De man van zestig miljoen

Kunstorganen bestaan zestig jaar

Prof. Kolff (midden) met zijn kunst-nier vervaardigd uit een omgebouwde wasmachine.
Zoom
Prof. Kolff (midden) met zijn kunst-nier vervaardigd uit een omgebouwde wasmachine.

Zestig miljoen mensenlevens heeft Willem Kolff naar schatting gered. Deze week is de inmiddels 92-jarige uitvinder van de hartlongmachine en het nierdialyse-toestel terug in Nederland. Om te vieren dat het zestig jaar geleden is dat hij met behulp van een wasmachine, wat auto-onderdelen en een handvol worstenvellen het eerste kunstorgaan ter wereld in elkaar knutselde.

Dierentuindirecteur was wat Willem Kolff (Leiden, 1911) eigenlijk wilde worden. Dat pakte anders uit. Kolff zou uitgroeien tot een van de grootste geesten die ons land de afgelopen eeuw voortbracht. Het scheelde maar een haar of dat was hem niet gelukt. Kolff trouwde vroeg en werd bijna verbannen van de medische opleiding: in die dagen geloofde men dat getrouwde mannen niet toegewijd genoeg waren om mee te kunnen in het internistenbestaan. In Groningen was men soepeler, zodat Kolff aan het werk kon. Op zeker moment maakte de nieuwbakken arts mee hoe een jonge patiënt op een vreselijke manier aan zijn eind kwam wegens nieruitval. Allemaal vanwege één zo’n snertorgaantje, moet Kolff hebben gedacht. Het was 1939 en een idee werd geboren. Kolff begon te experimenteren met urine en worstenvellen. Van worstencellofaan was immers bekend dat ze bloeddeeltjes tegenhielden, maar afvalstoffen doorlieten. Andere artsen was het echter niet gelukt daar munt uit te slaan. Samen met een bevriend chemicus bedacht Kolff een manier om bloed beter te zuiveren, met een ingenieus systeem van buisjes. De oorlog gooide roet in het eten. Kolffs mentor, een joodse arts genaamd Polak Daniëls, pleegde zelfmoord uit angst voor de nazi’s. Kolff week uit naar stadsziekenhuis van Kampen, als een soort wetenschappelijk balling. Achteraf was dat een goede zet. Kolff bepraatte alle Kampense gemeenteraadsleden, en speelde het klaar dat hij alle middelen kreeg die hij wenste. In relatieve stilte knutselde hij verder aan de niermachine, daarbij onder meer geholpen door Kampen Email Fabrieken en door een plaatselijke forddealer, die onderdelen leverde – waaronder enkele onderdelen van een bommenwerper. In 1943 was het prototype klaar. In de jaren die volgden probeerde Kolff zijn wasmachine uit op zestien terminale nierpatiënten. Dertien overleden vrijwel direct, maar Kolff gebruikte die ervaringen om geduldig verbeteringen aan te brengen in het toestel. En toen, in 1945, had hij succes. Maria Schafstadt lag al in coma toen Kolff haar aansloot op zijn machine. Al snel kwam ze bij. Kolff herhaalt in nagenoeg ieder interview dat hij sindsdien geeft, wat Schafstadts eerste woorden waren: “Ik ga weg bij mijn man”. In 1950 concludeerde Kolff dat Nederland een maatje te klein voor hem was. De arts-uitvinder vertrok naar Amerika en ontwierp daar de eerste hart-longmachine, destijds overigens een soort ruimteschip waar de patiënt bijna geheel in verdween. Hoe langer de lijst geredde patiënten werd, des te meer Kolff werd overladen met eerbewijzen. De lijst staat momenteel op 120 wetenschapsprijzen en meer dan tien eredoctoraten. Op 11 september 2001, de dag van de aanslagen op het World Trade Center, kwam Kolff per vliegtuig vanuit Amerika aan in Nederland, voor een nieuwe lobby-actie onder de Kampense politici. Kolff eiste dat zijn voormalige ziekenhuis, een ontwerp van de architect Kromhout, gered zou worden van de sloperskogel. Belachelijk dat die gevoelloze Nederlanders het ziekenhuis wilden afbreken, bromde de dokter in de kranten. De Duitsers hielden het laboratorium van Röntgen toch zeker ook overeind? Kolffs wil werd wet, het ziekenhuis is tegenwoordig monument. De grote ontdekking van Kolff geldt tegenwoordig als een verouderd, onhandig ding. Het redt nog altijd levens, dat wel, maar een wasmachine die bloed wast is in de tijd van bio-engineering, stamcelonderzoek en gentherapie een beetje uit de tijd. Overal ter wereld zinnen onderzoeksgroepen op compacte kunstorganen die kunnen worden ingebracht in het lichaam. Denk niet dat de 92-jarige Kolff daarbij verstek laat gaan. Zijn lichaam mag dan met pensioen zijn, zijn geest is dat nog niet, zei hij een paar jaar geleden tegen de krant. Nog steeds werkt Kolff vanaf de zijlijn mee aan het ontwerp van kunstorganen. Zoals aan het kunsthart: het eerste werkende exemplaar werd op 8 december 1982 in zijn Amerikaanse ziekenhuis ingezet. De patiënt overleed na 116 dagen en van een werkend hart is nog steeds geen sprake. Maar de ‘vader van de kunstorganen’ twijfelt er niet aan: dat zijn maar aanloopproblemen. Maarten Keulemans, NOS Online De komende twee weken besteedt VPRO Noorderlicht Radio in een tweeluik aandacht aan Korff, met volgende week dinsdag in De Ochtenden een interview