Geen woorden, geen daden
Getalblinde indianen leggen bom onder taalkunde

- Zoom
- Onderzoeker Gordon en een Pirahã-indiaan (Peter Gordon)
In de Amazone blijkt een indianenvolk te leven dat ongelooflijk genoeg niet tot tien kan tellen. Daarmee is na zeventig jaar zoeken misschien eindelijk het bewijs geleverd voor een van de meest omstreden taalkundige theorieën aller tijden: dat ons bewustzijn het gevolg is van het feit dat we taal hebben.
Deeltjesnatuurkundigen kennen het probleem. Als ze het hebben over ‘deeltjes’, denkt iedereen meteen aan kleine, ronde balletjes. Niets ervan, de ‘deeltjes’ uit de natuurkunde zijn net zo ongrijpbaar als muzieknoten. Maar onze taal heeft daar geen woorden voor. Daarom is in de natuurkunde de voertaal wiskunde – en zullen mensen die geen wiskunde ‘praten’ de deeltjesfysica nooit goed begrijpen.
In de 1930er jaren vingen antropoloog Edward Sapir en linguïst Benjamin Whorf dat idee in een omstreden taalkundige theorie. Niet de mensen maken de taal, bedachten de onderzoekers: de taal maakt de mensen. Wat we denken, wordt letterlijk bepaald door onze taal. Zonder taal zijn er ook geen gedachten, luidt kortweg de ‘Sapir-Whorf hypothese’.
De hypothese geldt inmiddels als achterhaald – en onderuitgehaald. Als er zonder taal écht geen gedachte mogelijk zou zijn, dan zouden baby’s die nog niet kunnen praten geen gedachten hebben. En hoe zou een baby dan ooit zijn eerste woordje leren? Een ander probleem van de theorie is dat verschillende talen altijd naar elkaar te vertalen zijn. Inderdaad, het Russisch heeft geen woord voor ‘blauw’. En het Spaans kent de onvertaalbare woorden ‘esquina’ en ‘rincon’, om een onderscheid te maken tussen de binnenhoek van een kamer en de puntige buitenhoek van een kist. Maar dat wil nog niet zeggen dat die hoeken voor ons niet bestaan.
Ook Whorfs belangrijkste praktijkbewijs kwam onder vuur te liggen. Whorf bestudeerde destijds Hopi-indianen, wier taal geen tegenwoordige, toekomstige of verleden tijd kent. Volgens Whorf hadden de Hopi daardoor een wezenlijk andere beleving van de wereld dan u en ik. Ze leefden, hoe moeilijk voor te stellen ook, in een tijdloze wereld. Onzin, zeiden de critici. Hopi begrijpen heus wel dat er verschil is tussen gisteren en morgen.
Nota bene zeventig jaar na dato denkt een Amerikaanse gedragsonderzoeker alsnog het bewijs te hebben gevonden voor de gewraakte hypothese. Diep in de Braziliaanse Amazone vond Peter Gordon van de Universiteit van Columbia een geïsoleerde indianenstam die iets raars heeft. De amper tweehonderd nog levende leden van de ‘Pirahã’-stam kennen namelijk geen meervoud in hun taal.
Als het gaat om tellen, kennen de Pirahã slechts woorden voor ‘één’ en ‘twee’. Alles wat daarboven zit, duiden de indianen aan met hun woord voor ‘veel’. Een woord voor ‘getal’ hebben de Pirahã niet. Aanduidingen als ‘meerdere’, ‘iedere’ en ‘verscheidene’ ook niet.
Als de hypothese van Whorf klopt, dan moet dat betekenen dat de indianen ook letterlijk geen weet hebben van getallen, besefte Gordon. Hoe ongelooflijk ook, ze zouden er niet in slagen verder te tellen dan drie (2 + 1).
Een reeks experimenten die Gordon morgen beschrijft in de webeditie van het vakblad Science, lijkt die bizarre achilleshiel van de indianen inderdaad bloot te leggen. Zo blijkt dat de indianen er niet in slagen vier of vijf klopjes op een deur na te doen: de indianen klopten drie keer. Bij een volgend experiment slaagden de stamleden er niet in om het verschil te zien tussen een plaatje met vier, en een plaatje met vijf vissen.
Bij weer andere experimenten moesten de stamleden een bepaald aantal streepjes natekenen in een soort telraam, of een van tevoren door Gordon neergelegd aantal batterijen of snoepjes verdubbelen. Maar ook daar brachten de indianen het beroerd vanaf. Bij testjes met meer dan tien objecten hadden de indianen zelfs geen enkel resultaat meer goed.
Gordon benadrukt dat de indianen gewone, gezonde mensen zijn, met net zoveel intelligentie als andere mensen. Zo vond hij bewijs dat de Pirahã’s wel schattingen maken. Bijna lachwekkend: de onderzoeker liet zeven snoepjes zien, de ondervraagde indiaan dacht even na, en schatte het aantal snoepjes op één.
Het zit er bij de Pirahã gewoon niet in, constateert Gordon. De indianen kunnen werkelijk niet verder tellen dan drie. Een taal zonder getallen of meervouden maakt écht volledig getalblind. De indianen doen hun proefjes net zo goed als apen of baby’s die nog niet kunnen praten, stelt Gordon vast.
Een laatste veelzeggende aanwijzing vond Gordon toen hij een experiment uitvoerde met batterijen. De onderzoeker legde een aantal batterijen op tafel, en vroeg de proefpersonen dat aantal te verdubbelen. Vreemd genoeg bleken ze dat opeens vrij aardig te doen als er tussen de zeven en de tien batterijen op tafel lagen. Het drong tot Gordon door wat er aan de hand was: hij had de batterijen zo slordig neergelegd dat de indianen ze in gedachten in groepjes van twee konden verdelen. Daardoor kregen ze weer greep op de aantallen.
Als de Sapir-Whorf hypothese werkelijk klopt, kan dat verstrekkende gevolgen hebben voor onder meer het onderwijs. Blijkbaar moet een mens eerst zijn taal verrijken, wil hij sommige taken kunnen verrichten. Of kijk naar de deeltjesnatuurkunde: het is het dus écht onmogelijk om fysicus te worden zonder eerst de taal der wiskunde onder de knie te krijgen.
Maarten Keulemans
Peter Gordon: “Numerical cognition without words: evidence from Amazonia”. In: Science Express, 10.1126/science.1094492 (2004)