. Dat leidde tot een kop koffie met 70 procent minder van het opwekkende spul dan normaal. De in Brazilië gevonden varianten steken daar met kop en schouders bovenuit.
In de nieuwe AC-varianten lijkt de aanmaak van het pepmiddeltje cafeïne te zijn stopgezet door het ontbreken van het enzym cafeïne synthase. Daar duiden de grote hoeveelheden theobromine in de plant op, een voorlopermolecuul van cafeïne. Theobromine is de stof die chocola zijn opwekkende werking geeft. Het effect van de grote hoeveelheden van de stof in de koffievarianten moet overigens nog worden onderzocht, schrijven de onderzoekers in het tijdschrift Nature.
Geproefd hebben de onderzoekers de cafeïne-arme koffie trouwens nog niet. Maar ze verwachten dat de Arabica-light zeer goed van smaak is, omdat eigenlijk alle bekende Arabica-varianten – uit Jemen bijvoorbeeld, en Ethiopië – goede kwaliteit koffie leveren.
De markt voor cafeïne-vrije koffie is gigantisch: zo’n 10 procent van de verhandelde koffie is van de cafeïne-vrije soort.
Jacqueline de Vree
Maria B. Silvarolla, Paulo Mazzafera en Luiz C.Fazuoli: “A naturally decaffeinated arabica coffee” in Nature, vol 429 (24 juni 2004) p 826