Banaan de pisang
Vrucht over tien jaar uitgestorven

- Zoom
- Zo'n 500 miljoen Afrikanen en Aziaten zijn voor hun voedselbehoefte sterk afhankelijk van de banaan.
Nog een jaar of tien, en de banaan is uitgestorven. Dat beweert althans het 'Internationale Netwerk voor de Verbetering van Banaan en Pisang'. Dit vanuit onder meer Frankrijk opererende onderzoeksnetwerk waarschuwt dat twee schimmelziekten de banaan wel eens kunnen uitroeien. Of het ook echt zo'n vaart zal lopen, blijft de vraag.
Volgens de onderzoekers, die de noodklok luiden in het blad New Scientist, is het zeer moeilijk om een banaan te ontwikkelen die resistent is tegen de meest voorkomende schimmels. Bovendien is de banaan extra kwetsbaar voor ziekte, omdat de eetbare soort een steriel, zaadloos ras is. Andere planten worden door de generaties heen door de evolutie steeds beter bewapend tegen ziekte; de banaan niet.
In de jaren vijftig deed de zogeheten Panamaschimmel dan ook de bananensoort Gros Michel de das om. Het nu meest gangbare bananenras, Cavendish, wordt behalve door de Panamaziekte vooral bedreigd door de Zwarte Sigatokaschimmel. Die schimmel wordt steeds ongevoeliger voor bestrijdingsmiddelen.
Bananenonderzoeker Emile Frison pleit daarom voor meer onderzoek naar onder meer de genetische samenstelling van de banaan. Wie weet hoe de banaan genetisch in elkaar steekt, maakt meer kans om nieuwe, resistente bananensoorten te ontwikkelen, vindt Frison.
Maar de plantziektekundige dienst, gelieerd aan Wageningen Universiteit, gelooft niet dat het zo’n vaart zal lopen. De exportbanaan Cavendish maakt in totaal maar tien procent uit van alle bananen. En onder de andere, inheemse soorten zitten wel degelijk rassen die resistent zijn tegen schimmels. “Maar die banaantjes smaken wat minder,” aldus zegsman J. Niessen.
Volgens plantziektekundige dienst en universiteit zijn de problemen makkelijk op te lossen door de resistente soorten beter te kruisen. “Je kunt met veredeling zeer veel bananensoorten maken.”
De voormalige landbouwuniversiteit spreekt dan ook van ‘een hype’. “Het probleem is helemaal niet nieuw. We kunnen nergens uit opmaken dat het probleem nu opeens erger is. En voor zover we kunnen nagaan is die meneer Frison ook niet erg vooraanstaand. We hebben welgeteld één publicatie van hem kunnen achterhalen,” zegt Niessen.
Frisons pleidooi komt dan ook op een politiek gevoelig moment. De grote genetische-technologiebedrijven hebben de afgelopen jaren de genetische samenstelling in kaart gebracht van de meest voor de hand liggende soorten: de mens en zijn belangrijkste laboratoriumorganismen zoals de muis, de fruitvlieg, de rondworm ‘C. elegans’, de zandraket en bakkersgist. Nu die klus er bijna op zit, proberen onderzoekers overal ter wereld ‘hun’ onderzoeksdier of –plantje genetisch doorgelicht te krijgen. “De volgende stap lijkt dat men naar economisch belangrijke gewassen gaat kijken”, zegt Niessen. “Zoals maïs en bananen.’’
Het is onder wetenschappers overigens niet ongebruikelijk om de noodklok te luiden over een bepaalde dier- of plantensoort. Wie dat doet krijgt media-aandacht, en aandacht betekent meer kans op onderzoekssubsidie. Alleen al deze week wezen onderzoekers erop dat de ijsbeer binnen een eeuw dreigt uit te sterven en dat er zes soorten haaien dreigen te verdwijnen. Kritische biologen noemen dit effect soms 'survival of the cutest': de meest mediagenieke dieren- en plantensoorten krijgen de meeste onderzoeksaandacht.
Wereldwijd zijn zeker 500 miljoen mensen in met name Afrika en Azië sterk afhankelijk van bananen. New Scientist vergelijkt het verdwijnen van de banaan dan ook met de aardappelnood die in de jaren 1840 duizenden Ieren het leven kostte.
Ook New Scientist moet toegeven dat de ramp met de banaan uiteindelijk misschien meevalt. In Honduras staan wetenschappers op het punt een nieuw bananenras te kweken uit enkele zaadjes die ze aantroffen in vierhonderd ton geperste bananenpulp. De soort die daaruit voortkomt is wellicht resistent tegen schimmels.
Maarten Keulemans