Hapkeiet in meteoriet

Nieuw mineraal op de maan

Een stukje van de meteoriet Dhofar 280. Het is twee bij drie centimeter groot. De totale meteoriet weegt net iets meer dan 251,2 gram. Geen zwaargewicht, dus.
Zoom
Een stukje van de meteoriet Dhofar 280. Het is twee bij drie centimeter groot. De totale meteoriet weegt net iets meer dan 251,2 gram. Geen zwaargewicht, dus.

Een stuk rots van de maan, vier jaar geleden ingeslagen op aarde, blijkt een heel nieuw mineraal te bevatten. Het is 'hapkeiet' genoemd, naar de wetenschapper Bruce Hapke die het bestaan van het mineraal dertig jaar geleden al voorspelde

Het nieuwe mineraal is de stille getuige van het ‘kleine geweld’ waaraan het maanoppervlak voortdurend blootstaat. Het is gevormd door de stofregen van minuscule deeltjes, eentiende millimeter groot, die met een snelheid van 100 duizend kilometer per uur het rotsige oppervlak van onze naaste buur zandstralen. Door de gigantische snelheid van de micrometeoortjes verdampt steeds een heel klein stukje van het maanoppervlak tijdens de inslag. Het verdampte materiaal slaat uiteindelijk weer neer in een nieuwe vorm: het mineraal hapkeiet. Het bestaat uit ijzer en silicium, in de verhouding 2 staat tot 1. Een groep Amerikaanse en Russische onderzoekers trof het nieuwe mineraal aan in een meteoriet, afkomstig van de maan, die een paar jaar geleden gevonden werd in het zuiden van Oman. Dhofar 280 heet het stuk steen, en het bevat kleine ondoorzichtige metalen korreltjes bestaande uit verschillende ijzer-siliciumverbindingen. Het grootste korreltje – 35 micrometer groot – bevat het nieuwe mineraal hapkeiet. Twee jaar geleden beschreef Mahesh Anand de nieuwe ijzer-siliciumverbinding in het stuk steen al in het tijdschrift Lunar and Planetary Science, maar het nieuwe mineraal had toen nog geen naam. In het tijdschrift PNAS van deze week is dat goed gemaakt. Hapkeiet is het gedoopt, naar Bruce Hapke, die in 1975 het ontstaansmechanisme ervan voorspelde. Hapke ontwikkelde dertig jaar geleden de theorie van de ruimte-verwering. Dat zijn de verweringsprocessen die plaatsvinden op hemellichamen zonder dampkring: de maan, Mercurius, maar ook aan het oppervlak van asteroïden. Op aarde verweren gesteenten door de inwerking van water en wind, maar op de maan is het windstil en kurkdroog. Geen sprake van bodemverwering, zou je denken. Maar er moést iets gaande zijn op het maanoppervlak, redeneerde Hapke. Want de maan is veel te donker. Afgaande op de samenstelling van de maanbodem moet onze naaste buur meer dan twee keer zo veel licht van de zon weerkaatsen als hij deed. Hapke opperde dat de maanbodem verweert door het voortdurend zandstralen van het oppervlak met minuscule stofdeeltjes. Door het smelten, verdampen, en weer neerslaan van het bodemgesteente zouden de afzonderlijke bodemdeeltjes na verloop van tijd bedekt moeten worden met een flinterdunne coating van ijzerhoudende stoffen. Dat verandert de weerkaatsing van het zonlicht op de maan, en daarom is de maan zo donker, aldus Hapke. Hapke heeft 25 jaar tegen dovemansoren gesproken. Met gewone microscopen waren zijn neerslaglaagjes niet te zien, en andere theoriën over de te donkere maan deden opgeld. Pas toen Lindsay Keller drie jaar geleden een monster van de maan onder de elektronenmicroscoop legde, kwam Hapke’s gelijk. Keller zag de ijzerhoudende neerslaglaagjes wél. Het nieuwe mineraal hapkeiet is een van de verschillende mineralen die Hapke’s theorie voorspelt. Hapke is blij met de vernoeming. "I told them so," zei een geamuseerde Hapke tegen het Amerikaanse persbureau AP. Jacqueline de Vree Mahesh Anand et al: Space weathering on airless planetary bodies: clues from the lunar mineral hapkeite. In: Proceedings of the National Academy of Sciences, vol. 101, p. 6847-6851 (4 mei 2004)