Het lijk van Columbus

Postuum op reis

De “vuurtoren van Columbus” in Santo Dominico, gebouwd in 1992, waar volgens de Dominicanen de botten van Columbus liggen.
Zoom
De “vuurtoren van Columbus” in Santo Dominico, gebouwd in 1992, waar volgens de Dominicanen de botten van Columbus liggen.

Christoffel Columbus heeft na zijn dood bijna evenveel gereisd als ervoor. Maar het gezeul met zijn botten heeft ervoor gezorgd dat het onduidelijk is waar de ontdekker van Amerika begraven ligt. Twee kathedralen beweren zijn botten te hebben. Het stoffelijk overschot van zijn broer Diego zou misschien uitkomst kunnen bieden.

Natuurlijk wilde Christoffel Columbus na zijn dood in 1506 in Amerika begraven worden. Maar ja, er waren toentertijd in de Nieuwe Wereld geen begraafplaatsen die waardig genoeg bleken voor de ontdekkingsreiziger, en dus werd hij in een klooster in Valladolid ter aarde besteld. Drie jaar later echter verhuisde hij al naar een ander klooster, in Sevilla. Pas in 1537 konden de Spanjaarden Columbus’ laatste wens vervullen en werd zijn stoffelijk overschot naar de andere kant van de Atlantische Oceaan gebracht, naar Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek, dat toen onderdeel was van het Spaanse Rijk. Daar heeft hij ruim twee eeuwen vredig gelegen. Maar in 1795 kreeg Frankrijk het eiland in handen. De Spanjaarden wilden niet dat het stoffelijk overschot van een van hun nationale helden in de handen van vreemdelingen zou vallen en dus brachten ze de botten over naar een kathedraal op Cuba, dat toen ook deel uitmaakte van het Spaanse Rijk. Daar bleef het lichaam een eeuw rusten, totdat in 1898 de oorlog tussen Spanje en Amerika ook heibel op Cuba bracht. De Spanjaarden besloten om de botten terug te brengen naar Spanje, waar ze in een kathedraal in Sevilla werden begraven. De Dominicanen hebben echter een heel andere kijk op de gebeurtenissen. Zij menen dat de botten van Columbus helemaal niet in Sevilla liggen, omdat ze Santo Domingo nooit hebben verlaten. De Spanjaarden zouden zich in 1795 hebben vergist en het verkeerde lichaam hebben meegenomen. In 1877 vonden de Dominicanen tijdens werkzaamheden aan de kathedraal namelijk een doos met botten, en met het opschrift: “Cristobal Colon”, de Spaanse naam voor Columbus. Tot op de dag van vandaag bestrijden Sevilla en Santo Domingo elkaar. En nu biedt de broer van Christoffel Columbus, Diego, mogelijk een oplossing voor het mysterie. Diego heeft sinds zijn dood in 1515 ook wel wat omzwervingen gemaakt, maar het staat wel vast dat hij nu in een dorpje net buiten Sevilla ligt. Onlangs is hij opgegraven omdat twee Spaanse onderzoekers zijn DNA willen vergelijken met DNA uit de botten in Santo Domingo en in Sevilla. Hiermee hopen ze uitsluitsel te krijgen over waar Christoffel Columbus ligt. Maar of het de wetenschappers zal lukken om de DNA van Diego en de twee potentiële Christoffels te vergelijken is nog maar de vraag. DNA is na 500 jaar ernstig beschadigd, wat onderzoeken moeilijk maakt. Maar een groter probleem is dat er noch in Sevilla, noch in Santo Domingo toestemming is gekregen om het overschot van Christoffel op te graven. Marieke Hohnen