Tijd voor een sigaretje
Stoppen met roken duurt lang

- Zoom
- noorderlicht nieuws sigaret tijdsbesef tijd
Voor iemand die net gestopt is met roken gaat de tijd een stuk langzamer. Dit kan verklaren waarom iemand die net gestopt is, snel geïrriteerd raakt en zich maar slecht kan concentreren. Echter, de verwachting is dat het verstoorde tijdsbesef binnen een paar dagen weer bijtrekt.
De tijd gaat een stuk langzamer voor wie net gestopt is met roken. De gezondheidswetenschapper Laura Klein ontdekte dat de tijd voor hun gevoel vijftig procent langer duurt dan de werkelijke tijd. De pas gestopte roker raakt hierdoor sneller geïrriteerd, zo legt Klein uit voor de nieuwsdienst van het blad New Scientist. Voor de niet-rokende lezers vergelijkt ze de situatie met een stoplicht dat wel een eeuwigheid op rood lijkt te staan, natuurlijk net wanneer je haast hebt.
Klein en haar medewerkers van de Penn State universiteit in Pennsylvania onderzochten 42 mannen en vrouwen, waarvan 20 rokers en 22 niet-rokers. Ze liet de deelnemers schatten hoe lang de periode was tussen een start- en stopsignaal. De deelnemers mochten niet tussentijds in gedachten meetellen. De periode duurde steeds 45 seconden, en zowel de rokers als niet-rokers maakten een goede schatting van de verstreken tijd.
De rokers moesten de test vervolgens nog een keer doen, maar nu nadate ze een volle dag niet hadden gerookt. Nu bleek dezelfde tijdspanne voor hun gevoel meer dan minuut te duren – zo’n vijftig procent langer dan de werkelijke 45 seconden. Deze verstoring van het tijdsbesef maakt het nog eens extra moeilijk om te stoppen met roken, aldus Klein. “Dit kan de oorzaak zijn van het onrustige gevoel dat deze mensen hebben, waardoor ze zich niet goed meer kunnen concentreren.
Eigenlijk zijn de uitkomsten van Kleins onderzoek niet helemaal nieuw. Onder rokers is het verstoorde tijdsbesef bij het stoppen al lang bekend. Maar, zo legt Klein uit, haar onderzoek is het eerste dat het tijdsbesef ook in cijfers uitdrukt.
Momenteel onderzoekt Klein hoe het tijdsbesef op langere termijn verandert. Naast rokers die ‘al’ 24 uur geen sigaret hebben aangeraakt, heeft ze nu ook deelnemers die al een halve week zijn gestopt. Klein verwacht dat de verstoring van het tijdsbesef langzaam afneemt.
Welke lichaamsprocessen juist de oorzaak van de verstoring zijn, weet Klein nog niet. Binnenkort wil ze gaan onderzoeken hoe de hormoonspiegel verandert bij rokers die proberen te stoppen. Waarschijnlijk wordt het iets lastiger om hier deelnemers voor te vinden. Klein zoekt namelijk deelnemers die echt willen stoppen met roken, en niet slechts even hun sigaretten laten liggen voor het onderzoek. Het zou natuurlijk interessant zijn om ook te onderzoeken of de tijd langzamer gaat voor mensen die hun levensstijl op een heel andere manier hebben veranderd. Bijvoorbeeld door het opgeven van een tijdrovende hobby. Wie weet duurt stoppen met tuinieren wel net zo lang als stoppen met roken.
Aschwin Tenfelde
L. Cousino Klein et. al., Smoking abstinence impairs time estimation accuracy in cigarette smokers. In: Psychopharmacology Bulletin, vol. 37, pg 90, 2003.