Sonar ontkurkt walvis
Marine geeft zeedieren caissonziekte

- Zoom
- Bultrugwalvissen: terwijl biologen dachten dat de populatie bijna hersteld is, blijken er ooit 25 keer zoveel door de zee te hebben gezwommen als vandaag. (Foto: Stanford, Stephen Palumbi)
Het lijkt nu toch écht bewezen: de sonar van marineschepen is dodelijk voor walvissen en dolfijnen. Ongelooflijk genoeg blijken de dieren spontaan caissonziekte (‘duikersziekte’) te krijgen als ze door de geluidsgolf van een mid-frequente legersonar worden getroffen.
Op 24 september vorig jaar zette de Amerikaanse destroyer ‘Mahan’ tijdens een internationale marineoefening bij de Canarische Eilanden zijn sonar aan. Vier uur later spoelde de eerste dode walvis aan. Er zouden er nog veertien volgen, voordat de overheid van de Canarische Eilanden gelastte dat de oefening werd gestaakt.
Inmiddels is duidelijk wat de beesten is overkomen. Eindelijk denken onderzoekers te begrijpen waarom walvissen, maar ook dolfijnen, soms massaal sterven tijdens marineoefeningen waarbij men de mid-frequente sonar gebruikt (met een signaal tussen 1 en 10 kilohertz).
Walvissen en dolfijnen blijken van binnenuit te worden gesloopt door belletjes stikstof. Als de dieren worden geraakt door de sonar krijgen ze caissonziekte - de beruchte decompressieziekte, waarbij het bloed van een duiker die te snel naar de oppervlakte komt zich opeens vult met luchtbelletjes, als een fles champagne die wordt ontkurkt.
De caissonziekte verklaart niet alleen waarom de walvissen en dolfijnen sterven, maar ook waarom ze aanspoelen. Een van de symptomen van caissonziekte is, naast helse pijn en levensgevaarlijke orgaanschade, een algeheel gevoel van desoriëntatie. Een walvis met caissonziekte is het spoor bijster, en raakt dus gemakkelijk verzeild in te ondiep water.
Net als bij een duiker raakt het bloed van een walvis die naar de diepte duikt verzadigd met stikstof. Het gas wordt onder invloed van de hoge druk van de diepzee uit de longen van het dier geperst en opgenomen door zijn bloed. Hoe langer en hoe dieper een walvis onder water is, des te meer stikstof zijn bloed bevat. Als de druk plotseling zou wegvallen, zou de stikstof weer de vorm aannemen van gasbelletjes. Vandaar de vergelijking met de champagnefles.
Het is denkbaar dat de dieren schrikken van de sonar en te snel naar de oppervlakte komen, oppert een Brits-Spaans onderzoeksteam morgen in het blad Nature. Maar waarschijnlijker is dat er sprake is van een ongewoon natuurkundig verschijnsel dat twee jaar geleden voor het eerst werd beschreven door de Amerikaanse zeezoogdieronderzoeker Dorian Houser.
Aan de hand van wiskundige modellen berekende Houser dat de geluidsgolf van de legersonar in theorie het stikstof spontaan kan vrijmaken. Het geluid zorgt voor het ontstaan van microscopische luchtbelletjes, waarin vervolgens in hoog tempo meer stikstofgas wordt verzameld. Eén forse geluidspuls is genoeg om een walvis of een dolfijn te ‘ontkurken’.
Dat klopt precies met de bloederige bende die het Brits-Spaanse team vorig jaar aantrof op de stranden van de Canarische Eilanden. De dode walvissen bleken te zijn overleden aan gruwelijke bloedingen. De levers van de dieren bevatten soms luchtbubbels van wel zes centimeter groot. Ook troffen de onderzoekers gasbelletjes aan in de aderen van de dieren. De walvissen waren van binnenuit ontploft, zo leek het.
De onderzoekers pleiten voor ‘verdere regulering' van het sonargebruik. Vorig jaar nam de Amerikaanse marine voor het eerst de verantwoordelijkheid voor de dood van zes walvissen bij een legeroefening. Maar bij dat incident, dat in maart 2000 plaatsvond bij de Bahama's, was er sprake van een ‘unieke samenloop van omstandigheden’, voegde het leger daaraan toe.
Toch legt de Amerikaanse marine het gebruik van zijn sonar onder druk van de walvisincidenten steeds meer aan banden. Walvissen en dolfijnen zijn publiekslievelingen. Die moet je niet doodbubbelen.
Niet dat de kakofonie onder de golven voorbij is als de mid-frequente sonars zwijgen. Zo experimenteert de marine ook met een zeer sterke, laagfrequente sonar (0,1-1 kilohertz), bedoeld om onderzeeërs over langere afstanden te volgen.
Daarnaast wijzen dierbeschermers op de mogelijk schadelijke effecten van het gedreun van onderzeese explosies bij marineoefeningen, het gepiep van seismische pulsen van oliezoekers, het gebulder van scheepsmotoren en het gesnerp van signalen waarmee weerkundigen de zeetemperatuur bijhouden.
Maarten Keulemans, NOS Online
P. Jepson et al., “Gas-bubble lesions in stranded cetaceans”. In: Nature, Vol. 425, p. 575-576 (2003)