Het komt al snel neer op een natuurgebied zo groot als Frankrijk. De afgelopen twintig jaar moet onze planeet er talloze bomen, mossen, planten, algen, voedingsgewassen en bloemen bij hebben gekregen. Niet minder dan 3,4 miljard ton koolstof werd in de jaren 1980-1997 omgezet in nieuwe, groene biomassa, zo blijkt uit vandaag gepubliceerd Amerikaans-Japans onderzoek. Het meeste ging zitten in verdichting van al bestaande natuur. Die werd vooral in de landen rond de evenaar dichter en weelderiger.
Klimaatverandering is de oorzaak van de plotselinge vergroening, zo constateert het team van bosonderzoeker Ramakrishna Nemani. De wereld wordt warmer, en dat levert behalve overstromingen en woestijnvorming allerlei effecten op die de plantengroei bevorderen: meer zon, meer koolstofdioxide en minder vorst. De wereld wordt meer een broeikas, en heel wat planten doen het daarin goed.
Nemani en collega's baseren zich op een grootschalige analyse van klimaatgegevens en satellietmetingen over de jaren 1982-1997. Hun conclusie: na afloop van die achttien jaar werd er wereldwijd 6,14 procent méér koolstof omgezet in groen dan aan het begin van de periode. Veruit het grootst was de toename in de amazone, een gebied waarvan de milieuorganisaties zeggen dat het in misselijkmakend tempo verdwijnt. Liefst 42 procent van de nieuwe biomassa werd aangemaakt in het tropisch regenwoud van Zuid-Amerika. Dat komt wellicht omdat de amazone te maken kreeg met minder bewolking, waardoor de hoeveelheid zonlicht toenam, opperen de onderzoekers.
Maar volgens Bart Kruijt, tropenonderzoeker bij onderzoeksinstituut Alterra, kan het ook toeval zijn. In de jaren 1982-1997 werd de wereld immers driemaal getroffen door een hevige El Niño, en het regenwoud ondervindt daarvan grote schade. Wat dat betreft kan de door Nemani waargenomen groei best gewoon regenwoud zijn dat zich herstelt. “Er kan sprake zijn van een autonoom effect. De bevindingen van dit onderzoek gaan een beetje in tegen mijn gevoel,” zegt Kruijt.
Bert Holtslag, hoogleraar meteorologie aan Wageningen Universiteit wijst er intussen op dat de meetgegevens behalve een trend juist ook zeer grote verschillen per jaar laten zien. “Die fluctuaties hangen samen met het weer. Dat is altijd de kanttekening. Kun je nog wel zeggen: het gaat die en die kant op? Het blijft een heel globaal verhaal dat nadere ondersteuning behoeft.”
Toch vinden Kruijt en Holtslag het weinig verrassend dat de planeet groener wordt. Plaatselijke aanwijzingen dat de wereld groener wordt door de opwarming van de aarde waren er al. Vorige week nog constateerde het KNMI zijn jaarlijkse klimaatrapport dat het Nederlandse groeiseizoen voor planten de afgelopen eeuw bijna een maand langer is geworden.
Nemani en collega's zeggen erbij: hun onderzoek betreft natuurlijk maar één reactie van de planeet op het verschijnsel klimaatverandering. En het gaat om een gemiddelde. Zo werden grote gebieden in Zuid-Oost Azië, Afrika en Zuid-Amerika juist minder groen. Duidelijk is wel dat het 'dramatische' tijden zijn op aarde, schrijven de onderzoekers. Zo nam de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer sinds 1980 met haast tien procent toe, zwol de wereldbevolking aan van vierenhalf tot zes miljard mensen en kreeg de natuur te maken met de twee warmste decennia aller tijden.
Kruijt verwacht dat Nemani’s onderzoek explosief spul is. “Reken maar dat Brazilië dit niet leuk vindt. Daar is men zeer huiverig voor teveel bemoeienis van de internationale gemeenschap met het bosbeleid. En met dit soort studies wordt toch geschermd door de politiek en op de klimaatconferenties.”
Maarten Keulemans, NOS Online
Ramakrishna Nemani, Charles Keeling, Stephen Piper et al, “Climate-driven increases in global terrestrial net primary production from 1982 to 1999”. In: Science, 6 juni 2003, 1560-1565.