Vrolijke apen praten niet

Onderzoek mist elk bewijs

Kanzi poseert
Zoom
Kanzi poseert

Wie als onderzoeker een missie heeft, moet uitkijken. Sommige psychologen willen al decennia lang bewijzen dat de communicatieve vaardigheden van mensapen identiek zijn aan het menselijk taalvermogen. Jammer alleen dat de dieren daar niets van laten merken, werpen taalkundigen tegen. Nieuw dieptepunt is de bewering deze week dat bonobo Kanzi vier woorden heeft leren spreken.

Tweeëntwintig is hij nu, bonobo Kanzi, en zijn foto prijkte al eens op het omslag van Time Magazine. Als aap ‘op de rand van de menselijke geest’ heeft hij volgens sommige onderzoekers eindelijk bewezen dat taal niet alleen aan mensen is voorbehouden. Dat idee ontstond toen de ‘dwergchimpansee’ zo’n tweeënhalf jaar oud was. Tot op dat moment hing hij voortdurend rond bij zijn stiefmoeder Matata, die getraind werd om tien geometrische figuurtjes op een toetsenbord te associëren met woorden als ‘buiten’, ‘appel’ en ‘geven’. Dat ging maar erg moeizaam: na twee jaar kende Matata slechts zes figuurtjes. Een magere oogst, vond ook psychobiologe Sue Savage-Rumbaugh van het ‘Taalonderzoekscentrum’ van de Georgia State University in Atlanta, waar de dieren verbleven. Ze was dan ook stomverbaasd over wat er gebeurde toen Kanzi van Matata gescheiden werd: hoewel hij nooit geïnteresseerd leek in de trainingen, bleek de jonge bonobo er wel iets van te hebben opgestoken. Nu ging Kanzi zelf aan de slag met het toetsenbord, en kende hij de betekenis van acht van de tien figuurtjes – een aantal dat hij na enige training al snel met enkele tientallen kon uitbreiden. Sindsdien prediken Savage-Rumbaugh en haar collega’s dat Kanzi over een taalvermogen beschikt dat zich laat meten met dat van mensen. Zijn kunnen blijft immers niet beperkt tot een woordenschat; hij zou ook een grammaticaal begrip van woordvolgorde onder de knie hebben. Na veel oefenen maakt Kanzi korte zinnetjes met zijn figuurtjes, waarbij hij eerst het werkwoord aanduidt, en daarna het object of voorwerp dat erbij hoort – de juiste volgorde in het Engels. ‘Verstoppen pinda’ dus, en niet ‘pinda verstoppen’. Het is dan ook spijtig dat taalkundigen niet onder de indruk zijn. Zij stellen dat die volgorde is aangeleerd, waar geen kennis van grammatica voor nodig is. Want voordat hij de woordvolgordetraining kreeg, gebruikte Kanzi beide volgordes jarenlang schijnbaar willekeurig door elkaar. Kinderen, met een aangeboren vermogen om een grammatica te ontdekken in de taal die ze om zich heen horen, doen dat niet. Leren zij Engels, dan gebruiken zij zelden een volgorde als ‘pinda verstoppen’; zonder expliciete scholing weten zij al snel dat het ‘verstoppen pinda’ moet zijn. De discussies over het taalvermogen van Kanzi en andere mensapen lopen regelmatig hoog op. Je zou dan ook verwachten dat nieuwe ontdekkingen volgens de regels van de wetenschapskunst naar buiten worden gebracht. Dat wil zeggen: na een experiment dat onder gecontroleerde omstandigheden is uitgevoerd, en waarvan de resultaten in een vakblad komen te staan – de standaardprocedure, die het mogelijk maakt dat onafhankelijke deskundigen er een oordeel over vellen. Het is dan ook ronduit lachwekkend wat neurobioloog Jared Taglialatela, een collega van Savage-Rumbaugh die ook met Kanzi werkt, deze week in het populair-wetenschappelijk tijdschrift New Scientist meldt. Zonder dat er ook maar een taalkundige naar heeft kunnen kijken, beweert hij dat Kanzi vier woorden heeft leren spreken. Dat heeft Taglialatela gehoord in zo’n honderd uur video-opnamen die van de dagelijkse bezigheden van het dier zijn gemaakt. Als Kanzi het over ‘banaan’, ‘druif’ of ‘sap’ heeft, of ‘ja’ bedoelt, zou hij steeds hetzelfde geluid maken. Welke geluiden, dat krijgen we niet te horen, en ook niet of Kanzi die ‘woorden’ echt alleen maar zegt als hij banaan, druif, sap of ja bedoelt. Maar het kwaad is al gedaan. ‘Aap leert spreken’, kopte de BBC, en Het Parool volgde met ‘Als Kanzi een banaan wil, dan zegt hij dat wel’. Toegegeven, het zou fantastisch zijn als hij en andere, al dan niet in taal getrainde mensapen, het woord tot ons zouden richten. Wat denken ze van mensen? Willen ze wel met ons samenleven? Maar helaas, Kanzi’s kennis van gesproken taal resulteert niet veel verder dan in blijdschap als je hem vraagt of hij een banaan wil. En daar wil hij best enthousiaste geluiden bij maken. Om dat taal te noemen, moet je met harde bewijzen komen – anders is een hond die kwispelstaartend op een bak eten afkomt, ook ineens welbespraakt. Marc Koenen