‘Leeepel’, ‘schaaap’, mamaaa’, zelfs de stoerste punker verweekt in een gesprek met een baby. Het is bekend dat ouders met een hoge stem tegen hun kind praten, waarbij woorden worden uitgesproken met veel intonatie en ritme. Moeders hebben ook de neiging de klinkers in woorden luid en duidelijk te articuleren. Dit doen ze niet als ze met een andere volwassene spreken. Is het overdreven articuleren een bijproduct van de emotionele toon van het gesprek, of proberen we onze kinderen iets te leren? Reden genoeg voor drie Australische onderzoekers om de wetenschap aan dit wonderlijke fenomeen te bedrijven.
Het extra benadrukken van de klinkers is een wijdverspreid verschijnsel: zowel Engelsen, Russen, Zweden als Japanners doen het, net als nuchtere Nederlanders. Daarom wordt aangenomen dat het ‘over-articuleren’ van woorden door de ouders bijdraagt aan de taalontwikkeling van hun kroost. Het is echter niet gemakkelijk dit wetenschappelijk te onderzoeken. De babypraat van ouders lijkt een automatisme te zijn, dus het is niet mogelijk om een moeder tegen haar baby te laten praten alsof het een volwassene zou zijn. De Australische wetenschappers verzonnen een list: niet de manier van praten werd gevarieerd, maar de toehoorders. De onderzoekers riepen de hulp in van de harigste vrienden van de mens: de hond en kat. Ook huisdieren worden door hun eigenaren bejegend alsof het babies waren, compleet met een emotionele hoge stem.
De onderzoekers hebben twaalf moeders voorzien van een microfoon, en gevolgd terwijl ze praatten tegen hun zes maanden oude kind, hun huisdier, en een volwassene. In het kwartier durend gesprek met alledrie gesprekspartners moesten ze de woorden “schaap”, “schoen” en “haai” gebruiken. Uit deze gesprekken zijn vervolgens de toonhoogte, emotionele lading in de vorm van intonatie en ritme, en het articuleren van de klinkers gedestilleerd. De moeders praatten zowel tegen babies als huisdieren met een verhoogde, sterk emotionele stem in vergelijking met een volwassen gesprek. Maar alleen tegen de kinderen werden de klinkers in de woorden overdreven duidelijk uitgesproken.
“Als iedereen weet wat een woord betekent, hoeft het niet duidelijk uitgesproken te worden. Maar kinderen moeten de betekenis van woorden nog leren,” zegt dr Mark Huckvale, taalkundige aan de Universiteit van Londen. “Een huisdier hoeft niet te weten wat er gezegd wordt. Als de eigenaar maar consistent dezelfde geluiden maakt om iets duidelijk te maken, is het niet van betekenis hoe hij dat zegt. Je verwacht van een kat ook niet dat hij het woord herhaalt. Dat is anders voor kinderen. Als ze zes maanden zijn, beginnen ze te brabbelen en hoopt de ouder dat het kind de woordjes gaat herhalen.”
Huckvale is niet erg verrast over de uitkomsten van het Australische onderzoek, maar vindt wel dat de uitkomsten een kleine bijdrage leveren tot ons begrip over wat babies aan informatie kunnen halen uit een geluidssignaal. “De snelheid waarmee kinderen een taal leren is uitzonderlijk. Persoonlijk vind ik het ontrafelen van het mechanisme daarachter een grotere uitdaging voor de wetenschap,” meent Huckvale. Het ziet er dus naar uit dat de kleine wetenschappers voorlopig nog niet verlost zullen zijn van de grote wetenschappers.
Frank Nuijens
D. Burnham et al.: What’s new, pussycat? On talking to babies and animals. In: Science, vol. 296, p. 1435 (24 mei 2002).