Gedonder bij de achtersteven

Zeevogels slaags om visquota

(Anne Albatros)
Zoom
(Anne Albatros)

Het is ook nooit goed. Als de overbevissing van de Noordzee met vangstverboden en visquota wordt ingetoomd, zijn de zeevogels de dupe. Bij gebrek aan visafval vreten de vogels elkaar op, constateren onderzoekers uit onder meer Groningen.

Het is menig natuurbeschermer een doorn in het oog. Zó veel vis wordt er in de Noordzee gevangen, dat de vissers ieder jaar vele tonnen ‘restvangst’ zoals onvolgroeide schelvis en wijting overboord zwiepen. Wat een verspilling, en dat terwijl biologen al jaren de alarmbel luiden over vooral de dalende kabeljauwstand. Maar ook op zee is de een zijn dood de ander zijn brood. Voor nogal wat zeevogels betekent de restvangst: gratis eten. Rond het achtersteven van de visserstrawler hebben de vogels het met elkaar op een akkoordje gegooid. De grote jager, een roofvogel/aaseter, eet liever visafval dan dat hij op soortgenoten jaagt. En die soortgenoten, waaronder beroemdheden als de stormvogel, de papegaaiduiker en de zeekoet, wagen zich daarom in de nabijheid van hun erfvijand de grote jager. Restvangst verbroedert. Die harmonie wordt nu wreed verstoord, constateren biologen uit onder meer Engeland en Groningen morgen in het blad Nature. Directe aanleiding zijn de maatregelen die de mens neemt om de overbevissing van de Noordzee tegen te gaan. Doordat er minder vissersboten rondvaren en de vangsttechniek steeds preciezer wordt, belandt er ook minder restvangst in de zee. En dus zet de grote jager al sinds de jaren tachtig steeds vaker weer de snavel in de zeekoet. Hoe logisch dat ook klinkt, Stephen Votter en collega’s hebben het verband tussen restvangst en vogelruzie nu voor het eerst aangetoond, door het percentage vogel in het dieet van de grote jager af te zetten tegen de geschatte hoeveelheid restvangst die jaarlijks in de Noordzee wordt gedumpt. Hun conclusie: de visquota zijn een rechtstreekse aanslag op de zeevogels die kan leiden tot “scherpe reducties van het aantal zeevogels”. Waaraan de onderzoekers ogenblikkelijk toevoegen dat het “ongepast” is om de visserij nu dus maar op te roepen om vooral méér vis te vangen. Integendeel: “het is hoogst wenselijk dat de huidige vispopulaties worden aangevuld door visquota en sluitingen van visserijbedrijven,” benadrukken de onderzoekers. Toch kan de mens nog wel íéts doen. De biologen wijzen erop dat roofvogels als de grote jager ook veel van het visje smelt eet. Maar ook smelt zit er steeds minder in de zee, waardoor de grote jager nóg meer in de verleiding komt om een collega-zeevogel op te dienen als avondeten. “Maatregelen om de stand van smelt op peil te houden moeten misschien hogere prioriteit krijgen”, schrijven de onderzoekers. Of het ooit weer goed komt tussen de grote jager en de andere zeevogels, is de vraag. Wellicht neemt het aantal grote jagers snel weer af, zodat er weer voedsel genoeg is voor iedereen. Op de Shetland Eilanden ging het in elk geval al mis: daar peuzelde de grote jager in twintig jaar tijd 50 tot 85 procent van alle drieteenmeeuwen op. Maarten Keulemans Stephen Votier, Robert Furness, Ellen Kalmbach, David Thompson et al.: Changes in fisheries discard rates and seabird communities. In: Nature, Vol. 427, 727-730 (2004).