GPS schildpad

Visserij doodt een op drie zeeschildpadden

Hays en zijn collega’s maakten de zendertjes vast met epoxyhars. Dit kneedden ze in een gestroomlijnde vorm, zodat de schildpadden niet zouden vasthaken aan vissersnetten. (Foto: Graeme Hays)
Zoom
Hays en zijn collega’s maakten de zendertjes vast met epoxyhars. Dit kneedden ze in een gestroomlijnde vorm, zodat de schildpadden niet zouden vasthaken aan vissersnetten. (Foto: Graeme Hays)

Elk jaar sterft ongeveer een derde van alle zeeschildpadden op aarde. De visserij is de voornaamste schuldige, denken Engelse biologen. Met een GPS-systeem volgden zij tientallen zeeschildpadden, tot op de barbecue.

Bioloog Graeme Hays is er nog steeds een beetje somber over. “Op foto’s van toeristen is te zien hoe zeeschildpadden werden geroosterd op een barbecue terwijl de satellietzender nog aan het rugschild vastzat.” Zenders die zijn collega’s hadden aangebracht om de dieren met een satelliet te kunnen volgen. Ruim zestien jaar lang volgden Hays en zijn medewerkers de handel en wandel van tientallen zeeschildpadden, verspreid over de hele wereld. In het tijdschrift Marine Ecology publiceerde hij deze week de stroom van satellietgegevens die dit onderzoek opleverde. Uit de signalen die zenders verstuurden, maakte de bioloog op waar de dieren zich ophielden, en of die zich boven dan wel onder water bevonden. De zendertjes verraadden ook of een schildpad opgegeten werd, zegt Hays, verbonden aan de School of Biological Sciences in het Engelse Swansea. Als een schildpad zich snel in de richting van de kust bewoog en daarna lange tijd op het land bleef, was het dier waarschijnlijk gevangen en geslacht. Ruim tien procent van de gevolgde dieren overleed op het land. Hays en zijn collega’s leiden uit berekeningen af dat jaarlijks een derde van alle zeeschildpadden in mensenhanden valt. Om precies te zijn: 31 procent. “Dit sterftecijfer omhelst zowel de zeeschildpadden die bewust worden gevangen als de exemplaren die per ongeluk in vissersnetten terechtkomen,” legt Hays uit. De bioloog waarschuwt echter dat niet iedere schildpadsoort opgezadeld zit met dit sombere sterftecijfer. Als voorbeeld geeft hij de fortuinlijke soepschildpadden die leven in de buurt van het eiland St. Helena. Al 25 jaar lang is daar het aantal exemplaren gelijk gebleven. De onderzoeker stelt daarom voor om per regio te onderzoeken welke schildpadden er jaarlijks omkomen, zodat de lokale visserij harder op de vingers getikt kan worden. Hays probeert nu een gezamenlijk onderzoek op te zetten met alle andere biologen die schildpadden met satellietzenders volgen. “Dan kunnen we alle sterfgevallen naast elkaar leggen en meer zeggen over toestand van de zeeschildpadden,” stelt hij. Andere schildpadstalkers die nog op de ‘ouderwetse’ manier werken, kunnen volgens hem beter ook overstappen op zijn satellietmethode. “Biologen markeren schildpadden nog te vaak met plastic bandjes of lintjes, die ze vastmaken aan de poten. Hierdoor raken de dieren vaak verstrikt in vissersnetten, zodat ze verdrinken. Met deze methode kom je meestal de echte doodsoorzaak van het dier niet te weten, omdat vissers vaak de bandjes zelf houden en ze niet opsturen naar de onderzoekers.” Uit eerder onderzoek concludeerden Hays en zijn collega’s dat zeeschildpadden vaak worden gevangen in de vastenperiode die aan het paasfeest voorafgaat. Volgens de katholieke regels is het dan verboden om vlees te eten, maar vis is wel toegestaan. Veel gelovigen zoeken dan hun toevlucht tot zeeschildpadden, omdat die net als vissen in de oceanen leven. Onterecht, vonden de biologen, want schildpadden zijn reptielen en geen vissen. Samen met tientallen collega-wetenschappers schreven ze daarop vorig jaar een brief naar de paus. Ze verzochten de kerkbaas om de schildpaddenstand weer op te krikken door te verkondigen dat schildpadden ongeschikt zijn als vleesvervanger. Tot nu heeft het Vaticaan nog niet gereageerd. Aschwin Tenfelde G. Hays et al.: Satellite telemetry suggests high levels of fishing-induced mortality in marine turtles. In: Marine Ecology Progress Series, vol. 262, pg. 305 (7 november 2003).