Siësta moet!
Middagdutje goed voor geheugen
![Screen-shot van een 'texture discrimination test'. [Klik op het plaatje voor een vergroting]](/.imaging/stk/wetenschap/photo/media/wetenschap/noorderlicht/artikelen/2001/January/3397147/original/3397147.jpeg)
- Zoom
- Screen-shot van een 'texture discrimination test'. [Klik op het plaatje voor een vergroting]
Mensen die tussen de middag een uurtje slapen leren beter dan mensen die de siësta overslaan. Het dutje zorgt ervoor dat het geleerde een plekje kan krijgen in het geheugen, en dat bevordert de prestaties na de slaap.
Heb je collega’s die op het werk wel eens de afdruk van een toetsenbord op hun gezicht hebben staan? Zij kunnen met een gerust hart hun bewustzijnsverlies aan de baas bekennen: onderzoek heeft aangetoond dat een dutje goed is voor het geheugen. Het komt de productiviteit ten goede. Dat wordt de slaapkoppen verzekerd door Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Harvard.
Het is al langer bekend dat slaap goed is voor het geheugen. Een nachtrust van meer dan zes uur verzekert een fris hoofd dat goed informatie kan opnemen, en zorgt er ook voor dat het geleerde in het brein opgeslagen wordt. Niet zo verrassend eigenlijk. Het is wel verrassend dat een uurtje slaap tijdens de dag een positief effect heeft op het vermogen om iets nieuws te leren. Onze mediterrane buren wisten het al, en nu begint het besef door te dringen tot de hardwerkende noorderlingen.
De onderzoekers hebben proefpersonen op vier momenten op één dag onderworpen aan een zogenaamde ‘texture discrimination task’. Ze kregen de opdracht om op een computerscherm de letter 'T' of 'L' te ontdekken, samen met een reeks horizontale of verticale balkjes die gedurende een fractie van een seconde op een achtergrond van afleidende structuren werden geprojecteerd. Door dat vaak te doen, wordt dat steeds gemakkelijker. De mensen zijn onderverdeeld in drie groepen, en de snelheid waarmee ze deze test volbrachten is vergeleken. Twee groepen mochten respectievelijk een half uur en een uur slapen tussen de tweede en de derde testronde. De controlegroep werd geen rust gegund.
De mensen die geen tussentijdse siësta hadden gehouden, werden steeds langzamer in het herkennen van de letter en het bemerken of het balkje horizontaal of verticaal op het scherm verscheen. De groep die een half uur een uiltje had geknapt voordat ze aan de derde testsessie begon, wist de prestaties op hetzelfde niveau te houden als voor het dutje. Maar de mensen die een uurtje naar dromenland waren vertrokken deden de test sneller dan vóór de slaap.
De meest voor de hand liggende verklaring is dat de mensen die niet hadden geslapen vermoeider werden of minder motivatie hadden, en daardoor slechter gingen presteren. Maar de onderzoekers denken dat deze verklaring te simpel is. Ze denken dat het gedeelte van de hersenen dat gebruikt wordt gedurende de training, in dit geval de visuele cortex, overvol raakt door de constante informatiestroom. Die informatie moet eerst verankerd worden in de hersenen voordat deze weer nieuwe informatie kunnen opnemen. En dat verankeren gebeurt waarschijnlijk tijdens de diepe slaap. Deze slaapfase werd nauwelijks bereikt tijdens het dutje van een half uur, maar de mensen die een uur sliepen bevonden zich een half uur van die tijd in diepe slaap.
De consequenties van dit onderzoek gaan verder dan een alibi verschaffen aan mensen die op het werk in slaap vallen. Het werpt een nieuwe blik op het steeds vaker voorkomende verschijnsel ‘burnout’, waarbij iemand als het ware opgebrand raakt door het werk. Burnout, stellen de onderzoekers, zou wel eens meer kunnen zijn dan een algemene vermoeidheid. Zij denken dat het specifieke delen van de hersenen zijn, namelijk diegene die vaak in het werk gebruikt worden, die zich moeten herstellen van de constante informatiestroom door een goede en welverdiende rust.
Frank Nuijens
S.C. Mednick et al.: The restorative effect of naps on perceptual deterioration. In: Nature Neuroscience, DOI: 10.1038/nn864 (27 mei 2002).