Doodsformule voor dodo
Walgvogel leefde langer door

- Zoom
- Doodsformule: Volgens biologen David Roberts en Andrew Solow is de uitsterfsnelheid van dieren (theta) uit te drukken als gewogen som van de jaartallen (T) waarin het dier werd waargenomen. 'a' staat voor de wegingsfactor, 'k' voor het aantal waarnemingen.
Boudewijn Büch moest eens weten. De dodo, Büchs favoriete dier, stierf een jaar of dertig later uit dan de geschiedenisboekjes beweren: in 1690 in plaats van in 1662. Dat denken althans twee biologen, die een dappere poging hebben ondernomen om de uitsterfsnelheid van dieren te vangen in een wiskundige formule.
Hij mag dan al geruime tijd zijn uitgestorven, nog altijd is de dodo wereldberoemd. Misschien komt dat wel omdat hij het eerste duidelijke slachtoffer was van de mens: de vogel werd in de zestiende en zeventiende eeuw doodgepest door Nederlandse zeevaarders, die hem doodknuppelden en opaten, en hongerige honden en katten loslieten op zijn eiland Mauritius. Of misschien komt het wel gewoon omdat de plompe ‘walgvogel’ er zo idioot bij liep, zegt René Dekker, conservator vogels bij Naturalis. “Het was natuurlijk een belachelijk beest. En van hoog tot laag, iedereen kende hem.”
VOC-vaarder Volkert Evertsz is de laatste die een dodo zag, in 1662 op een eiland nabij Mauritius. Daarna werd van de vogel niets meer vernomen, hoewel een ontsnapte slaaf genaamd Simon nog in 1674 bezwoer een dodo te hebben ontmoet. Maar of het dier daarna was uitgestorven, is een ander verhaal. “Het is heel logisch dat een soort na de laatste waarneming nog een tijdje voort bestaat”, zegt Dekker. Vandaag ontvouwen een Britse en een Amerikaanse bioloog een wiskundige methode om de uitsterfdatum van dieren als de dodo te bepalen. Neem de jaartallen waarop het dier nog werd gezien, stop die in een wiskundige reeks genaamd een ‘Weibulldistributie’, en je vindt de datum waarop het beest in kwestie naar alle waarschijnlijkheid echt het loodje legde. Voor de dodo pakt de berekening gunstig uit: David Roberts van de Britse Koninklijke Botanische Tuin en Andrew Solow van het Amerikaanse Woods Hole Oceanografisch Instituut denken dat de laatste dodo in het jaar 1690 stierf – 28 jaar na de waarneming door Evertsz. Leuk geprobeerd, maar aan de methode kleven nadelen, oordelen vakgenoten.
Roberts en Solow geven zelf al aan dat er sprake is van een kanscurve: 1690 is het jaar waarin de kans dat de dodo uitstierf het grootst is, maar 1669 of zelfs 1797 kan volgens de wiskunde óók. Bovendien hangt het er maar net van af over welk dier je het hebt, en hoeveel mensen er in de buurt zijn om het beest in kwestie waar te nemen, zegt Dekker. “Een groot rund is natuurlijk makkelijker te vinden dan een onooglijk klein, groen vogeltje dat op een afgelegen bergtop woont.” Afgezien daarvan: het blijft een hachelijke zaak om koele wiskunde los te laten op de grillen van de geschiedenis. Het uitsterven van een soort kan opeens in een stroomversnelling komen, bijvoorbeeld als er een schip vol hongerige zeelieden langskomt.
Toch spreekt ecoloog Stuart Pimm in een commentaar in Nature van een belangrijke verbetering. Volgens de huidige definities is een diersoort uitgestorven als hij twintig of vijftig jaar niet meer is gezien. “Dat zou betekenen dat er de afgelopen vijftig jaar nauwelijks soorten zijn uitgestorven”, constateert Pimm. “Naïeve interpretaties van de tellingen (…) kunnen de uitkomst opleveren dat er de laatste vijftig jaar steeds minder soorten uitsterven.” De nieuwe rekenmethode heeft het voordeel dat je er ook mee kunt voorspellen wanneer een bedreigd dier naar verwachting uitsterft, vindt de ecoloog. Het enige wat je daarvoor hoeft te doen is de hoeveelheid keren dat een bepaald dier nog is gezien invoeren in de formule. Eerder deze week maakte de Wereldunie voor Natuurbehoud (IUCN) zijn bijgewerkte ‘rode lijst’ van bedreigde dier- en plantensoorten bekend. Het aantal soorten op de lijst is in een jaar tijd gegroeid van tien- naar twaalfduizend. Maar opvallend is dat daarbij ook enkele soorten zitten die al uitgestorven werden gewaand, maar die nu tóch weer zijn waargenomen. Voor de dodo gaat die vlag niet meer op, want niemand twijfelt eraan dat het doek voor de wandelvogel voorgoed is gevallen. Dan mag de dodo nog van geluk spreken dat hij postuum beroemd is geworden. Als sukkel weliswaar, maar toch. “De dodo is een universeel symbool van stompzinnigheid, en de fatale gevolgen daarvan”, aldus ecoloog Pimm.
Maarten Keulemans
Bronnen:
David Roberts et al.: When did the dodo become extinct? In: Nature, Vol. 426, p. 245 (2003)
Stuart Pimm: Expiry dates. In: Nature, Vol. 426, p. 235-236 (2003)