Bloedig leren

De oorlog als uitvindingenmachine

De Humvee: destijds een legerjeep, nu een van de meest populaire personenauto's van de VS. (Foto: www.defenselink.mil)
Zoom
De Humvee: destijds een legerjeep, nu een van de meest populaire personenauto's van de VS. (Foto: www.defenselink.mil)

Penicilline, GPS, internet: oorlog is even afzien, maar levert de wereld uiteindelijk ook veel nieuwe wetenschap, geneeskunde en techniek op. Zo luidt althans een veelgehoorde volkswijsheid. Maar een groeiende groep onderzoekers is het daar niet mee eens.

Een ‘bloedige leermeester’ wordt oorlog wel genoemd. En niet zonder reden. Als de rook is opgetrokken en de doden zijn begraven, blijkt er ook vooruitgang te zijn geboekt. In geneeskunde, techniek en wetenschap. Zegt men. De Frans-Duitse oorlog van 1870 leverde de antisepsis. De Eerste Wereldoorlog leverde zaken uiteenlopend van de rupsband, de duikboot en het gifgasmasker tot de plastische chirurgie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde men atoomsplitsing, het vierwiel-voertuig en de computer; de Vietnamoorlog leverde de ontdekking van het ‘post-traumatische stress-syndroom’ op. Ook nu wordt sommige oorlogstechniek al voorzichtig aangeprezen. De vorige Golfoorlog leverde onder meer de ‘Humvee’ op, de robuuste legerjeep die het schopte tot populaire personenauto. Ditmaal is daar onder meer de ‘go-book’ computer van het bedrijf Itronix: een nagenoeg onverwoestbare laptop. Handig aan het front, maar ook geschikt voor mensen met kinderen. Of neem robots. Bijna al het Amerikaanse robotonderzoek wordt betaald door het leger. Dat levert behalve robotverkenners, robotmijnenvegers en het robotvliegtuigje Predator ook robotstofzuigers en vliegende camera’s op. Je zou de oorlog bijna gaan waarderen. In een oud NAVO-handboek over atoomaanvallen staat dat hoewel een kernoorlog “misschien ellende brengt”, hij ook nieuwe kennis over stralingsziekten zal opleveren. De Duitse chirurg Ferdinand Sauerbruch bestond het de Eerste Wereldoorlog te bestempelen als “een spannende en ongehoord leerrijke ervaring”. En een Nederlandse arts die tijdens de Golfoorlog in 1991 afreisde naar Irak bekende dat hij het jammer vond dat hij niet dichter aan het front zat – hij had graag eens “met mes en vork” geopereerd. Maar de oorlog als leermeester is een fabeltje, denkt Leo van Bergen, medisch-historicus bij het Medisch Centrum van de Vrije Universiteit Amsterdam. Natuurlijk levert oorlog soms uitvindingen op. Maar het belang van de oorlog voor de geneeskunde wordt zwaar overdreven, zo zei Van Bergen deze week in het radioprogramma Noorderlicht van de VPRO. Veel ontdekkingen waren tóch wel gedaan. De antisepsis werd vier jaar voor de Frans-Duitse oorlog uitgevonden; penicilline werd was al in 1929 uitgevonden – tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het voor het eerst op grote schaal gefabriceerd. Dat geldt ook voor techniek. Bedrijven als Nilfisk en Sony werken al jaren aan huishoudrobots, gewoon om er geld aan te verdienen. Ook de supercomputer go-book bestond al voordat het oorlog werd. “Ik denk dat oorlog vooral een versnelling geeft aan ontwikkelingen die er toch wel zouden komen”, zegt Hans Schippers, universitair docent ‘vrede en veiligheid’ aan de Technische Universiteit Eindhoven. “Neem de atoombom. Men was al ruim voor de oorlog bezig met het onderzoek naar splijtingstechnieken.” Medisch-historicus Van Bergen wijst erop dat veel ‘oorlogsvernieuwingen’ bovendien helemaal niet nuttig zijn voor een burgermaatschappij. “De problemen die in oorlog om een oplossing schreeuwen komen in vredestijd vaak helemaal niet voor.” Te denken valt aan de behandeling van gifgas-koudvuur of aan het stealth-vliegtuig. Van waarde voor de medische wetenschap zijn oorlogsvernieuwingen vaak niet, weet Van Bergen. “Oorlog ontbeert zo’n beetje alle voorwaarden die normaliter voor wetenschappelijk onderzoek noodzakelijk worden geacht.” Zoals rust en tijd, de mogelijkheid om resultaten met collega-wetenschappers uit te wisselen, en de aanwezigheid van een controlegroep. Misschien werkt oorlog juist averechts. Wat zou de 75 miljard dollar die de VS uittrekt voor de oorlog tegen het terrorisme hebben opgeleverd als die was geïnvesteerd in, zeg, het aidsonderzoek of de ruimtevaart? Van Bergen wijst erop dat tijdens de Eerste Wereldoorlog bij veel soldaten ledematen werden geamputeerd – domweg omdat de artsen teveel haast hadden. Met oorlog is het als met ruimtevaart. Soms levert het opeens iets op dat ook in vredestijd van pas komt. Maar een toevallig bijproduct blijft het. Als oorlog al een manier is om de techniek vooruit te helpen, dan is het wel een heel omslachtige. En de toekomst? Schippers noemt de ontwikkeling van zonnecellen. “Daarin schijnt het Amerikaanse leger momenteel op grote schaal te investeren. Ook in Irak is de aanvoer van benzine een groot probleem, omdat je het in grote hoeveelheden over grote afstanden moet transporteren. Wellicht wordt een betere zonnecel de volgende techniek die we aan defensie overhouden.” Maarten Keulemans, NOS Online