Hittegolf-golf

Wipt het weer meer op en neer?

Zomer 2003: Nederland laat verzilt water in, de aardappeloogst mislukt en de dijk bij Wilnis bezwijkt (Beeld: NOS)
Zoom
Zomer 2003: Nederland laat verzilt water in, de aardappeloogst mislukt en de dijk bij Wilnis bezwijkt (Beeld: NOS)

De kokende zomer van 2003 zou wel eens het eerste voorteken kunnen zijn. Misschien staan we op het punt kennis te maken met een geheel nieuw en onverwacht gevolg van het broeikaseffect: veel grilliger weer. Zwitserse onderzoekers nemen die mogelijkheid sinds afgelopen zomer serieus, maar bij onder meer het KNMI vindt hun suggestie weinig weerklank.

En daar was opeens de zomer van 2003, als een duiveltje uit een doosje. Van Tikrit tot Tietsjerksteradeel en van Vilnius tot Wilnis was het warm. Té warm, melden Zwitserse klimaatonderzoekers vandaag per voorpublicatie in het blad Nature. Zelfs als je de opwarming van het klimaat meerekent, is de kans op een zomer als die van vorig jaar één op 46 duizend, becijferen de Zwitsers. Daarmee is de zomer van vorig jaar een echte trendbreker. De statistiek zegt: vijf volle standaarddeviaties zit de zomer van 2003 naast de temperatuurgemiddeldes van de jaren 1961-1990. Er is sprake van een geheel nieuw fenomeen, betogen Christoph Schär en collega’s van het technologie-instituut ETH in Zürich. Niet alleen wordt de wereld warmer, daar bovenop is er ook meer variatie in de extremen, constateren de ETH-onderzoekers in Nature. Het weer wordt behalve warmer ook grilliger, met meer kans op hittegolven en ijskoude winters. Rob van Dorland, die bij het KNMI onderzoek doet naar de kans op weersextremen, vindt Schär wel erg hard van stapel lopen. “Ik vind het eerlijk gezegd te ver gaan om nu de extremenstatistiek te extrapoleren en te zeggen: de bandbreedte verandert.” Fundamenteel anders dan Schär ziet Van Dorland de extreme zomer van 2003: “De statistiek maakt dit soort zomers gewoon mogelijk. Een zomer als die van vorig jaar komt in Europa eens in de vijftig jaar voor. Het hangt er sterk van af welk gebied je bekijkt. Gezien over Nederland was de zomer helemaal niet zo uniek. De zomer van 1947 was een halve graad warmer dan die van 2003.” Schär is de eerste om toe te geven dat één zomer niet genoeg is voor solide, statistische analyse. En natuurlijk: “onze analyse sluit niet uit dat dergelijke warme zomers zijn voorgekomen in bijvoorbeeld de Middeleeuwse Warme Periode.” Maar toch zegt Schär er volledig van overtuigd te zijn dat de weersvariabiliteit toeneemt. “Al durf ik er niet op te wedden hoeveel precies.” De veronderstelling van de Zwitsers zorgt al direct voor felle discussie. “De zomer van 2003 is erg moeilijk te verklaren zónder toegenomen variabiliteit,” zegt de vooraanstaande Amerikaanse klimaatonderzoekster Gabriele Hegerl tegen de nieuwsdienst van het blad Nature. Maar directeur John Christy van het eveneens Amerikaanse Earth System Science Center vindt het onderzoek juist grote onzin: “Ik ben geen alarmist. Ik houd het liever bij de echte gegevens en die echte gegevens vertonen dit effect niet,” bitst hij. Als mogelijke verklaring voor het hittegolf-effect wijzen Schär en collega’s op de geografie van Europa. Die zou hittegolven die eenmaal op gang komen wel eens kunnen verdiepen. Tijdens de vorige hittegolf verloren gematigde streken in centraal Europa zoveel vocht, dat het klimaat er eventjes mediterraan aandeed. De natuur moest als het ware een drempel overwinnen om weer uit de hittegolf tevoorschijn te krabbelen. De meeste weerexperts zijn het er wel over eens dat de kans op hittegolven toeneemt. In de klimaatmodellen waarmee ook het KNMI werkt, wordt het klimaat warmer, en daarmee neemt ook de kans op zeer warme zomers toe. Maar daar staat steevast tegenover dat de winters door de bank genomen lauwer worden. “We kunnen deze eeuw een temperatuurstijging verwachten tussen de anderhalf en de zes graden. De zomers lopen daarmee gewoon in de pas,” zegt Van Dorland. Maarten Keulemans Christoph Schär, Pier Luigi Vidale, Daniel Lüthi, Christoph Frei et al.: The role of increasing temperature variability in European summer heatwaves. In: Nature (2004) DOI: 10.1038/nature02300