Verkeerde koffie
Robusta bedreigt dierenrijk

- Zoom
- De robusta koffieboon verhevigt de koffiecrisis door zijn matige kwaliteit, aldus bioloog Timoty O’Brien. (Foto: samexagency.com)
Nu eens zijn het niet de humanitaire organisaties, maar biologen die de aandacht vragen voor wantoestanden in de koffie-industrie. De natuur staat zwaar onder druk in koffieproducerende landen, mede veroorzaakt door de Verenigde Staten en een slechte soort koffieboon.
Niet iedere koffieleut zal er bij stilstaan dat de koffie-industrie een crisis doormaakt. De koffieprijzen zijn gedecimeerd en koffieboeren lijken eerder verlies dan winst te maken. Maar niet alleen de humanitaire gevolgen zijn erg. Door ontbossing lijdt ook de natuur zwaar onder de koffiecrisis, zo schrijft bioloog Timothy O’Brien deze week in het tijdschrift Science. De schuldigen zijn volgens O’Brien slechte koffiebonen en de Verenigde Staten.
Volgens O’Brien kan de koffiecrisis onder meer worden aangepakt door een ander soort koffie te verbouwen. Veel Aziatische landen telen de zogenaamde robusta koffieboon. Deze soort is volgens kenners van lagere kwaliteit en wordt dan ook vaak verwerkt in oploskoffie. Koffieboeren krijgen daarom een lage prijs voor hun robustabonen. Om hun inkomsten te verhogen maken ze meer landbouwgrond aan, ten koste van bossen. Daarnaast levert de robusta doorgaans een grotere oogst dan andere bonen, wat overproductie veroorzaakt.
O’Brien, werkzaam voor de Indonesische tak van Wildlife Conservation Society, kan de gevolgen van de groeiende koffieproductie met eigen ogen zien. Hij schat dat sommige Nationaal Parken in Indonesië al ruim een kwart van hun natuur zijn kwijtgeraakt aan de oprukkende koffietelers. Vooral grotere dieren zoals neushoorns, tijgers en olifanten lijden hieronder. Deze dieren blijven op zijn minst drie kilometer uit de buurt van bosranden. Hun leefgebieden verdwijnen daarom sneller dan de bossen, zo waarschuwt O’Brien.
De koffiecrisis heeft ook economische oorzaken. Tot ver in de jaren tachtig werd de wereldwijde koffieproductie gereguleerd door de International Coffee Organization (ICO). Schommelingen in de koffieprijs haalden toen nog regelmatig het nieuws. In 1989 stapten de Verenigde Staten echter uit de ICO. Zonder de Amerikaanse steun bleek de organisatie machteloos. De internationale afspraken over koffieproductie zijn verstreken en de ICO te heeft weinig invloed om de producenten op één lijn te krijgen. Sindsdien is de koffieproductie ongekend hoog en zijn de inkomens van koffieboeren alsmaar verder gedaald, aldus O’Brien.
Verscheidene organisaties, verenigd in de Koffiecoalitie, keuren deze marktwerking af en pleiten voor een constante ‘eerlijke prijs’ voor koffieboeren. Enkele weken geleden demonstreerde de Koffiecoalitie tegen de slechte omstandigheden voor koffieboeren, met als hoogtepunt het overhandigen van een petitie aan koffiebrander Douwe Egberts. Volgens de Koffiecoalitie, een samenwerking tussen onder andere de vakbonden en Novib, koopt Douwe Egberts zijn koffie van slavenplantages. Intussen werkt Douwe Egberts aan een gedragscode voor zijn toeleveranciers, maar ziet niets in een vaste prijs voor telers zoals de Koffiecoaltie voorstelt.
Terwijl de Koffiecoalitie pleit voor regulering van koffieprijzen ziet O’Brien meer in een omschakeling naar het telen van een kwalitatief hogere koffieboon. Hierdoor zullen de prijzen voor de boeren stijgen en kunnen natuurgebieden bespaard blijven. Zeker als Amerika zich ook weer gaat bemoeien met de wereldwijde productie.
Aschwin Tenfelde
T. O’Brien en M. Kinnaird, Caffeine and Conservation. In: Science, vol 300, pg 587, 25 april 2003.