Schulden, ontslag, een ernstige ziekte of een overlijdensgeval in de familie: het zijn allemaal bijzonder stressrijke gebeurtenissen. Toch reageert niet iedereen hetzelfde op zo’n voorval. Waarom raken sommige mensen erdoor in een ernstige depressie, terwijl anderen schijnbaar onbewogen verder gaan met hun leven? Een groep van psychologen en genetici denkt het antwoord te hebben gevonden in een subtiel genetisch verschil.
Terrie Moffet en collega’s van King’s College in London volgden meer dan 800 Nieuw-Zeelandse jonge volwassenen tussen hun 21e en 26e levensjaar, de periode waarin depressies doorgaans voor het eerst de kop op steken. De psychologen noteerden welke stressvolle gebeurtenissen de leden van de onderzoeksgroep meemaakten, en hielden bij wie er een depressie kreeg. De aandacht van de genetici ging ondertussen uit naar het zogeheten serotonine-transporter-gen 5HTT, een stukje DNA dat codeert voor een eiwit dat de boodschapperstof serotonine na gedane arbeid weer terug de hersencellen in transporteert.
Van het transportereiwit is al langer bekend dat het een rol speelt bij depressies. Moderne antidepressiva zoals Prozac en Seroxat grijpen ook precies in het transportermechanisme aan. Ze leggen het transportereiwit lam, en blokkeren daarmee de heropname van de neurotransmitter serotonine.
Het transporter-gen komt in twee varianten voor: een lange, en een korte. Elk mens draagt twee kopieën van het gen bij zich, een van vaders zijde, en een van moeders zijde. Ongeveer tweederde van de bevolking draagt een of twee exemplaren van de korte variant van het 5HTT-gen bij zich. En die korte variant nu lijkt cruciaal te zijn bij het ontstaan van een depressie na een stressvolle gebeurtenis, terwijl de lange variant een beschermend effect lijkt te hebben.
Vooral in de groep mensen die vier of meer stressrijke gebeurtenissen hadden meegemaakt waren de verschillen duidelijk. Van de mensen die twee kopieën van het lange 5HTT-gen hadden, ontwikkelde 17 procent een depressie. In de groep die twee kopieën van het korte exemplaar had, was dat percentage meer dan twee keer zo hoog: 43 procent van hen kreeg te maken met een depressie. Bovendien lijken twee lange kopieën bescherming te bieden tegen depressies: het aantal stressrijke gebeurtenissen in het leven van een persoon met twee lange 5HTT-genen had geen merkbare invloed op het ontstaan van een depressie.
Uit eerder onderzoek was al gebleken dat er een verband bestaat tussen het optreden van depressies en de lengte van het 5HTT-gen, maar nog niet eerder was daarbij het effect van stress gemeten. Het is voor het eerst dat het samenspel tussen genen en omgevingsfactoren bij het ontstaan van depressies in kaart is gebracht, aldus de onderzoekers deze week in het tijdschrift Science.
Jacqueline de Vree