Hij wordt al uitgescholden: de laatste der ‘Battlestar Galactica’-achtige ruimteschepen. En inderdaad lijkt het ruimtevaartuig dat vandaag de planeet Saturnus bereikt in weinig op de slimme, compacte satellietjes die de aarde de laatste jaren afschiet. De planeetverkenner Cassini is zo hoog als een bescheiden woonhuis, weegt vijfenhalve ton en kost 2,7 miljard euro – de missie van de robotauto’s Opportunity en Spirit naar Mars, keer vier.
Nóg een markant verschil: Cassini gaat niet op zoek naar water, buitenaards leven of iets anders wat het goed doet bij de media. Ook wat dat betreft is Cassini een ruimteschip van het oude soort. Een oerdegelijke planeetverkenner, die gaat meten of de kern van Saturnus is gemaakt van ijzer of van vloeibaar waterstof, en die gaat uitzoeken waarom Saturnus eigenlijk ringen heeft.
Minder belangrijk is Cassini er niet om. Met zijn 31 manen is Saturnus namelijk een soort zonnestelsel in het klein. Cassini moet dan ook een schat aan informatie vergaren over hoe zonnestelsels ontstaan en hoe planeten werken. De laatste der Battlestar Galactica-achtigen zal de komende vier jaar bovendien 52 keer langs diverse manen van Saturnus scheren. Zeven manen staan op het programma. De verwachting is dat Cassini daarnaast nog een stel nieuwe maantjes ontdekt, ergens in of bij de ringen van Saturnus.
En dan moet het leukste nog komen. Als bonus draagt Cassini een kleine sonde op zijn rug, die vlak voor de kerst wordt losgekoppeld. Die sonde moet vervolgens afdalen naar Titan, de grootste maan van Saturnus. Titan is een van de interessantste plaatsen van het zonnestelsel: hij is groter dan Mercurius en Pluto, en is de enige satelliet in het zonnestelsel met een dampkring. Daarmee is Titan eigenlijk gewoon een zelfstandige planeet, die de pech heeft dat hij in een baan om Saturnus verzeild is geraakt.
Waarschijnlijk vormt de atmosfeer op Titan een soort ‘oersoep’ die overeenkomsten heeft met wat we op aarde hadden toen er hier vier miljard jaar geleden leven ontstond. Ruimtewezens worden er op Titan overigens niet verwacht. Belangrijke chemische aanwijzingen over hoe je vanuit het niets levende wezens krijgt, wél. “En als er onverhoopt toch levende wezens zijn, dan zullen we die ook zien,” zei Cassini-vluchtleider Charles Elachi eerder deze week op een persbijeenkomst.
Eerst afwachten of Cassini wel goed aankomt. Om in een baan rond Saturnus te komen, moet de sonde vannacht een nogal hachelijke manoeuvre maken. Het vaartuig suist dan op hoge snelheid tussen twee van Saturnus’ ringen door, en laat vervolgens vanaf 4:36 uur Nederlandse tijd precies 96 minuten lang zijn raketmotor spuwen, om af te remmen. Omdat radiosignalen er anderhalf uur over doen om de aarde te bereiken, weten we pas of alles goed is gegaan als het al te laat is om nog in te grijpen. Cassini krijgt maar één kans, anders zoeft het vaartuig langs Saturnus, het zwarte heelal in.
Ook de Europese wetenschap bijt vannacht op haar nagels. De ESA, de Europese tegenhanger van Nasa, en de Italiaanse ruimtevaartorganisatie ASI hebben 360 miljoen euro geïnvesteerd in de missie. Cassini heeft dan ook twee meetinstrumenten aan boord van Europese makelij. Het maanlandertje Huygens – vernoemd naar de Nederlandse astronoom Christiaan Huygens - heeft er nog eens vier. Ongeveer honderdvijftig Europese wetenschappers zijn op de een of andere manier betrokken bij het project.
Hoe het precies verder gaat met Cassini, weet niemand. Onderzoekers gaan ervan uit dat de sonde vier jaar dienst doet – ofwel 76 rondjes om Saturnus. Maar in theorie is het ook denkbaar dat Cassini tien jaar lang blijft functioneren. Concrete plannen voor een opvolger zijn er nog niet, hoewel er een vaag plan is om een aparte `Titan Organic Explorer’ op Titan naar oersoep te laten zoeken.
Maarten Keulemans
De aankomst van Cassini is vannacht live te volgen via internet, http://www.esa.int/SPECIALS/Cassini-Huygens/index.html