Zing je fit

Is zondagszanger meer mans?

Het schreeuwende-mannenkoor Mieskuoro Huutajat uit Finland. Goed voor de afweer of slecht voor de stembanden? (Foto: PR)
Zoom
Het schreeuwende-mannenkoor Mieskuoro Huutajat uit Finland. Goed voor de afweer of slecht voor de stembanden? (Foto: PR)

Wat iedere douchetenor al dacht, is nu experimenteel bevestigd: zingen houdt het lichaam gezond en laat negatieve emoties als sneeuw voor de zon verdwijnen. Al een week lang neuriën de media die bevinding van een Duits onderzoeksteam na op hun voorpagina’s. Maar voordat u zich inschrijft bij het plaatselijke zangkoor: het opblazen van een ballonnetje is misschien net zo heilzaam.

Meerdere interviews per dag geeft muziekpedagoog Gunter Kreutz van de Universiteit van Frankfurt inmiddels af. De plaatselijke radio, de regionale bladen, de Beierse televisie – allemaal willen ze uit Kreutz’ mond horen of het wérkelijk waar is dat zingen gezond is. In het land van de Schlagers en de Bierstuben is dat bepaald goed nieuws. Ook tegen de verslaggever uit Nederland, waar naar schatting zeshonderdduizend amateurzangers in tienduizend koren zingen, is Kreutz alleszins bereid zijn blijde boodschap te herhalen. “Dit is een kans om te melden hoe belangrijk zingen op kleuterscholen en in bejaardentehuizen kan zijn. Verzorgers in dergelijke instellingen krijgen niet of nauwelijks muziekonderwijs bij hun opleiding.” Een Misstand met een grote M, vindt Kreutz. “De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert ‘gezondheid’ niet alleen als de afwezigheid van ziekte. Ook fysiek en mentaal welzijn acht de WHO cruciaal.” Samen met een team psychologen ging Kreutz vorig jaar langs in een buurthuis, waar een 31 koppen tellend amateurkoor Mozarts ‘Requiem’ oefende. Voor en na het zingen moesten de zangers een vragenlijst invullen, bedoeld om hun emotionele welbevinden te meten. Ook leverden de zangers voor en na de zangsessie wat speeksel in. Daarmee bepaalden de onderzoekers hoeveel van het stresshormoon cortisol de koorzangers in hun speeksel hadden, en hoeveel van de afweerstof ‘immunoglobuline-A’ (IgA). Het immuunsysteem brengt die stof in stelling tegen long- en luchtweginfecties. Het resultaat is eenduidig, melden de onderzoekers een dezer dagen in het blad Journal of Behavioral Medicine. Na een uurtje Mozart hadden de koorleden meer immunoglobuline-A in hun speeksel. Ook hadden ze minder negatieve emoties, en meer positieve gevoelens, leerden de vragenlijsten. Blijkbaar had het zingen de amateurs omgetoverd tot goedgemutste mensen met een versterkt afweersysteem. Ter controle kwamen de onderzoekers een week later terug. Ditmaal mochten de koorleden niet zingen, maar alleen naar Mozarts Requiem luisteren. Dat bleek de afweer níét te beïnvloeden. Wel daalde het niveau van het stresshormoon cortisol af: een teken dat de zangers ontspannen raakten. Opmerkelijk genoeg zagen de psychologen bij de koorleden ook een lichte toename van negatieve emoties. Dat kan komen omdat de koorleden ervan baalden dat ze repetitietijd moesten opofferen in naam van de wetenschap, denken de onderzoekers. Of misschien had de muziek zelf invloed. Mozarts Requiem is nu niet bepaald een carnavalskraker. Toch loopt Kreutz misschien een beetje hard van stapel. Want is het niet gewoon logisch dat het lichaam zijn verdedigingswerken in de luchtwegen versterkt op het moment dat men de mond opentrekt voor een uurtje luidkeels zingen? Zou hetzelfde effect niet optreden bij iemand die een ballon opblaast? Had Kreutz het speeksel van de koorzangers niet moeten vergelijken met dat van een groep ballonnenblazers? ”Ik moet toegeven dat die kritiek de spijker op zijn kop slaat”, erkent Kreutz. “De reviewers vonden onze studie overtuigend, niet zozeer vanwege het zingen, maar wel omdat we een algemeen patroon aan het licht brengen van gemoedsverbetering, in samenhang met een betere afweer. Ik denk dat ademen in dit soort studies inderdaad een heel gewone, verklarende factor is. Maar is het ook leuk om een uur lang ballonnen op te blazen? Zelfs als het gezond is?” Met andere woorden: het is mooi meegenomen dat zingen goed is voor de gezondheid. Zingen doen we massaal, terwijl het eerste koor van ballonnenopblazers nog moet worden opgericht. Het is geen wonder dat Kreutz tot die bevinding komt: van de zes onderzoekers die aan de studie meewerkten, zijn er drie verbonden aan het ‘Institut für Musikpädagogik’. Bovendien werd het onderzoek bekostigd door de ‘Deutscher Sängerbund’. Onderzoek in Aziatische karaokebars schetste de afgelopen zomer echter een minder rooskleurig beeld. Amateurzangers zouden daar hun stem beschadigen en zelfs gehoorschade oplopen, meldden Britse onderzoekers toen in het British Medical Journal. De Duitse studie werpt weinig nieuw licht op de vraag die muziekonderzoekers al sinds mensenheugenis bitter verdeelt: waaróm mensen eigenlijk zingen. Volgens sommige biologen zingen mensen om partners te lokken: vandaar dat vooral jongeren zo druk in de weer zijn met walkmans, mp3’tjes en muziekfestivals. Volgens een andere theorie draait samenzang om eten. Bonobo-chimpanzees roepen soms in koor als ze een boom vol fruit hebben gevonden. Misschien doen ze dat omdat ze dan beter hoorbaar zijn voor hun familieleden, misschien is het om de roofdieren af te schrikken. Dan is er nog de enkeling die de drang om ‘s avonds in een kil, tl-verlicht zaaltje Mozart te gaan zingen toeschrijft aan het toeval. Linguïst en psycholoog Steven Pinker denkt dat er helemaal geen bijzondere reden is voor zingen: “Muziek lijkt vooral pure genotstechnologie. Een cocktail van partydrugs die we via het oor innemen, om in één keer een massa genotscircuits in ons brein te stimuleren.” Maarten Keulemans Gunter Kreutz, Stephan Bongard, Sonja Rohrmann, Hans Günther Bastian et al.: Does singing provide health benefits? In: Journal of Behavioral Medicine (in druk).