Verlegenheid zit – letterlijk – tussen de oren. Om precies te zijn: in de amygdala, een klein, amandelvormig gebiedje onderin de grote hersenen, dat verband houdt met de verwerking van emoties. Dat de amygdala iets te maken heeft met verlegenheid was twintig jaar geleden al voorspeld, maar nu hebben neurologen het bewijs geleverd. Onder de fMRI-hersenscanner zagen ze hoe de amygdala’s van dertien verlegen proefpersonen ogenblikkelijk aanfloepten als ze een foto van een vreemde te zien kregen.
Dat betekent dat verlegenheid een hardnekkige eigenschap is, constateren de onderzoekers in het blad Science. De proefpersonen waarmee Jerome Kagan en collega’s werkten, waren immers al als 2-jarige peuter gediagnosticeerd als extreem verlegen. En nu, de proefpersonen waren inmiddels jonge twintigers, reageerden hun hersenen nog steeds op foto’s van vreemden. Eens verlegen, altijd verlegen, zo lijkt het.
Toch valt daarop iets af te dingen. Want wat iemand met zijn aanleg tot verlegenheid doet, is een ander verhaal, benadrukken de onderzoekers. “Sommige van onze proefpersonen die mensenschuw waren, zijn dat niet meer. Ze zijn eroverheen gekomen”, zegt onderzoeker Jerome Kagan desgevraagd. “Mensen overwinnen hun verlegenheid. En omgekeerd kun je verlegenheid ook ontwikkelen.” Dat verlegenheid voor een deel erfelijk is, was overigens al bekend.
Onder de proefpersonen bevonden zich ook negen mensen die als kleuter waren gediagnosticeerd als buitengewoon extravert. Ook dat was terug te zien in de hersenscans. De hersenen van de extraverte mensen reageerden net zo op gezichten van vreemden als op foto’s van goede bekenden. Voor iemand die extravert is, is een volstrekte vreemde blijkbaar net zo vertrouwd als een oude bekende. Maar ook extraversie heeft een prijs: extreem spontane mensen zijn vaker geneigd tot agressief, koppig, heethoofdig en ander asociaal gedrag, benadrukken de onderzoekers.
Het is niet toevallig dat uitgerekend de amygdala een rol speelt. Dat hersengebied regelt immers ook de zogeheten ‘vecht/vlucht-reactie’: de paniek die iemand bij gevaar kan overmeesteren. Een aanval van verlegenheid is wat dat betreft ongeveer hetzelfde als het ervaren van een acute, levensbedreigende situatie – inclusief bijbehorende symptomen, zoals zweethanden en hartkloppingen. Overigens gaat de amygdala niet uitsluitend over narigheid: zo bleek vorige maand nog uit Zweeds onderzoek dat het hersengebied reageert op het drinken van wijn.
Hoewel de meeste van Kagans proefpersonen hadden leren omgaan met hun aanleg, waren er ook twee bij die inmiddels werden geplaagd door een heuse sociale fobie. Wat dat betreft is het maar goed dat er steeds meer bekend wordt over de tastbare, biologische kant van verlegenheid, vindt Kagan. Misschien dat extreem verlegen of extraverte mensen hun aanleg op een dag met een pilletje kunnen temperen.
Maarten Keulemans, NOS Online
Carl Schwarts et al., “Inhibited and uninhibited infants grown up: adult amygdalar response to novelty”. In: Science, 20 juni 2003, 1952-1953 (2003).