Tumoren van alle tijden
Ook dinosauriërs hadden kanker

- Zoom
- De Amerikaanse medicus Bruce Rotschild bestraalde ruim tienduizend wervels van met een fluoroscoop, een soort draagbaar röntgenapparaat. Op deze foto bestudeert Rotschild een wervel van een Tyrannosaurus rex. (Foto: Bruce Rotschild)
Kanker bestaat al miljoenen jaren. Zelfs dinosauriërs hadden al tumoren, blijkt uit onderzoek met röntgenstralen. Een groot deel daarvan lijkt zelfs op gezwellen die vaak bij mensen voorkomen. Slechts een paar soorten dinosaurussen ontwikkelden deze tumoren, mogelijk door slechte eetgewoonten.
Kanker is van alle tijden. Zo’n tachtig miljoen jaar geleden bestond het in ieder geval ook al, denkt de Amerikaanse medicus Bruce Rotschild. In de wervels van dinosauriërs vond hij talloze tumoren. Ze lijken veel op de tumoren die ook bij mensen kunnen ontstaan. Kanker is waarschijnlijk een oude bekende, die al die miljoenen jaren niet wezenlijk veranderd is.
In totaal onderzocht Rotschild meer dan tienduizend wervels van de meest uiteenlopende dinosauriërs, waaronder de overbekende Stegosaurus en Tyrannosaurus. Dit hebben onderzoekers wel eens vaker gedaan, maar nog nooit op zo’n grote schaal. Al die duizenden wervels kon de medicus natuurlijk niet naar zijn eigen laboratorium brengen. Hij reisde daarom heel Noord-Amerika af en ging bij tientallen musea op bezoek met een draagbaar röntgenapparaat. Dit had echter wel zijn beperkingen, schreef Rotschild vorige week in een internetpublicatie van het tijdschrift Naturwissenschaften. Een draagbaar röntgenapparaat is tamelijk klein, waardoor hij en zijn onderzoeksteam alleen staartwervels konden doormeten. Ze zagen daarin afwijkingen die karakteristiek zijn voor tumorgroei.
Vreemd genoeg trof Rotschild alleen tumoren aan in Hadrosauriërs, de verzamelnaam van een groep dinosaurussen die ongeveer tien meter groot was en alleen planten at. Ze worden ook wel eendensnaveldinosauriërs genoemd, een naam die ze danken aan hun platte tandeloze bek. Rotschild bestraalde bijna honderd exemplaren van deze dinosoort, en vond 29 tumoren in hun staartwervels. De slechtste diagnose stelde hij voor een zogeheten Edmontosaurus: bij een exemplaar van het Carnagie Museum in Pittsburgh trof Rotschild ook nog eens een kwaadaardige tumor aan.
De meeste andere tumoren waren hemanginomen. Dit zijn goedaardige bloedvatgezwelletjes die ook bij mensen vaak voorkomen. Ongeveer tien procent van de kinderen heeft zo’n gezwelletje, dat lijkt op een kleine wijnvlek. Na een paar jaar verdwijnen deze vaak weer vanzelf.
Waarom juist de Hadrosauriërs tumoren ontwikkelden, is nog niet zeker, schrijven Rotschild en zijn collega’s van het Arthritis Center in Ohio. Misschien was het gewoon een ongelukkige combinatie van genen die ze gevoelig maakte voor tumoren, suggereert de medicus. Maar volgens hem kan het ook wel eens te maken hebben met de eetgewoontes van deze soort. Hadrosauriërs aten waarschijnlijk vaak coniferen, waarvan bekend is dat ze veel kankerverwekkende stoffen bevatten.
Op zich is het niet verwonderlijk dat dinosauriërs kanker konden krijgen, als je bedenkt dat tumoren kunnen ontstaan in zo ongeveer ieder organisme op aarde. Vogels, haaien, zelfs koralen zijn er niet tegen bestand. In een toelichting van de nieuwsdienst van Nature liet Rotschild weten veel te verwachten van röntgenonderzoek op andere dieren, zowel wilde dieren als museumstukken. “Wellicht komen we dan te weten hoe we kanker effectiever kunnen bestrijden, en ontdekken hoe bepaalde tumoren op zeer lange termijn evolueren.”
Aschwin Tenfelde
B. Rothschild et al.: Epidemiologic study of tumors in dinosaurs. In: Naturwissenschaften, online publicatie (oktober 2003).