Bos zonder dieren

Wet van de jungle geldt niet voor plankton

De onaardse, microscopische wereld van het plankton. (EPA, Louisiana State University)
Zoom
De onaardse, microscopische wereld van het plankton. (EPA, Louisiana State University)

De wetten van de jungle gelden niet op zee. Want wat vind je in wateren waar het wemelt van de plantaardige planktonsoorten? Niet noodzakelijkerwijs meer soorten dierlijk plankton, zo leert onderzoek. Dat is net zoiets als een rijk, tropisch regenwoud vinden waar alleen maar duiven wonen.

Hoe meer soorten voedsel, des te meer soorten consumenten. Het lijkt een universele wet die geldt van de supermarkt tot in de natuur. In het tropisch regenwoud bijvoorbeeld zijn er meer diersoorten dan op een kale bergtop – net zoals het publiek in een groot warenhuis diverser is dan in een winkel die is gespecialiseerd in, zeg, paardrijd-accessoires. Maar er bestaat ook een wereld waar het helemaal anders zit, zo hebben onderzoekers uit onder meer Amsterdam ontdekt. Voor plankton maakt het niet uit of je een speciaalzaak of een rijk uitgeruste supermarkt hebt. Samen met collega’s uit Spanje en Engeland onderzocht de Amsterdamse hoogleraar microbiologie Jef Huisman de soortenrijkdom van plankton in twaalf zeeën. Niet door er met een schip op uit te gaan, maar gewoon thuis, door al eerder verzamelde gegevensbestanden met elkaar te vergelijken. Vandaag komen ze in Nature met hun verrassende conclusie: waar er meer soorten plantaardig plankton zijn, zitten niet noodzakelijkerwijs meer soorten dierlijk plankton. Dat is alsof je de tropische regenwouden van de wereld in kaart brengt, en er soms eentje ontdekt waar maar een paar soorten dieren leven. Ook opmerkelijk is dat het patroon op alle zeeën ruwweg hetzelfde is, ongeacht verschillen in temperatuur, klimaat of zeestroming. De tropische regenwouden van de zee groeien blijkbaar ook op plaatsen waar het koud is, of waar de zon weinig schijnt. Maar de zee is natuurlijk geen tropisch regenwoud. En dat is waarschijnlijk ook meteen de reden waarom de ecologie er zo raar doet. Zo heeft de zee geen boomtoppen, struiken of beschaduwde grond. In het regenwoud zijn al die verschillende omgevinkjes nu net de plekken waar verschillende diersoorten tot wasdom kunnen komen. Bovendien kent de zee anders dan het land geen gespecialiseerde planteneters, zoals rupsen die maar aan één soort boom knabbelen. Waarom dat zi is, is niet geheel duidelijk. “Misschien komt het omdat je op land actief op zoek kunt gaan naar voedsel. Plankton drijft rond. En dan ben je voor je voedsel aangewezen op wat je toevallig tegenkomt,” oppert Huisman. Plankton – bij definitie: al het waterleven dat drijft – kent twee soorten. Onder het plantaardige plankton (‘fytoplankton’) valt alles wat energie betrekt uit zonlicht, zoals eencellige algen en wieren. Dierlijk plankton daarentegen (‘zoöplankton’) voedt zich met het plantaardige plankton. Onder het zoöplankton vallen naast microscopische wezens als trilhaardiertjes en roeipootkreeftjes overigens ook watervlooien, larven en zelfs kwallen. Toch zijn er ook overeenkomsten tussen de planktonwereld en die van het land, blijkt uit de studie. Voor beide geldt dat de soortenrijkdom het grootst is bij een middelgroot aantal individuen. Waar zeer veel plankton is, is de concurrentie zo groot dat je maar een paar soorten plankton vindt – net zoals je in een drukke winkelstraat alleen maar de diersoorten mensen, honden en duiven vindt. Waar heel weinig plankton zit, zijn ook weinig soorten. “Net als in de woestijn,” zegt Huisman. ‘Eco-informatica’, luidt het mooie nieuwe woord dat Nature in een commentaar toekent aan het onderzoek van Huisman en collega’s. “Ik denk dat dit soort onderzoek vaker en beter moet gebeuren,” zegt Huisman. “Je gaat niet zo vaak de zee op om planktonsoorten te tellen. Maar al met al zijn er zeer veel vaartochten gemaakt. Die gegevens zitten op allerlei plaatsen opgeslagen in databanken. De komende tien, vijftien jaar zul je nog veel meer van dit soort werk zien.” Huisman verwacht dat zijn onderzoek onder vuur zal komen te liggen. “Er zijn stukken van de zee waar we niet naar hebben gekeken. En er zijn meerdere manieren om het aantal planktonsoorten te tellen.” Maar niet getreurd: “Ik verwacht dat ons werk een soort referentiekader wordt voor dit soort onderzoek. Dus ik zou zeggen: laat ze lekker schoppen.” Maarten Keulemans Xabier Irigoien, Jef Huisman en Roger Harris: Global biodiversity patterns of marine phytoplankton and zooplankton. In: Nature, Vol. 429, 863-867 (2004)