Linkshandigen meppen beter
Linkspoot heeft vechtvoordeel

- Zoom
- Linkse directe: hebben linkspoten evolutionair voordeel?
Onderzoekers denken te begrijpen waarom er linkshandigen bestaan: de linkspoten hebben voordeel in man-tot-mangevechten.
Boksers, schermers, pingpongers, tennissers en nu ook maatschappijen met veel fysiek geweld hebben iets opmerkelijks met elkaar gemeen. In hun gelederen hebben ze opvallend veel linkshandigen: tot wel drie keer meer dan in een willekeurige groep mensen.
Die constatering doen de Franse onderzoekers Charlotte Faurie en Michel Raymond in het Britse vakblad Proceedings of the Royal Academy of London. Faurie en Raymond baseren zich op onderzoek van acht stammenvolkeren. In de meest vredige stammensamenleving, die van de Dioula in Burkina Faso, was het moordgehalte één op de honderdduizend per jaar. Het aantal linkshandigen is er 3,4 procent. Maar bij de meest gewelddadige stam, de beruchte Yanomamö-indianen uit Venezuela met hun moordcijfer van 500 op 100.000, is 22,6 procent linkshandig.
Dat komt omdat linkspoten voordeel hebben in man-tot-mangevechten, menen de Fransen. Tegenstanders zouden minder bedacht zijn op het verrassingseffect van een linkshandige tegenstander, en het eerder afleggen. Een andere verklaring voor het ‘lefty-effect’ bij contactsporten werd vier jaar geleden voorgesteld door een andere onderzoeksgroep. Misschien hebben linkshandigen betere motorische vaardigheden en een ander ruimtelijk inzicht dan rechtspoten.
In westerse landen schommelt het aantal linkshandigen rond de 10 procent. Maar dat is niet per se een graadmeter voor hoe gewelddadig onze samenleving is, weten Faurie en Raymond. Bij ons hebben de man-tot-mangevechten plaatsgemaakt voor vuurgevechten en andere uitingen van geweld op lange afstand.
Bij contactsporten is er wel een intrigerend verband tussen afstand en linkshandigheid, merkten de Fransen al eerder op. Linkshandigen lijken iets oververtegenwoordigd bij tennissers en pingpongers: tussen de 11 en 17 procent. Maar bij boksers en schermers is het aandeel linkshandigen nog groter. Van de beroepsschermers is ongeveer eenderde linkshandig; bij de kwartfinalisten is dat zelfs de helft.
Linkshandigheid geldt als een biologisch raadsel. De voorkeur ontstaat waarschijnlijk door stress voor de geboorte en houdt verband met aandoeningen als een zwak immuunsysteem, bepaalde zenuwaandoeningen en een gemiddeld kortere levensduur. Je zou dus verwachten dat linkshandigheid vanzelf wordt uitgegumd door de evolutie. Het ‘vechtvoordeel’ zou daartegenin gaan en verklaren waarom er linkshandigen bestaan, denken de Fransen.
Toch valt op de theorie ook wat af te dingen. Zo geven de onderzoekers zelf toe dat hun cijfers door allerlei omstandigheden vertekend kunnen zijn: ze baseren zich bijvoorbeeld op uitspraken van stammenhoofden, en die kunnen gekleurd zijn. Bovendien zegt het vechteffect niets over de hardnekkige verhalen over linkshandigheid bij dieren. Linkshandigheid is onder meer gemeld bij walvissen, walrussen, kraaien, apen en beren.
Chris McManus, zo ongeveer de bekendste linkshandigheidsonderzoeker ter wereld, reageert in de media dan ook sceptisch. MacManus blijft vermoeden dat het brein van linkshandigen zodanig is ingericht dat het soms voordeel geeft. Misschien reageren linkshandigen sneller, of kunnen ze hun omgeving beter waarnemen.
Maarten Keulemans (linkshandig)
C. Faurie en M. Raymond: Proceedings of the Royal Society of London B, DOI: 10.1098/rspb.2004.2926 (2004).