Eerst de kinderen opeten, dan slapen
Superbacil doet alles om zichzelf te blijven

- Zoom
- De bacterie Bacillus subtilis is een populair onderzoeksobject onder microbiologen.
Wat doet de bacterie ‘Bacillus subtilis’ als je hem uithongert? Hij maakt wat antibioticum, spuit zijn familie dood, eet die op en gaat slapen.
Ze moeten hem wel hebben, die arme Bacillus subtilis. Al talloze malen werd de bacterie diepgevroren, beschoten met straling, ja, zelfs in het heelal uit het ruimteschip gezet. Alles om te bewijzen dat B. subtilis een taaie is, niet dood te krijgen. En nu dit weer: onderzoekers uit Spanje en Amerika hebben hem gedwongen zijn familieleden op te eten.
Bacillus subtilis is een onschuldige, algemeen voorkomende bodembacterie. Maar net als bijvoorbeeld de miltvuurbacterie Bacillus anthracis heeft hij iets ongewoons. Als hij in de problemen komt, gaat hij in winterslaap, als spore. De eencellige legt dan zijn stofwisseling stil, verdroogt zichzelf en stopt zijn genetisch materiaal – zijn DNA – in een beschermend jasje. De bacterie is dan bestand tegen uitdroging, extreme kou en zelfs tegen onwaarschijnlijk grote hoeveelheden straling. Aanhangers van de theorie dat het aardse leven afstamt van bacteriën die uit het heelal zijn neergedwarreld, beginnen dan ook steevast over Bacillus subtilis. De superbacterie zou het levende bewijs zijn dat het leven is aangepast op reizen door de ruimte.
Maar van harte gaat het anders niet, dat zichzelf afsluiten. José González-Pastor en collega’s bestudeerden de spoorvorming van de bacil in detail en deden een spectaculaire ontdekking. Als B. subtilis geleidelijk wordt uitgehongerd, zal hij er alles aan doen om níét te veranderen in een schijndode spore. De bacterie zet dan de tanden in zijn soortgenoten. Kannibalisme onder bacteriën, het is een onthutsend gegeven dat indruist tegen het paradigma dat microben alleen andere soorten met chemicaliën te lijf gaan.
De bacteriën met honger beginnen. Plotseling beginnen ze een antibiotica-achtige stof af te scheiden, met de welluidende naam ‘spoorvorming-moordfactor’. Die sprenkelen ze over hun soortgenoten met behulp van een ingenieus ‘pompje’, om zelfvernietiging te voorkomen. Zijn de soortgenoten eenmaal dood, dan nuttigt B. subtilis de vrijgekomen voedingsstoffen.
Blijkbaar is de schijndood als spore het allerlaatste redmiddel, constateert het Spaans-Amerikaanse onderzoeksteam in Science. Dat is ook heel logisch, vindt González-Pastor. Is de spoorvorming eenmaal in gang gezet, dan is er geen weg meer terug. Spoorvorming is een langdurig proces. Mocht er tussentijds opeens alsnog voedsel beschikbaar komen, dan zijn de bacillen die al bezig zijn zichzelf om te bouwen tot spore in het nadeel: ze kunnen het voedsel dan niet onmiddellijk nuttigen, terwijl andere bacteriën dat wel kunnen.
Want al is B. subtilis een superbacil, onkwetsbaar is hij niet – zelfs niet in spoorvorm. In de jaren tachtig stopten de Leidse onderzoekers Peter Weber en Mayo Greenberg een kolonie B. subtilis in een vacuümkamer, vroren die in tot tien graden boven het absolute nulpunt en bombardeerde de kolonie met intens UV-licht. 99,9 Procent overleefde die nabootsing van een verblijf van 2500 jaar in het heelal niet. Nog beroerder verging het een onfortuinlijke kolonie B. subtilis die in 1967 werd achtergelaten op de maan. Toen NASA na een paar jaar terugkwam, bleek er geen enkele bacterie meer aantoonbaar in leven.
Maarten Keulemans, NOS Online
José González-Pastor et al, “Cannibalism by sporulating bacteria”. In: Science, 19 juni 2003, doi 10.1126 (2003)