Hoge noot

Koolmees versus verkeersherrie

Tjilpen tegen auto's (klik voor vergroting): de zang van de koolmees in een rustige woonwijk (links) en in een drukke omgeving (rechts). Het middengedeelte geeft de achtergrondruis van het verkeer op een druk punt weer. In de tabel is de frequentie van het getjilp (verticaal) uitgezet tegen de tijd (horizontaal). Fmin staat voor de minimum frequentie van het lied in kwestie.(illustratie: H. Slabbekoorn, Nature)
Zoom
Tjilpen tegen auto's (klik voor vergroting): de zang van de koolmees in een rustige woonwijk (links) en in een drukke omgeving (rechts). Het middengedeelte geeft de achtergrondruis van het verkeer op een druk punt weer. In de tabel is de frequentie van het getjilp (verticaal) uitgezet tegen de tijd (horizontaal). Fmin staat voor de minimum frequentie van het lied in kwestie.(illustratie: H. Slabbekoorn, Nature)

Niet ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Koolmeesjes in drukke stadsgedeeltes blijken gemiddeld hoger te zingen dan vogeltjes in een rustige woonwijk. De beestjes moeten wel om het verkeer te overstemmen, denken biologen. Wie weet zijn er straks verschillende soorten vogels: lawaaiige, schel kwetterende stadsvogels en lieflijk tjilpende bossoorten.

Vind als koolmeesje maar eens een partner in hartje Leiden. Brullende auto’s rijden af en aan, en boven je hoofd loeit het vliegverkeer richting Schiphol. Niet de ideale plaats om het subtiele getjilp aan te heffen waarmee je als vogel normaliter een partner lokt. Het vogeltje heeft er wat op gevonden, zo hebben biologen van de Universiteit Leiden ontdekt. Koolmeesjes blijken op drukke plekken in de Leidse binnenstad namelijk gemiddeld hoger te zingen dan meesjes die in een rustiger woonwijk vertoeven. Koolmeesjes hebben een repertoire van drie tot negen liedjes. En door op drukke plekken te kiezen voor de deuntjes met minder lage tonen erin, voorkomt het diertje dat het wordt overstemd door het lage gegrom van het verkeer. Vogelonderzoekers ontdekten al eens dat leeuweriken harder tjilpen als er verkeer in de buurt is. “Net zoals je op een feestje harder gaat praten om je verstaanbaar te maken”, zegt gedragsbioloog Hans Slabbekoorn. Maar vogeltjes die hun repertoire bijstellen rond verkeersaders, dat is net zoiets als een countryzanger vinden die in de bebouwde kom alleen nog maar metalmuziek maakt. Slabbekoorns ontdekking is dan ook belangwekkend genoeg voor vermelding in het topblad Nature: nog nooit eerder toonde iemand aan dat het lawaai van de mensenwereld de communicatie tussen vogeltjes fundamenteel verandert. Vorige week nog zagen Amerikaanse plantkundigen een enigszins vergelijkbaar effect bij populieren. De biologen toonden toen aan dat de Amerikaanse populier (Populus deltoides) in hartje New York een stuk groter wordt dan in de buitenwijken. Dat moet te maken hebben met vervuiling, denken de onderzoekers. In de binnenstad is er minder ozon aanwezig dan in de buitenwijken. En ozon remt de boomgroei. Zoals je stadsmensen hebt, zo ontstaan er misschien ooit speciale ‘stadsdieren’, evolutionair aangepast om te overleven in de stad. Om dat uit te zoeken, bestudeert Slabbekoorn momenteel hoe vogeltjes precies tjilpen in de verschillende grote steden van Europa. “Ik zeg niet dat we getuige zijn van de evolutie van aparte stadssoorten en bossoorten. Daarvoor leven we niet lang genoeg. Maar het lijkt er wel op dat op dit moment stappen worden genomen die de eerste aanzet kunnen zijn tot het ontstaan van nieuwe soorten. De door mensen gecreëerde leefomgeving lijkt daarbij een opvallende rol te spelen.” Maarten Keulemans, NOS Online Hans Slabbekoorn en Margriet Peet, “Birds sing at a higher pitch in urbanm noise.” In: Nature, Vol. 424, 267 (2003) Jill Gregg et al, “Urbanization effects on tree growth in the vincinity of New York City.” In: Nature, Vol. 424, 183-187 (2003)