Toen de Britse priester Richard Mather in 1635 naar de Nieuwe Wereld reisde, zag hij tot zijn verrukking “een groot aantal walvissen, zoals men die gewoonlijk aanschouwt”. Amper drieënhalve eeuw later zijn er daarvan niet veel meer over. Hoewel biologen vinden dat het relatief goed gaat met de bultrug, de gewone vinvis en de dwergvinvis, is hun huidige aantal slechts een fractie van wat er ooit door de Noord-Atlantische wateren zwom. Dat maken twee Amerikaanse genetici op uit DNA-monsters van de overgebleven walvissen.
Neem de gewone vinvis. Van het dier waren er, voordat de walvisvaart begon, dertig- tot vijftigduizend, zo vermoedt de Internationale walvisvaart commissie (IWC). Tegenwoordig is het dier beschermd en zijn er weer 56.000, waarmee de Noord-Atlantische populatie sterker zou zijn dan ooit. Echter: volgens de nieuwe schatting zwommen er voor het begin van de walvisvaart 360.000 vinvissen door de Atlantische Oceaan, liefst zeven keer meer dan volgens de oude schattingen.
Nog stuitender zijn de statistieken van de bultrug. Volgens de oude schatting waren er daarvan in betere tijden 20.000. Maar volgens de biologen Joe Roman (Harvard) en Stephen Palumbi (Stanford) waren het er liefst twaalf keer zoveel: 240.000. Daarvan zijn er momenteel naar schatting een schamele 10.000 over.
“Ongelooflijk”, vindt Chris Smeenk, conservator zoogdieren bij Naturalis en walviskenner. Letterlijk ongelooflijk, want Smeenk heeft zijn bedenkingen. “Als ik dit hoor, slaat de twijfel bij mij wel toe. Dit zijn echt ontzéttend veel walvissen.”
De nieuwe schatting is een zware slag voor landen als Japan en Noorwegen, die de walvisvaart willen hervatten. De Internationale walvisvaart commissie (IWC) hanteert de vuistregel dat er mondjesmaat op walvissen mag worden gejaagd, mits er van een soort meer dan de helft van het oorspronkelijke aantal in leven is. Maar nu blijkt dat oorspronkelijke aantal vele malen groter dan verwacht.
Zelfs de dwergvinvis, door Japan recent nog betiteld als de ‘kakkerlak van de zee’ omdat er zoveel van zouden zijn, is niet zo talrijk als hij ooit was. Het huidige aantal (149.000) is net iets meer dan de helft van het aantal vóór de walvisvaart (265.000). Roman en Palumbi vinden het geen goed idee om de ban op de vangst van bultruggen en gewone vinvissen te versoepelen. “In het licht van onze bevindingen zijn de huidige populaties bultruggen en gewone vinvissen verre van oogstbaar.”
De nieuwe schatting kon moeilijk op een gevoeliger moment komen. Vorig maand nog wisten de veertig lidstaten van de IWC ternauwernood een diepe crisis te bezweren. De commissie heeft als doelstelling het herstel van de oorspronkelijke walvispopulaties – overigens niet om de dieren te beschermen, maar om de jacht te optimaliseren. Sinds 1986 hanteert de IWC een vangstverbod. Maar Japan, Noorwegen en IJsland vinden dat de walvisstand onderhand genoeg is hersteld en willen de commerciële vaart hervatten. En dus is er ruzie. IJsland heeft aangekondigd de jacht in 2006 hoe dan ook te hervatten; Japan heeft gedreigd de IWC te verlaten en maakte de Europese landen pas nog letterlijk uit voor ‘leugenaars’.
En nu leggen de Amerikaanse biologen alweer de volgende bom onder de IWC. De commissie was het vorige maand, na jaren gesteggel, eindelijk eens geworden over een nieuwe rekenmethode voor het bepalen van een vangstquotum. De rekenmethode komt erop neer dat walvisvaarders een klein gedeelte mogen vangen van de aanwas van een walvispopulatie die aan het groeien is. Maar nu kunnen de tegenstanders zeggen: de walvispopulaties zijn helemaal niet aan het groeien, ze zijn zich nog aan het herstellen.
Conservator Smeenk verwacht dat het rapport de tegenstellingen binnen de walvisvaartcommissie verder zal verscherpen. Toch hoeft de nieuwe schatting niet te betekenen dat de walvisvangst langer moet worden verboden, meent hij. “Je kunt de huidige situatie niet zonder meer vergelijken met die van vroeger. De zee had vroeger een andere draagkracht. Bovendien kunnen heel andere factoren een rol spelen in het verval van de walvis.”
Wie wil weten hoeveel walvissen er vroeger waren, haalt die informatie gewoonlijk uit de logboeken van de walvisvaarders van weleer. De methode van Palumbi en Roman lijkt objectiever. Als eersten ter wereld vergeleken ze het DNA van honderden nu levende walvissen. Hoe meer genetische variëteit tussen de individuele walvissen, des te meer moeten er destijds zijn geweest. Aan die methode zitten wel wat haken en ogen, geven ook Roman en Palumbi toe. Zo is niet bekend hoe oud walvissen precies worden, waardoor niet duidelijk is hoe lang een ‘generatie’ walvissen eigenlijk duurt.
Jaarlijks worden er naar schatting 1500 walvissen gedood. Japan vangt de zeezoogdieren onder het mom van wetenschappelijk onderzoek. Noorwegen maakt gebruik van een andere maas in de IWC-regels: het land tekent ieder jaar bezwaar aan tegen het vangstverbod en mag dan op beperkte schaal in eigen wateren op walvissen jagen. IJsland hervat een dezer dagen de walvisvangst voor wetenschappelijke doeleinden.
Maarten Keulemans, NOS Online
Joe Roman en Stephen Palumbi, “Whales before whaling in the North Atlantic”. In: Science, Vol. 301, 508-510 (2003)