De geluksmeter
Kinderen maken minder blij dan gedacht

- Zoom
- Joshue Siegel, "Happiness" (Olieverf op hout, 2000)
Vrouwen gaan liever winkelen dan dat ze bezig zijn met hun kinderen. En wie slecht heeft geslapen, voelt zich de hele dag net zo ongelukkig als een forens in de ochtendspits. Dat blijkt uit nieuw onderzoek naar het dagelijks welbevinden van burgers.
Geluk is nog altijd heel gewoon. In de topdrie van activiteiten die een vrouw gelukkig maken, staat seks op één, gevolgd door omgaan met anderen en ontspannen. Forenzen, werken en het huishouden doen zijn de bezigheden die het minst gelukkig maken. En, opvallend: voor de kinderen zorgen komt pas op de twaalfde plaats. De gemiddelde vrouw wordt gelukkiger van koken, slapen, bidden, eten, telefoneren, sporten en televisie kijken.
Een en ander blijkt uit proeven met een nieuwe manier om geluk te registreren in het dagelijks leven van heel gewone burgers. Bij de ‘dagreconstructie-methode’ (DRM) krijgen proefpersonen een dagboekje, waarin ze stap voor stap opschrijven wat ze de dag daarvoor hebben gedaan. Daarna beschrijft men aan de hand van vragen welk geluksgevoel men daarbij had. De methode is ontwikkeld door niemand minder dan nobelprijswinnaar Daniel Kahneman (economie, 1998) en collega’s.
De gouden standaard van het geluksonderzoek is nu nog de ‘ervaringenopname’. Daarbij krijgen mensen een zakcomputer mee die op bepaalde, willekeurig gekozen momenten opeens een vragenlijstje voorlegt: wat bent u op dit moment aan het doen, en hoe voelt u zich? Maar die methode is duur en belastend, en leidt soms misschien tot vertekende resultaten: geluk ontstaat soms achteraf.
De dagboekmethode is een goedkoop en makkelijk alternatief. De techniek geeft inzicht in zaken die tot dusver buiten beeld bleven, zegt de Rotterdamse socioloog en ‘geluksprofessor’ Ruut Veenhoven. “Het onderzoek naar welbevinden zit nu nog een beetje op het niveau van heel algemene zaken, zoals leeftijd en geslacht. Maar deze methode is heel geschikt om echt door te dringen in het dagelijks leven van mensen.”
Kahneman probeerde de geluksmeting uit op negenhonderd (Amerikaanse) vrouwen. Daaruit bleek onder meer dat nachtrust een van de belangrijkste voorwaarden is voor geluk. Wie slecht had geslapen, scoorde in de geluksbeleving even laag als iemand die aan het forensen is. Wie daarentegen goed slaapt, voelt zich overdag gemiddeld net zo gelukkig als iemand die televisie kijkt – nummer vier in de ‘gelukkigheids-toptien’.
Ook tijdsdruk heeft grote invloed, net als het soort personen waarmee men omgaat. Laagst gewaardeerd: de baas. Favoriete omgangspartners zijn de vrienden en familie - in die volgorde. De levenspartner en de kinderen komen opmerkelijk genoeg pas daarna, op de derde en respectievelijk vierde plaats.
Toch hangt het geluksgevoel maar net af van wat men doet. Alleen zijn vindt de gemiddelde vrouw nog erger dan samen zijn met de baas, maar alleen koken en alleen televisie kijken zijn juist hoog gewaardeerde activiteiten. Het gezelschap van collega’s scoort laag. Maar lunchen met collega’s staat juist weer op twee in de categorie fijne sociale activiteiten, na de bezigheid ‘relaxen met vrienden’.
De lage waardering voor het omgaan met de kinderen is opvallend. Uit ander geluksonderzoek blijkt immers steevast dat kinderen een bron van geluk zijn. Dat komt door de verschillende manier van vragen, schrijft Kahneman in het wetenschapsblad Science. “Het weerspiegelt waarschijnlijk het verschil tussen een algemeen oordeel (‘ik vind het leuk om kinderen te hebben’) en de momentopname (‘maar vannacht hebben ze zich misdragen’).”
Geluksonderzoeker Veenhoven ziet de methode met het dagboekje vooral als aanvulling op de methode met de zakcomputer. Het dagboek is niet geschikt voor iedere situatie: “Je moet mensen hebben met een goed geheugen. En problemen kun je krijgen met bijvoorbeeld gevangenen: die hebben de neiging een opgeschroefd antwoord te geven, omdat ze graag uitstralen dat ze zich niet laten kisten.”
Een ander probleem is dat de geluksmeting de werkelijkheid een beetje verdraait. Het dagboekje bijhouden wordt ook in de psychotherapie gebruikt, als gedragstherapie. Door een dagboekje bij te houden gaan patiënten gaandeweg positievere bezigheden opzoeken, is ruwweg het idee daarachter. “Dat lijkt mij hier zeker ook het geval,” zegt Veenhoven. “Dit maakt mensen meer bewust van hun emotionele reacties. Bij mijn weten is nog niet onderzocht hoe groot dat effect is en op welke termijn het optreedt. Dat is echter goed onderzoekbaar.”
Kahneman hoopt dat de gelukscijfers op den duur uitgroeien tot een standaardmaat. Net als een land een bruto nationaal product heeft en een werkloosheidscijfer, zo zouden landen in één adem door ook de geluksscore van hun burgers paraat moeten hebben. Een ‘werelddatabank voor geluk’ bestaat al, maar tot de belangrijke kerngetallen van een land behoren geluksscores nog niet.
Misschien dat geluksmetingen als die van Kahneman daarin verandering kunnen brengen, hoopt ook Veenhoven. “Het sociaal-cultureel planbureau experimenteert al met deze methode in hun onderzoek naar hoe mensen tijd besteden. En zelf ga ik deze methoden proberen toe te passen in het bejaardenhuis. Ik verwacht dat we steeds meer toepassingen zullen zien.”
Maarten Keulemans
Daniel Kahneman, Alan Krueger, David Schkade, Norbert Schwarz en Arthur Stone: “A survey method for characterizing daily life experience: the day reconstruction method”. In: Science, Vol. 306, 1776-1780 (2004).