Geboren luilakken

Magere moeders baren luiaards

Ondervoeding tijdens de zwangerschap kan volgens Nieuw-Zeelandse biologen luiheid en zwaarlijvigheid tot gevolg hebben.
Zoom
Ondervoeding tijdens de zwangerschap kan volgens Nieuw-Zeelandse biologen luiheid en zwaarlijvigheid tot gevolg hebben.

Lui zijn is wellicht de schuld van je moeder. Nieuw-Zeelandse onderzoekers denken dat luiheid al voor de geboorte kan ontstaan, als een moeder niet genoeg eet. Ook vetzucht kan hieruit voortkomen, denken ze. Om het groeiende aantal dikke inactievelingen tegen te gaan, moeten moeders misschien meer eten tijdens de zwangerschap.

Het wordt wel één van de zeven hoofdzonden genoemd: luiheid. Maar wie wordt beschuldigd van deze ondeugd kan het wellicht zelf niet helpen. Samen met vetzucht kan luiheid al ontstaan in de moederbuik, denken enkele biologen uit Nieuw-Zeeland. Als een moeder niet genoeg eet tijdens de zwangerschap, kan een foetus zich ontwikkelen tot een eeuwige luiaard. Bioloog Mark Vickers maakt dit op uit een onderzoek dat hij op ratten uitvoerde. Hij zette zwangere ratten op een streng dieet, waardoor ze continu ondervoed waren. De nakomelingen kregen daarentegen precies genoeg te eten. Vickers lette ruim een jaar lang op hun gedrag en zag dat ze veel minder vrijwillig bewogen, vergeleken met soortgenoten die wel een goed doorvoede moeder hadden. Zelfs als ze op een gezond dieet werden gezet, bleven ze lui en werden ze langzaamaan dik. “Wat we ook deden, het leek alsof het ontstaan van luiheid en vetzucht bij deze dieren een niet te stuiten proces was,” vertelt Vickers aan de Australische nieuwsdienst ABC. Vickers denkt dat wanneer een dier voor zijn geboorte te weinig voeding krijgt, hij gewend raakt aan een zuinig leven. Luiheid is dan een soort signaal van het lichaam om niet onnodig energie te verspillen, denkt Vickers. Dieren slaan in dit geval voedingsstoffen zoals vet op, maar gebruiken het niet. Maar als er altijd voldoende eten is, wordt het een slechte gewoonte, aldus de bioloog, die verbonden is aan de universiteit van Auckland. Die luiheid kan niet zonder meer verklaard worden door overtollig vet. De ratten waren namelijk al lui voordat ze dik werden, en hadden dus niet simpelweg een te groot lichaam om veel te bewegen. Voorgaande onderzoeken deden al vermoeden dat er een verband bestaat tussen ondervoeding tijdens de geboorte, en vetzucht in het latere leven. Zo onderzoekt het AMC mensen die zijn geboren in de hongerwinter op hun kans om dik te worden. Artsonderzoeker Rebecca Painter ziet in dat onderzoek een duidelijk verband. “Luiheid is bij mensen moeilijk te meten, maar we zien wel dat zwangerschappen tijdens de hongerwinter meer dikke mensen hebben opgeleverd. Vooral als een moeder laat in de zwangerschap te weinig eet, hebben haar nakomelingen een grotere kans op vetzucht. Waarschijnlijk wordt in die periode het hormoonsysteem aangelegd dat het hongergevoel reguleert. Dit systeem wil zo efficiënt mogelijk met voedsel omgaan. Omdat het al in de zwangerschap wordt vastgelegd kan het na de geboorte niet inspringen op veranderende eetgewoonten,” aldus Painter. Kinderen uit de hongerwinter ontwikkelen volgens haar daarom spieren en vetweefsel die hierdoor minder gevoelig zijn voor dit soort hormonen. Hoewel Vickers enkel ratten onderzocht, vermoedt hij dat een aanzienlijk deel van de menselijke vetzucht en luiheid ook begint in de buik van een moeder die niet voldoende eet. Het zou volgens de bioloog best kunnen dat hiervoor maar één bestanddeel in de voeding ontbreekt, zoals een vitamine of een bepaald type vet. Als dat zo is, dan kan het vergaande gevolgen hebben voor de manier waarop campagne wordt gevoerd tegen zwaarlijvigheid. Normaal gesproken worden mensen aangespoord om minder te eten en gezonder te leven. Het zou beter zijn om ook te waarschuwen tegen de gevolgen van slechte eetgewoonten tijdens zwangerschappen. Aschwin Tenfelde H. Vickers et.al.: Sedentary Behavior During Postnatal Life is Determined by the Prenatal Environment and Exacerbated by Postnatal Hypercaloric Nutrition. In: American Journal of Physiology-Regulatory, Integrative and Comparative Physiology, vol. 285, p. 271 (juli 2003).